Vlaamse exportheffing als voorbeeld

Nultarief exportheffing ondermijnt afval- en recyclingbranche

Artikel - 07 april 2016

Exporteurs betalen voorlopig geen exportheffing voor brandbaar restafval. De afvalsector betreurt dit besluit van staatssecretaris Wiebes van Financiën. Zonder exportheffing dreigt afval weg te lekken naar het buitenland. Een pasklare oplossing dient zich aan: de Vlaamse systematiek. Onze zuiderburen laten zien dat een exportheffing in de praktijk werkt en handhaafbaar is.

Auteur: Addo van der Eijk  ©copyright

Recent besloot staatssecretaris Wiebes van Financiën de exportheffing voor de afvalstoffenbelasting op nul te stellen. Europeesrechtelijk niet houdbaar, niet uitvoerbaar en niet handhaafbaar, zo oordeelde Wiebes in zijn brief. Weliswaar tijdelijk en met de belofte in gesprek te gaan met de branche, maar vooralsnog zonder een duidelijke einddatum. De afvalsector, vurig pleitbezorger van de exportheffing, reageert teleurgesteld. “Onverstandig”, zegt Wieger Droogh, algemeen directeur van SUEZ Nederland, over Wiebes’ besluit. “Door geen heffing te rekenen, brengt hij de Nederlandse recycling- en afvalinfrastructuur in gevaar. Het schaadt de vergroening en de werkgelegenheid.”

Lees meer »

Weglekken voorkomen

Een terugblik. Begin 2015 startte een nieuw sturingsinstrument: de afvalstoffenbelasting op brandbaar restafval. Het doel was tweeledig: enerzijds de schatkist spekken met een extra 100 miljoen euro, anderzijds het restafval beperken en het scheiden bevorderen. De sector was het hiermee eens, mits er een exportheffing en daardoor een gelijkwaardig speelveld zou komen. Droogh: “Maken we het verwerken van brandbaar restafval duurder, dan kan dat de vergroening stimuleren. Als we, en dat is cruciaal: het weglekken van stromen over de grens voorkomen. De belasting moet dus tevens gelden voor de export.” Het prijskaartje ziet er nu als volgt uit: in eigen land verwerken van Nederlands brandbaar restafval kost 13,07 per ton extra, terwijl export van dezelfde stroom gratis is. Een perverse prijsprikkel dus, waarmee het buitenland lonkt.

Vlaamse systematiek werkt efficiënt en is controleerbaar

De Vlaamse systematiek laat zien dat een exportheffing in de praktijk werkt en handhaafbaar is

Ongelijk speelveld

Een ongelijk speelveld, stelt Droogh dan ook vast, met verstrekkende gevolgen. “Partijen die vrij zijn om te bewegen met hun afval, zoeken naar goedkopere buitenlandse afzetkanalen. Daardoor loopt het aanbod van brandbaar afval in Nederland terug. Het besluit zet Nederlandse bedrijven onder druk om gedane investeringen terug te verdienen.” Duidelijkheid is juist in deze tijd cruciaal, benadrukt Droogh. “Om als afvalbedrijf beleid te maken en te investeren in de circulaire economie.”
Niet alleen Nederlandse afvalenergiecentrales (AEC’s) lopen bij een vlucht naar het buitenland gevaar, ook de binnenlandse scheiding- en recyclingindustrie. Bij sorteer- en recyclingprocessen komen residustromen vrij, die vaak noodgedwongen worden verbrand met energieopwekking. In eigen land kost dat dus 13,07 euro per ton, in het buitenland bestaat deze kostenpost niet. Wiebes’ besluit maakt recycling in Nederland relatief duurder.

Aanbestedingen

Twence, gelegen bij de Duitse grens, is er niet gerust op. “Klanten hoeven bij ons maar even door te rijden, om het prijsvoordeel te pakken. Een tiental Duitse AEC’s ligt binnen een afstand van honderdvijftig kilometer.” Aan het woord is Wim de Jong, senior-adviseur strategie en beleid bij Twence. Het ongelijke speelveld gaat voor sommige gemeenten al op. “Gemeenten die hun restafval al naar Duitse AEC’s brengen, hoeven nu geen afvalstoffenbelasting te betalen. Nederlandse AEC’s brengen immers de belasting in rekening. Bij nieuwe aanbestedingen vrezen wij dat ontdoeners in de grensregio’s vanwege het belastingvoordeel kiezen voor Duitse verwerkers.” De Jong spoort Wiebes aan tot daadkracht. “Eerder verzette de staatssecretaris zich tegen een exportheffing. Ook bij de uitwerking lijkt de wil te ontbreken. Lukt het niet om de grenseffecten te neutraliseren, dan moet de gehele afvalstoffenbelasting van tafel. Ook dan ontstaat er weer een gelijk speelveld.”

Staatssecretaris Wiebes van Financiën besloot de exportheffing voor de afvalstoffenbelasting op nul te stellen. ‘Europeesrechtelijk niet houdbaar, niet uitvoerbaar en niet handhaafbaar’, aldus Wiebes.

Vlaamse aanpak

Wiebes doet in zijn brief een handreiking. Hij nodigt de sector uit om samen na te denken over een werkbaar alternatief. De Vereniging Afvalbedrijven neemt het aanbod met beide handen aan. Sterker nog, de sector komt met een pasklare oplossing: het Vlaamse systeem. “Vlaanderen kent al geruime tijd een exportheffing op brandbaar restafval. Een bewezen systematiek, die dus ook Europees juridisch standhoudt”, zegt Florens Slob, directeur business development van Van Gansewinkel.

Positieve ervaringen

Dat de Vlaamse methodiek efficiënt werkt en controleerbaar is, weet het bedrijf uit eigen ervaring. “Als Van Gansewinkel opereren wij in Vlaanderen en exporteren we ook dit soort afvalstromen over de grens. Dat kan naar Nederland zijn, maar in België geldt dezelfde werkwijze wanneer het de grens van een Gewest - Vlaanderen, Brussel en Wallonië - passeert. Net als in Nederland zijn in België primair de AEC’s en stortplaatsen de belastingplichtige partij. Bij export komt de belastingplicht bij de exporteur te liggen. Dat gaat met de kwartaalaangifte en is een duidelijk en goed werkbaar systeem.” Hetzelfde geldt voor SUEZ in België. “Op basis van vervoersbewegingen en weegbonnen doen wij afdrachten aan de Vlaamse belastingdienst. Als deze aanpak in Vlaanderen mogelijk is, waarom dan niet in Nederland”, vraagt Droogh zich retorisch af.

Niet dezelfde fout maken
Wim de Jong van Twence brengt de export van begin deze eeuw naar Duitsland in herinnering. “In 2000 bracht een forse verhoging van de afvalstoffenbelasting - destijds op het storten van (brandbaar) restafval - een massale export naar Duitsland op gang. Onze nieuwe scheidingsinstallatie stond stil. De situatie van nu is vergelijkbaar. Laten we niet dezelfde fout maken. Zet de overheid weer de achterdeur open, dan zijn ambities als de grondstoffenrotonde en de circulaire economie een wassen neus.” Massale export betekent volgens De Jong ook: minder opgewekte duurzame energie en minder secundaire grondstoffen in de Nederlandse kringloop. Bovendien bestaat het risico dat afval elders minder hoogwaardig wordt verwerkt.

Bijval voor pleidooi

Het Vlaamse systeem lost volgens Droogh een belangrijk knelpunt op. “Nederland gaat uit van de EVOA-beschikking. Exporteurs zouden gaan betalen op basis van het aangevraagde exporttonnage, niet op basis van de daadwerkelijk geëxporteerde tonnen. Vlaanderen doet dat wel. Het gevolg van de Nederlandse systematiek was afgelopen jaar dat exporteurs veel kleine aanvragen deden, waardoor het aantal aanvragen explodeerde.” Het pleidooi voor de Vlaamse werkwijze krijgt bijval. De Vereniging Afvalbedrijven trekt hiervoor samen op met andere partijen.

Duidelijkheid voor exporteurs

Wiebes’ besluit heeft één voordeel: exporteurs weten nu waar ze aan toe zijn. Exporteurs zaten al enige maanden met de handen in het haar, omdat ze niet wisten hoe de heffing zou uitpakken. Ook was de wetgeving niet duidelijk over specifieke stromen die in Nederland niet belast zijn, zoals zuiverings-slib en afvalhout voor biomassa-energiecentrales. “Binnen de Vlaamse systematiek zijn ook dat soort zaken duidelijk geregeld. De branche hoopt er dan ook snel uit te zijn met het ministerie. Aan onze inzet zal het in ieder geval niet liggen”, aldus Slob.
 
Snel aan de slag
Snel duidelijkheid is belangrijk, benadrukt Florens Slob van Van Gansewinkel. “We moeten meteen samen met het ministerie aan de slag met een duidelijk stappenplan, zodat Wiebes de oplossing voor de zomer kan meenemen in het Belasting-plan 2017. Dat moet met ons uitgeschreven voorstel kunnen. Zeker als we bereid zijn om te leren van onze zuiderburen.” Slob ziet 1 januari 2017 als een realistische invoerdatum. “Door samen met de Belastingdienst en het ministerie van Infrastructuur en Milieu de schouders eronder te zetten, creëren we duidelijkheid en geven we een helder signaal naar de markt dat dit slechts een tijdelijke situatie is. We hebben als branche duidelijk beleid nodig om bewust te kunnen investeren in recycling en de transitie naar een circulaire economie.”

"Door geen heffing te rekenen, brengt staatssecretaris Wiebes de Nederlandse recycling- en afvalinfrastructuur in gevaar."
Wieger Droogh - SUEZ
"Vlaanderen kent al geruime tijd een exportheffing op brandbaar restafval. Een bewezen systematiek die Europees juridisch standhoudt."
Florens Slob - Van Gansewinkel
"Zet de overheid de achterdeur open, dan zijn ambities als de grondstoffenrotonde en de circulaire economie een wassen neus."
Wim de Jong - Twence