Westminster ontwaakt

Impact Brexit op EU-afvalhandel

Artikel - 29 januari 2018

Het Verenigd Koninkrijk verlaat de Europese Unie. De Brexit, maar ook andere ontwikkelingen, maken de Britse sector onzeker. De Britten zijn alvast gestart met het vormgeven van een nieuwe, Britse afvalregelgeving. Nederland kijkt als belangrijke handelspartner met belangstelling toe en gaat het gesprek aan.

Auteur: Michel Robles ©copyright


De Brexit krijgt onherroepelijk impact op de afvalmarkt, zowel voor het Verenigd Koninkrijk als de Europese Unie. Verloopt de procedure volgens planning, dan vindt de uittreding maart 2019 plaats. Dit betekent een nieuwe en eigen Britse afvalwetgeving. De eerste contouren daarvan worden zichtbaar en lijken eerdere zorgen van het Britse afvalbedrijfsleven te logenstraffen. “Laat ik heel duidelijk zijn”, beklemtoonde de Britse premier Theresa May 11 januari bij de presentatie van het milieuplan voor de komende 25 jaar: “Brexit zal geen verlaging betekenen van de milieustandaarden. We zullen de kans die Brexit ons verschaft, gebruiken om de bescherming van ons milieu te versterken en te verbeteren – niet om ze te verzwakken.”

Lees meer »

Groene Brexit

Eerder had ook milieuminister Michael Gove een ‘groene Brexit’ aangekondigd. Dezelfde week als May’s speech bevestigde Gove’s onderminister Thérèse Coffey, als milieustaatssecretaris onder meer verantwoordelijk voor het afvalbeleid, dit in het Britse Hogerhuis. “De industrie maakt zich nodeloos zorgen”, benadrukte zij, in antwoord op kritische vragen over de gevolgen van de Brexit voor de afvalhandel met EU-landen. Zij legde uit dat de huidige Britse regelgeving ook boven-Europees gewaarborgd is, door de goeddeels vergelijkbare regels en normen van de Wereldhandelsorganisatie WHO en de OESO. Volgens Coffey zal zelfs een harde Brexit geen probleem zijn voor de afvalhandel. Wel ziet ze graag een ander fundament onder de recyclingdoelen, namelijk om ze niet langer te baseren op gewicht, maar op grondstoffenefficiëntie.

De afvalhandel met EU-lidstaten kan volgens de Britse regering gewoon doorgaan

Tariefmuren

De afvalhandel met EU-lidstaten kan volgens de Britse regering dus gewoon doorgaan. De angst van Britse bedrijven dat de Brexit nieuwe tariefmuren zou meebrengen, delen Coffey en haar ambtenaren niet. “De afvalhandel met EU-landen kenmerkt zich vooral door omvangrijke export van onze kant, met name van RDF (refuse derived fuel) naar afvalenergiecentrales (AEC’s) met overcapaciteit in landen als Nederland. Maar voor die export betalen wij grotendeels al. Dat is geregeld als een kwestie van wederzijds gezond verstand.”

Innige handelsrelatie
Nederland en het Verenigd Koninkrijk onderhouden als buurlanden een innige handelsrelatie. Ook op afvalgebied. Een aanzienlijk deel van het Britse brandbaar restafval wordt uitgevoerd naar Nederland, Zweden, Denemarken en Duitsland. Het betreft export van voorbewerkt RDF (refuse derived fuel) waarvan Nederland met ongeveer 1,5 megaton op jaarbasis de voornaamste afnemer is. Nederlandse exploitanten van afvalenergiecentrales (AEC’s) wekken hiermee duurzame energie op. Boris van der Ham, voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven, benadrukt de meerwaarde van de Britse afvalstroom: “Het Verenigd Koninkrijk maakt goed gebruik van de beschikbare capaciteit in de rest van Europa. Hierdoor kan zij zelf vooral investeren in recycling.”
De Britten komen relatief goedkoop en schoon af van reststromen die voorheen gestort werden. De besparing aan broeikasemissies (methaan) ligt – overzees transport meegerekend – rond de 90 procent. De ‘gate fees’ per ton RFD zijn altijd nog goedkoper dan de binnenlandse stortbelastingen. “Gezond-verstandhandel”, concludeert Ray Georgeson van de Britse Resource Association. De handel en overbrenging van afvalstoffen betitelen de Britten als ‘vrij glad verlopend’, ondanks procedurele hindernissen, waaraan wordt gewerkt binnen de Green Deal North Sea Resources Roundabout.

Ernstig zorgen

Desondanks maakt de Engelse afvalindustrie zich ernstig zorgen. Ray Georgeson, CEO van Resource Association, de brancheorganisatie van de Britse recyclingindustrie: “Niet alleen Brexit, maar ook de Chinese importban (China heeft recent zijn kwaliteitseisen voor de afvalimport aangescherpt, red.) en het Europese Circular Economy Package maken de Britse sector onzeker. Daarbij komt dat onze regering jarenlang geen coherente afval- en grondstoffenstrategie had.”
De Britse zorgen werden op 22 november 2017 uitgebreid behandeld tijdens een Britse Hogerhuis-hoorzitting over afvalbeleid en Brexit. Brexit bleek ook tijdens deze hoorzitting niet het grootste pijnpunt. Waar de uitgenodigde Britse experts vooral tegen fulmineerden was het afvalbeleid van de Britse regering.

Milieubeleid wegbezuinigd

Terwijl Wales en, meer recent, Schotland hun onafhankelijke bestuursbevoegdheden benutten om uitstekende recyclingpercentages te bereiken, ontbreken in Engeland – centraal bestuurd vanuit Westminster – visie en politieke daadkracht, klaagden de kenners. Veel milieubeleid is wegbezuinigd of uitbesteed. Het Britse milieuministerie (Defra) is ingekrompen en beperkte zich jarenlang goeddeels tot ‘Europa volgen’. De uitvoering is gedecentraliseerd naar lagere overheden, maar budgetten werden gehalveerd en sancties voor falen ontbreken.

Nederland en het Verenigd Koninkrijk onderhouden als buurlanden een innige handelsrelatie

Klappen

“Aanvankelijk waren we, aangejaagd door EU-regelgeving, hard op weg om de Europese 2020-doelstellingen voor storten (35 procent ten opzichte van 1995) en recycling (50 procent) te halen, vooral door gescheiden inzameling”, vertelt CEO Lee Marshall van LARAC, de organisatie van lokale uitvoeringsinstanties voor recycling. “Maar door de crisis en de bezuinigingen vielen lokale overheidsinitiatieven stil, en daarmee private innovaties.”
Voor plasticrecycling kwam daar volgens Georgeson de dubbele klap bij van enerzijds inzakkende olieprijzen – waardoor virgin plastics goedkoop werden – en anderzijds China dat zich aandiende als mega-recycler. Een exportgolf volgde, waar belangrijke Britse recyclers aan onderdoor gingen. Thérèse Coffey nuanceerde in het Hogerhuis de kritiek op de Engelse recyclingprestaties. Ze wees erop dat Engeland veel meer verstedelijkt is dan Wales en Schotland en daardoor kampt met grotere inzamelingsproblemen in hoogbouwgebieden.

Flexibiliteit

Eén ding lijkt zeker: er moet in het Verenigd Koninkrijk serieus geïnvesteerd worden in afvalverwerking. Op langere termijn zijn er twee opties, concluderen mensen als Marshall: vol inzetten op recycling en/of toch voorlopig op waste-to-energy. De focus op recycling strookt met het EU-beleid en kan volgens sommigen veel extra arbeidsplaatsen opleveren. “Maar”, zo waarschuwt Mike Brown, secretariaat voor de Britse RDF Industry Group: “bij het door de Europese Commissie eerder voorgestelde recyclingpercentage voor gemeentelijk afval van 65 procent in 2030 dreigt straks juist weer overcapaciteit bij onze verbrandingsinstallaties. Exploitanten zullen flexibiliteit moeten inbouwen in hun industrie.” Georgeson vindt een stapsgewijze overgang naar ‘circulair’ logisch. “Maar langdurig vasthouden aan waste-to-energy gaat de recyclingdoelen van het Circular Economy Package dwars zitten”.

NSRR Green Deal: goede voortgang
Doel van de in 2016 afgesloten Green Deal North Sea Resources Roundabout is om procedurele obstakels weg te nemen voor onderlinge handel in secundaire grondstoffen. Wat is er intussen bereikt? Best veel, stelt projectleider Robine van Dooren van RVO Nederland. En dat ondanks de onzekerheden rond onder meer de Brexit. “Onze Britse collega’s zijn zich erg bewust dat we na de Brexit creatiever moeten samenwerken aan de Noordzee-handelsrelaties. Green Deals zijn daarvoor een goed model. Ondertussen hebben de probleemanalyses binnen de Green Deal er onder meer toe bijgedragen dat compost in Nederland de einde-afvalstatus heeft. Daarmee komt export naar bijvoorbeeld het noorden van Engeland dichterbij.” Ook voor secundaire grondstoffen uit PVC-recycling komt einde-afval versneld dichterbij. “Voorts is struviet (fosfaat uit rioolslib) als casus toegevoegd en onderzoeken we samen met Oostenrijk hoe recyclers sneller goedkeuringsprocedures kunnen doorlopen voor internationale handel onder de EVOA-richtlijn.” Er kunnen trouwens nog ideeën en toepassingen voor nieuwe casussen worden ingebracht, benadrukt Van Dooren.

Bezoek aan Londen

De Nederlandse afvalsector kijkt met veel belangstelling naar de ontwikkelingen bij onze westerburen. De Brexit en de andere recente ontwikkelingen op de wereldwijde afvalmarkt raken de onderlinge handelsrelatie. Aanleiding voor de Vereniging Afvalbedrijven om oktober 2017 een bezoek te brengen aan het Britse afvalbedrijfsleven. De Britse sector werd vertegenwoordigd door de private sector en decentrale overheden die in Engeland verantwoordelijk zijn voor het (laten) ophalen en verwerken van stedelijk - en bedrijfsafval. Doel van het werkbezoek was om samen de toekomstige Brits-Europese en Brits-Nederlandse handelsrelatie te overdenken. De Vereniging Afvalbedrijven nam ook deel aan de Britse Hogerhuis-hoorzitting op 22 november 2017. Boris van der Ham, voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven: “Het werd tijd om vast te stellen in welke zaken wij wederzijds goed zijn, zodat we gezamenlijk kunnen zorgen dat de huidige handelssituatie minimaal gehandhaafd blijft.” Georgeson: “Bij zo’n werkbezoek leer je elkaars dilemma’s begrijpen. Belangrijk, want als handelsnaties zijn we traditioneel met elkaar vervlochten.”

Strategie regering

Hoe dan ook, Westminster is ontwaakt. Eind november publiceerde de Britse regering haar Industriestrategie, met daarin forse nieuwe investeringen en ruimschoots kringloopintenties. Het recente 25-jarenplan wordt halverwege 2018 aangevuld met een specifieke afval- en grondstoffenstrategie. Duidelijkheid, en daarmee nieuwe handelsperspectieven, dagen aan de horizon. “Ergens gaat het vast pijn doen”, verwacht Georgeson. “Maar het is net voetbal: zolang de regering als scheidsrechter maar fair is, valt verlies te dragen.”

Terugdringen van storten
Het Verenigd Koninkrijk heeft de afgelopen decennia aanzienlijk geïnvesteerd in het terugdringen van het storten van afval. Niet zonder succes. Het stortpercentage voor stedelijk afval is gereduceerd van 90 procent naar rond de 30 procent, door een focus op recycling en waste-to-energy voor brandbare reststromen. Groot-Brittannië telt binnenkort 41 afvalverbrandingsfaciliteiten met een totale jaarcapaciteit van 16 tot 18 megaton. Genoeg is dat niet, vandaar dat jaarlijks rond 4 megaton voorbewerkt RDF (refuse derived fuel) naar andere EU-landen wordt gebracht om daar te worden verwerkt. Die export bespaart jaarlijks circa 2 miljoen CO₂-equivalenten doordat minder afval wordt gestort in het Verenigd Koninkrijk.

"Brexit zal geen verlaging betekenen van de milieustandaarden."
Theresa May - Britse premier
"De industrie maakt zich nodeloos zorgen."
Thérèse Coffey - Britse milieustaatssecretaris
"Brexit en de Chinese importban maken de Britse sector onzeker."
Ray Georgeson - Resource Association
"Aangejaagd door EU-regelgeving waren we hard op weg om de Europese 2020-doelstellingen voor storten en recycling te halen."
Lee Marshall - LARAC
"Exploitanten moeten flexibiliteit inbouwen in hun industrie."
Mike Brown - RDF
"Het werd tijd om vast te stellen in welke zaken wij wederzijds goed zijn."
Boris van der Ham - Vereniging Afvalbedrijven
"Onze Britse collega’s zijn zich erg bewust dat we na de Brexit creatiever moeten gaan samenwerken."
Robine van Dooren - RVO Nederland