Nieuws
Artikel - 10 september 2026
ONMISBARE SCHAKELS #4
Een volle luier als grondstof
Bij ARN worden gebruikte baby- en incontinentieluiers grondstof voor kunststof, groen gas en nieuw proceswater. Directeur Jacob Vermeulen laat zien dat circulaire vernieuwing voortbouwt op de bestaande afvalinfrastructuur.
Een gebruikte luier roept niet meteen het beeld op van een waardevolle grondstof. Toch staan er bij ARN in Weurt drie enorme ‘snelkookpannen’ die precies dat bewijzen. Onder hoge temperatuur en druk worden ziektekiemen en medicijnresten aangepakt. Daarna begint het terugwinnen. Kunststoffen worden gewassen, gedroogd en tot korrels verwerkt. Uit de organische fractie ontstaan groen gas en vloeibare CO₂. Zelfs het resterende water krijgt op het terrein een nieuw leven als proceswater. De eerste reactor ging in 2019 in bedrijf. In 2021 kwamen er twee bij en sinds begin 2022 beschikt ARN over een verwerkingscapaciteit van circa 15.000 ton per jaar. Een bescheiden begin gezien de 400.000 ton baby- en incontinentiemateriaal die jaarlijks in Nederland wordt weggegooid, maar wel een wereldprimeur op deze schaal en met deze techniek.

ARN beschikt over een capaciteit voor de vewerking van circa 15.000 ton baby- en incontinentiemateriaal per jaar
Geen installatie van de plank
De techniek, ontwikkeld door uitvinder Willem Elsinga en samen met ARN opgeschaald, bestond eerder alleen als proefreactor. Opschalen bleek geen kwestie van alles vijf keer groter maken. Op industriële schaal dienden zich nieuwe uitdagingen aan. Na enkele maanden op volle schaal moest ARN zelfs een belangrijk deel van het oorspronkelijke concept tijdens de operatie aanpassen. “Innoveren is twee stappen vooruit en één achteruit en soms drie achteruit nadat je er net twee vooruit hebt gezet. Maar uiteindelijk gaan we vooruit.” Dat vraagt meer dan techniek. Alle schakels in het proces zijn nodig: gemeenten en zorginstellingen die het materiaal apart inzamelen, afnemers die vertrouwen hebben in het recyclaat en vergunningverleners die duidelijkheid geven wanneer teruggewonnen materiaal niet langer als afval geldt. Juist zulke 'einde-afval'-trajecten zijn volgens Vermeulen nog complex en versnipperd. Omdat het proces nieuw is, moeten techniek, toezicht en regelgeving tegelijk leren.
Jacob Vermeulen (ARN):
'We hebben een keten neergezet die zich heeft bewezen.'
De kracht van het ecosysteem
Waarom lukte het bij ARN wel? Omdat de luierrecycling niet op een groene weide hoefde te beginnen. Op de locatie waren al vergunningen, technisch personeel, logistiek en de bemensing voor een vierentwintiguurs operatie aanwezig. De afvalenergiecentrale levert stoom voor het recyclingproces en kan niet-recyclebare reststromen veilig en nuttig verwerken. De bestaande infrastructuur vormt zo niet het tegenovergestelde van circulariteit, maar de springplank ernaartoe. Ook buiten het terrein is dat ecosysteem zichtbaar. ARN werkt samen met gemeenten en zorginstellingen aan de voorkant, met kunststofafnemers aan de achterkant en met regionale kennispartners zoals de Radboud Universiteit rond technische verbeteringen. Vermeulen: “We hebben een keten neergezet die zich heeft bewezen. Daarmee laten we zien dat er in het restafval nog steeds stromen zitten die je hoogwaardiger kunt verwerken.”

Kwetsbaar systeem
Die samenhang maakt het systeem tegelijk kwetsbaar. Als de kunststofmarkt inzakt, een installatieonderdeel uitvalt of een vergunningstraject vertraagt, raakt dat de hele keten. Recyclinginnovaties vragen bovendien om langjarige investeringen, terwijl afvalbedrijven hun beschikbare middelen ook nodig hebben voor onder meer CO₂-afvang en andere verduurzamingsopgaven. “Ieder bedrijf kan zijn euro maar één keer uitgeven”, zegt Vermeulen.
Onzeker overheidbeleid
De grootste bedreiging voor initiatieven zoals de luierrecyclinginstallatie is volgens hem dan ook de onzekerheid die het overheidsbeleid veroorzaakt. Nieuwe heffingen op storten en verbranden, aanhoudende discussies over verwerkingscapaciteit, langdurige vergunningstrajecten en regelmatig veranderende wet- en regelgeving maken het moeilijk om voor de lange termijn te investeren. Juist kleinere recyclinginnovaties raken daardoor gemakkelijk op de achtergrond, ook wanneer zij technisch en maatschappelijk hun waarde al hebben bewezen. Dat vraagt om een andere benadering van de afval- en recyclingsector. Niet alleen als uitvoerder van afvalbeleid, maar als partner bij het realiseren van de circulaire economie. Met een consistent en voorspelbaar beleidskader kan de sector blijven investeren in oplossingen die grondstoffen behouden, restafval verminderen en bijdragen aan CO₂-reductie.
Van uitzondering naar standaard
Aan aanbod ontbreekt het niet. ARN heeft momenteel eerder te weinig dan te veel capaciteit. Vermeulen verwacht daarom dat er ruimte is voor meerdere installaties, verspreid over Nederland en passend bij regionale inzameling en logistiek. Een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) kan inzameling en recycling financieel organiseren, maar Vermeulen waarschuwt voor een te eenvoudige oplossing. Luiers zijn geen luxeproduct en de huidige collectieve financiering via de afvalstoffenheffing heeft ook een sociale functie. Bovendien maakt een UPV een luier niet vanzelf beter recyclebaar. Dat vraagt om gerichte afspraken over ontwerp en materiaalkeuze. Geen eenvoudige opgave want luiers zijn opgebouwd uit talloze laagjes, vezels, folies, absorptiematerialen en sluitingen.

'Koester wat er al staat. Als kennis, locaties en infrastructuur eenmaal weg zijn, komen ze niet zomaar terug.'
Wat is nodig?
Bovenal vraagt opschaling om rust, samenhang en een lange adem. Niet ieder knelpunt afzonderlijk belasten, maar de afvalketen behandelen als vitale infrastructuur waarin locaties, vergunningen, mensen, kennis, energie en afzet elkaar nodig hebben. “Koester wat er al staat”, is Vermeulens boodschap. “Als kennis, locaties en infrastructuur eenmaal weg zijn, komen ze niet zomaar terug.” Over tien jaar hoopt Vermeulen niet alleen op opgeschaalde luierrecycling, maar verwacht hij ook dat nieuwe innovaties gericht op recycling zijn gerealiseerd. Dan is de echte winst groter dan één nieuwe installatie: een sector die steeds opnieuw meer waarde haalt uit wat eerder simpelweg uit het zicht van de mensen “verdween”.
De leden van de Vereniging Afvalbedrijven vormen vitale schakels in het functioneren van Nederland. Zij investeren in grondstoffenterugwinning, klimaatdoelen, energiezekerheid en de veilige verwerking van gevaarlijke stoffen. Om die rol te kunnen blijven vervullen, is een stabiel en voorspelbaar investeringsklimaat essentieel.

Contactpersoon
Huug Barendrecht
Relevante links
Andere afleveringen:
- Onmisbare schakels #1: Na het doorspoelen begint het pas
- Onmisbare schakels #2: Van vitaal belang, vaak onzichtbaar: de achterkant én de kringloop van de circulaire economie
- Onmisbare schakels #3: Samenwerken waar concurrenten elkaar normaal voorbijrijden


