VA ziet samenwerking met vertrouwen tegemoet

Reactie VA op programma Van Afval Naar Grondstof

Artikel - 26 maart 2014

Met haar programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) zet staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu een ambitieuze koers uit naar een circulaire economie. De Vereniging Afvalbedrijven (VA) waardeert de aanpak, en pakt de uitgestoken hand aan om de ambities waar te maken. In dit artikel geven de voorzitters van drie Afdelingen de visie van de VA op het programma.

Door Harry Perrée ©Copyright

Met het programma Van Afval Naar Grondstof toont staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu ambitie. Hoofddoel is het verder aanjagen en vervolmaken van de circulaire economie. In 2020 moet Nederland de hotspot zijn van de circulaire economie, zo stelt Mansveld. Ze wil de transitie samen met bedrijven, instellingen en burgers vormgeven. De Vereniging Afvalbedrijven (VA) gaat die gezamenlijke uitdaging aan. "De hele afvalbranche spant zich in om zo duurzaam mogelijk met afvalstoffen om te gaan en zoveel mogelijk hergebruik van grondstoffen te bewerkstelligen", zo beschrijft Jaap Pranger, voorzitter van de VA-Afdeling Energie uit Afval, de inspanningen van de afvalbranche. "Bedrijven verleggen hun business door te kijken: wat kan ik met dat afval nuttiger doen, zodat je aan waardecreatie doet?"

Zijn collega, Ger de Jong, voorzitter van de Afdeling Bioconversie, ziet tot zijn vreugde dat de overheid met het programma koersvaster wordt. "Dat is alleen maar goed voor de sector. Rond de eeuwwisseling vroegen partijen zich af: moeten we doorgaan met gft of niet? Dit programma creëert duidelijkheid. Met elkaar kiezen we voor een hoogwaardige verwerking van afval. Wij staan te popelen om het nieuwe beleid uit te voeren. Daar gaan we nu mee aan de slag."
De afvalsector kan alleen maar blij zijn met het programma, zegt ook Florens Slob, voorzitter van de Afdeling Recycling en Inzameling. Het ministerie legt volgens hem de lat hoog. "De uitdaging die daarbij hoort is: hoe ga je de ambities nader invullen? Het realiseren van hogere recyclingpercentages vereist bijvoorbeeld extra afvalscheiding aan de bron of nascheiding. Kunnen dergelijke maatregelen economisch uit, dan waren ze vandaag de dag al ingevoerd. Er zullen dus besluiten moeten komen die extra recycling stimuleren. Vooral het huishoudelijk afval vraagt forse stappen. In het restafval zitten nog steeds teveel recyclebare stromen, waaronder textiel en huishoudelijke apparaten." Hij roept bedrijven op om vooral te 'doen' en circulaire projecten te starten.

Lees meer »

Ambities van afvalbeleid
In haar brief aan de Tweede Kamer benoemt staatssecretaris Mansveld vier ambities van het afvalbeleid:

  1. belemmeringen wegnemen die ondernemers ervaren bij het circulair maken van hun productieprocessen en hergebruiken van reststromen;
  2. de hoeveelheid materiaal die de economie 'verlaat' naar afvalenergiecentrales en stortplaatsen (in 2012 tien miljoen ton) in tien jaar tijd halveren;
  3. huishoudelijk afval beter scheiden: 75 procent in 2020;
  4. Nederland is in 2020 hotspot van de circulaire economie.

Samenwerking van overheden, bedrijven, instellingen en burgers moet VANG-ambities waarmaken

Circulair ontwerpen

Een circulaire economie betekent vooral verduurzamen aan de voorkant van de keten. Het is één van de acht operationele doelen die in het programma zijn uitgewerkt. Zo broedt de overheid op een kennisinstituut voor circulair ontwerpen. Slob juicht een dergelijk instituut toe. "Het centrum zou de kennis van recyclingbedrijven moeten koppelen aan designkennis van producenten", zegt hij. In Eindhoven doen Van Gansewinkel en Philips met de ontwikkeling van de Senseo Eco Viva ervaring op. Techneuten van beide bedrijven schoven aan tafel om, aldus Slob, "elkaars verhaal aan te horen. Hoe maak je designkeuzes? Welke materialen kies je? En hoe recycle je zo’n apparaat vervolgens? In de Senseo wordt uiteindelijk vijftig procent gerecycled materiaal toegepast."
Met het programma mikt de staatssecretaris op het beter scheiden van huishoudelijk afval. Ze legt de lat op 75 procent gescheiden inzameling in 2020. Een forse opgave. Winst valt met name te halen met deelstromen als gft, textiel, en papier en karton. Het kabinet wil samen met gemeenten komen tot een plan van aanpak. De VA spant zich al jaren in om de inzameling van gft - het grootste aandeel in restafval - te verbeteren. Momenteel loopt het project Gft-inzameling omhoog!. De Jong: "Een gft-expert vent namens ons bij gemeenten het verhaal uit van gft en vergisting, van de kracht van compost als bodemverbeteraar, en probeert samen met gemeenten tot intensivering van het gft-inzamelbeleid te komen. Daar krijgen we plezierige reacties op. De aller-plezierigste reactie is dat ook de grote steden in beweging komen. Zo gaat Rotterdam in een aantal deelwijken gft inzamelen." Het gft-verhaal wil De Jong graag samen met het ministerie uitdragen.
De gft-expert heeft inmiddels een waslijst best practices verzameld, die onthullen wat gemeenten kunnen doen om gft-inzameling naar een hoger niveau te tillen. Beter scheiden blijkt mogelijk, zo toont de lijst aan. "Voorlichting aan de burger, betere faciliteiten, vaker ophalen: tal van maatregelen werpen hun vruchten af. Als het om papier gaat: introductie van de blauwe container. Je hoeft als gemeente geen rocket science uit te voeren om betere inzamelresultaten te behalen."
Wat De Jong betreft mag Mansveld de teugels strakker aantrekken. Zeker nu de staatssecretaris het doel voor gescheiden inzameling heeft verhoogd. "Alle gemeenten zijn al verplicht gft gescheiden in te zamelen. Wat wij willen is dat met name de grote steden dat begrijpen, en dat op de verplichting wordt gehandhaafd. Ik vind inzameldoelen per inwoner voor huishoudelijke stromen als papier, gft, glas en restafval een goed plan. We willen zoveel mogelijk grondstoffen terug in de keten brengen."

Om de doelstelling van 75 procent gescheiden inzameling huishoudelijk afval in 2020 te halen is meer gft-inzameling essentieel

Vliegen vangen met afval
Omdat ze aan het einde van de keten zitten, lijken afvalenergiecentrales op het eerste gezicht niet in de grondstofbusiness te zitten. Maar schijn bedriegt. "Wij hebben een nadrukkelijke rol om samen met gemeenten slimmer om te gaan met afvalinzameling en het terugwinnen van grondstoffen uit afval”, zegt Jaap Pranger, directeur van AEB Amsterdam. Het bedrijf werkt aan diverse projecten om grondstoffen terug te winnen. Zo werken ze mee aan een initiatief rond het scheiden aan de bron van textiel en worden plannen ontwikkeld voor nascheiding. "Er loopt hier een onderzoeksprogramma om een eiwitproductie op te zetten door vliegen te kweken op organisch afval van burgers in Amsterdam. De larven zijn eiwitrijk en kunnen in de diervoederindustrie worden afgezet."

Halvering afvalstroom

Een honderd procent circulaire economie is een ideaal, erkent Mansvelds programma, en voorlopig geen realiteit. Wat niet gerecycled kan worden gaat naar afvalenergiecentrales (AEC's) en stortplaatsen. Die afvalstroom moet, stelt het kabinet, binnen tien jaar tijd gehalveerd worden. Pranger onderschrijft deze ontwikkeling. Naar zijn mening is het geen doel op zich, maar een logisch gevolg van een circulaire economie met meer preventie en recycling. Hij noemt ook een ander belangrijk aspect: "We hebben AEC's in Nederland met een hoge energie-efficiency. We leveren een belangrijk aandeel aan de doelstelling om de energieproductie in Nederland te vergroenen." Momenteel is dat vijftien procent. Halvering van de stroom richting AEC's hoeft geen probleem te zijn, legt Pranger uit. "Zolang we brandbaar restafval uit het buitenland importeren helpen we andere landen, waar de afvalverwerking van minder hoog niveau is, om het storten te verminderen." Pranger pleit voor een koppeling tussen het programma van Mansveld en het Energieakkoord, afgelopen jaar ondertekend door minister Kamp van Economische Zaken en ruim veertig organisaties.
Het is ook zaak de afvalstoffenbelasting die voor 2015 op het programma staat, slim en creatief in te vullen, zodat de belasting daadwerkelijk de circulaire economie stimuleert. "Het is van belang om de belasting zodanig vorm te geven dat het de huidige Nederlandse afvalbeheerstructuur niet aantast. Hef de belasting niet aan het einde van de keten, zoals met de stortbelasting, maar aan het begin waar het afval ontstaat: bij de ontdoener van de afvalstoffen. Een stortbelasting ontgroent, terwijl een heffing op restafval de transitie naar de circulaire economie een impuls geeft. Daar draait het om."

Grondstoffenlabel
Het VANG-programma noemt een grondstoffenlabel - een 'ingrediëntenopgave' van producten - als middel om de recycling op te schroeven. Florens Slob, voorzitter van de Afdeling Recycling en Inzameling: "Zo'n label vergroot de transparantie en maakt producenten bewust van materialen die zij gebruiken. Het stimuleert om efficiënter en duurzamer te produceren. Wij willen graag met de overheid nadenken over de concrete invulling van een grondstoffenlabel, want eenvoudig is het niet. Duidelijk is wel dat de invulling moet aansluiten op de huidige succesvolle praktijk. In het belang van de internationale concurrentiepositie moet een dergelijk label in elk geval op Europees niveau worden ingevoerd." Voor het verder stimuleren van recycling denkt Slob ook aan het verplicht stellen van een minimumpercentage van secundaire grondstoffen voor producten.

"Er moeten besluiten komen die extra recycling stimuleren."
Florens Slob - Voorzitter Afdeling Recycling en Inzameling
"Wij staan te popelen om het nieuwe beleid uit te voeren."
Ger de Jong - Voorzitter Afdeling Bioconversie
"De hele afvalbranche spant zich in om grondstoffen te hergebruiken."
Jaap Pranger - Voorzitter Afdeling Energie uit Afval)