Header fietser

Nieuws

Artikel - 19 december 2018

Naar een waterdichte buitenlandheffing

Afvalsector verheugd over invoeren buitenlandheffing

Komende jaarwisseling treedt een volwaardige buitenlandheffing in werking. Exporteurs betalen dan hetzelfde tarief als de binnenlandse afvalstoffenbelasting op storten en verbranden. De afvalsector juicht het gelijktrekken van de binnen- en buitenlandheffing toe. De uitdaging is nu om de heffing werkelijk waterdicht te krijgen.

Nederland werkt aan een circulaire economie en zet in op recycling en hergebruik. Het kabinet deelt de nodige prikkels uit om zoveel mogelijk grondstoffen uit het restafval te halen. Een ervan is het duurder maken van verbranden en storten. Vanaf 1 januari 2019 gaat de afvalstoffenbelasting op verbranden en storten flink omhoog: van 13,21 naar 32,12 euro per ton. Met de verhoging wil het kabinet het belastingstelsel vergroenen en de schatkist spekken. Bij het instellen in 2015 moest de belasting 100 miljoen euro opleveren, vanaf 2019 het dubbele.

Op 1 januari 2019 treedt de buitenlandheffing in werking: over storten en verbranden van Nederlands afval in het buitenland wordt afvalstoffenbelasting geheven

Cruciale flankerende ingreep

De fiscale belastingmaatregel gaat vergezeld van een voor de afvalsector cruciale flankerende ingreep: bedrijven die hun afvalstromen in het buitenland laten verwerken, vallen ook onder de hogere heffing. Robbert Loos, directeur van de Vereniging Afvalbedrijven, geeft aan dat met deze maatregel gaat een belangrijke wens van de Nederlandse afvalsector in vervulling gaat. Tot nu toe gold voor de export van afval dat verbrand of gestort werd een nultarief. Toenmalig staatssecretaris Wiebes van Financiën vond een buitenlandheffing – destijds exportheffing geheten – ‘Europeesrechtelijk niet houdbaar, niet uitvoerbaar en niet handhaafbaar’. Dat standpunt is ingeruild voor de huidige opvatting van Wiebes’ opvolger Menno Snel, dat al het in Nederland ontstane afval bij dezelfde verwerkingswijze op gelijke wijze moet worden belast ongeacht of de verwerking binnen of buiten ons land gebeurt. ‘Dit voorkomt dat het internationale gelijk speelveld wordt verstoord’, schrijft Snel in zijn fiscale vergroeningsbrief van juni aan de Tweede Kamer.

Robbert Loos - Vereniging Afvalbedrijven:

"We zijn tevreden dat de overheid een solide regeling heeft opgesteld."

Compliment voor rijksoverheid

De afvalsector is verheugd over het besluit. Dat er een volwaardige buitenlandheffing zou komen lag in de lijn der verwachting, stelt Robert Corijn, bij Attero als marketingmanager bij de vermarkting van grondstofstromen betrokken. “We kunnen de rijksoverheid het compliment maken dat ze intensief met de afvalsector is opgetrokken en onze ideeën ter harte heeft genomen, om concurrentienadeel voor Nederlandse afvalbedrijven en daaruit volgende schade aan onze economie en werkgelegenheid te voorkomen.”

Waterdicht systeem

Robbert Loos is tevreden dat de overheid een solide regeling heeft opgesteld en met de Nota van Wijziging bij de behandeling van het Belastingplan 2019 het speelveld nog wat gelijker heeft gemaakt. Loos is van mening dat de wetgever nu al het mogelijke heeft gedaan het systeem zo ‘waterdicht’ mogelijk te maken. “Nu komt het aan op de uitvoering”, aldus Loos, “Goed dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) hiervoor extra middelen beschikbaar heeft gekregen.” De Vereniging Afvalbedrijven blijft met de betrokken overheden in gesprek om de buitenlandheffing in de praktijk zo sluitend mogelijk te laten zijn.

Menno Snel - Staatssecretaris van Financiën:

"De heffing voorkomt dat het internationale gelijk speelveld wordt verstoord."

Verhoging van afvalstoffenbelasting

Volgens Bas Cornelissen van AVR maakt de substantiële verhoging van de afvalstoffenbelasting het noodzakelijk de buitenlandheffing gelijk te trekken met het binnenlandse belastingtarief. “De heffing gaat ruim het dubbele bedragen”, zegt Cornelissen die bij de AVR de ontwikkelingen op het gebied van afvalbeleid en -regelgeving volgt. “Bij dertig euro per ton wordt het voor bedrijven erg aanlokkelijk om afvalstromen over de grens te brengen. Als je dan geen afvalstoffenheffing hoeft te betalen, scheelt dat een slok op een borrel.”

Complexe buitenlandheffing lastig waterdicht te krijgen

De buitenlandheffing wordt betaald over de tonnages afval die staan vermeld in de exportbeschikking, die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) afgeeft volgens de Europese verordening voor het overbrengen van afvalstoffen (EVOA). De hoeveelheid die uiteindelijk in het buitenland wordt verbrand en gestort, valt onder de belasting. Dat wordt na afloop van de exportvergunning bepaald. De exporteur moet deze hoeveelheid aanmelden bij de fiscus. Exporterende bedrijven moeten inzicht geven in de samenstelling van hun afval en welk percentage ervan voor verbranding en storten bestemd is. Ook het type installatie en proces waarin hun afval wordt verwerkt, na eventuele sortering, moeten zij beschrijven. Nieuw is de verklaring die zij van de buitenlandse verwerker moeten vragen, over hoeveel afval er daadwerkelijk verbrand of gestort wordt en afdrachtplichtig is. De overheid adviseert een verplichting daartoe in het contract op te nemen. De vraag is in hoeverre buitenlandse verwerkers hier gevolg aan zullen geven. De verwerkingsprestaties van bedrijven zijn het geheim van de bedrijfsvoering. Geen enkele verwerker wil hier inzicht in geven tegenover de concurrentie. Dat maakt het lastig voor de overheid om tot een waterdicht systeem te komen. Niet dat gegevens meteen op straat liggen, maar met WOB-verzoeken (Wet Openbaarheid Bestuur) zijn de verwerkingsprestaties van buitenlandse bedrijven in principe te achterhalen.

 Transparant

Directeur Material Resource Management Nout van Kempen van SUEZ Nederland concludeert hetzelfde. “Met de afvalstoffenheffing verkleint de overheid het verschil tussen verbranden en recyclen en daarmee stimuleert ze het laatste. Juist daarom moet de buitenlandheffing hetzelfde tarief hebben, anders bestaat het risico dat stromen worden geëxporteerd voor een laagwaardiger verwerking dan recycling. Dat zou een contra-effect bewerkstelligen en de recycling in eigen land, en daarmee de ontwikkeling van een circulaire economie, in de wielen rijden.”

Nout van Kempen - SUEZ Nederland:

"Exporterende bedrijven zijn nu gedwongen transparant te zijn over welk volume van hun stromen wordt gerecycled."

Solide regeling opgezet

Van Kempen vindt dat de rijksoverheid een solide regeling heeft opgezet voor een verantwoorde verwerking van afvalstromen in het buitenland, gebaseerd op daadwerkelijk geëxporteerde volumes. “Exporterende bedrijven zijn nu gedwongen transparant te zijn over welk volume van hun stromen wordt gerecycled en wat er wordt verbrand of gestort. Ook klanten eisen een dergelijk inzicht, want ze verwachten van hun afvaldienstverlener dat deze de sortering en recycling van hun afval zoveel mogelijk optimaliseert.”

Robert Corijn - Attero:

"We kunnen de rijksoverheid een compliment maken dat ze onze ideeën ter harte heeft genomen."

Mogelijke risico’s bij uitvoering

Nu de hogere buitenlandheffing een feit is, maakt de afvalsector zich sterk om de risico’s bij de uitvoering in de praktijk te minimaliseren. Het succes van de buitenlandheffing staat of valt met een adequate handhaving en monitoring door ILT. Bij het volgen en controleren van buitenlandse stromen doen zich complicaties voor (zie kader). Zo kan de buitenlandse verwerker residustromen weer aan andere partijen aanbieden. Hoe verder weg in de keten, hoe moeilijker stromen te volgen zijn. “Neprecycling ligt dan op de loer”, stelt Cornelissen vast. “De ILT kan bij haar controles de verklaring van de ontvangende partij in het buitenland beoordelen, maar weet niet wat verderop in de keten gebeurt. Onbekend blijft hoeveel residu later alsnog zonder heffing wordt verbrand of gestort. Een bedrijf kan aangeven dat 90 procent van een mengstroom wordt gerecycled, terwijl dit in de praktijk slechts 50 procent is. Dit valt voor de ILT niet te controleren. Voor de exporteur kan dit veel geld schelen. Nederlandse marktpartijen ondervinden hierdoor concurrentienadeel. De regelgeving biedt hiervoor nog geen oplossing.” Cornelissen vindt het van belang dat overheid en marktpartijen zich hiervan bewust zijn.

Bas Cornelissen - AVR:

"Neprecycling ligt op de loer."

Milieu, economie en werkgelegenheid niet gebaat bij importheffing

Europa

Europa