Strubbelingen met omgevingsdiensten

Lange procedures, onderbezetting en gebrek aan expertise

Artikel - 31 januari 2018

Weinig expertise, traag en geen uniforme beoordeling. Een groot aantal afvalbedrijven klaagt steen en been over de omgevingsdiensten. Ze kunnen niet tijdig inspringen op de vraag van de markt. Gérard Bouman, voorzitter van de brancheorganisatie van omgevingsdiensten, reageert.

Auteur: Han van de Wiel  ©copyright

“Omgevingsdiensten en bedrijven zullen altijd twee werelden blijven. Op zich is daar niets mis mee”, zegt Max de Vries, directeur van de BRBS Recycling, de branchevereniging breken en sorteren. Hoé verschillend werd duidelijk na een inventarisatie van de Vereniging Afvalbedrijven. Ze vroeg haar leden naar ervaringen met de relatief jonge omgevingsdiensten. Een kleine bloemlezing: ‘Tot op heden geen reactie’. ‘Een vertraging van 7 maanden’. ‘Geen duidelijkheid wie de aanvraag in behandeling neemt en wie bevoegd gezag is’. ‘Verschillende wisselingen van contactpersoon, waardoor veel vertraging is opgelopen’. ‘Pas na twee jaar een conceptbeschikking’. ‘Alsmaar aanvullende vragen’. ‘Planning onmogelijk vanwege bezettingsproblemen’.

Lees meer »

Extra voorzichtig

De algemene teneur: bij omgevingsdiensten ontbreekt de specialistische afvalexpertise, duren vergunningprocedures te lang, worden termijnen overschreden en vergunningaanvragen niet uniform beoordeeld door het snel wisselende personeelsbestand. Disclaimer: lang niet alle afvalbedrijven hebben problemen met hun omgevingsdiensten. En ook bij afvalbedrijven die dat wél hebben, bestaat begrip voor de ingewikkelde materie die de omgevingsdiensten op hun bord krijgen, met name door de snel veranderende wetgeving. “Pittig, en lastig om allemaal bij te houden”, zegt Albert van Veldhuizen, manager SHEQ bij Renewi. “Bovendien zijn ze extra voorzichtig, omdat ze niet graag teruggefloten worden door de Raad van State.”

Vijf jaar operationeel

Een aantal vertegenwoordigers van bedrijven wil zijn ervaringen toelichten. Gérard Bouman, voorzitter van Omgevingsdienst NL, de vereniging waarin de omgevingsdiensten samenwerken en kennis delen, reageert. Hij herkent de kritiek maar ten dele. Bovendien vindt hij het lastig in te gaan op individuele ervaringen, die geanonimiseerd zijn. Hij wijst op het feit dat de meeste omgevingsdiensten nu een kleine vijf jaar operationeel zijn. Bouman: “Het heeft veel tijd en energie gekost om de 29 omgevingsdiensten, met in totaal zevenduizend mensen, op te tuigen. Er was vijf jaar geleden niks. Maar ik snap dat leden van de Vereniging Afvalbedrijven vragen hebben.”

De Vereniging Afvalbedrijven vroeg haar leden naar ervaringen met omgevingsdiensten. Veelgehoorde klachten: ontbreken specialistische afvalexpertise, overschrijden termijnen en niet-uniforme beoordeling vergunningaanvragen.

Wrijving

Tussen de twee werelden kan behoorlijke wrijving ontstaan. “Doordat de omgevingsdiensten traag werken, kunnen we niet altijd tijdig anticiperen of inspelen op de vraag van de markt”, zegt Marco Goverde van Indaver. “Daardoor gaan opdrachten aan onze neus voorbij.” Indaver heeft ervaringen met zes omgevingsdiensten. Goverde: “Onze ervaringen zijn wisselend, maar in het algemeen kun je zeggen dat vergunningprocedures onnodig lang duren. Het voortraject neemt vaak al maanden in beslag, en dan krijg je bij de vergunningaanvraag toch nog allerlei aanvullende vragen, die volgens mij in het voortraject aan de orde hadden kunnen komen.”

Innoveren

In het voortraject beoordeelt de omgevingsdienst hoe kansrijk een initiatief is, daarna moet het ook te vergunnen zijn, zegt Bouman. “Bedrijven hebben dan vaak het idee dat we de business weghalen, dat herken ik. Dat geldt zeker voor bedrijven die circulair willen werken, en tegen wet- en regelgeving aanlopen. Maar wij zijn een uitvoerende organisatie die moet werken met principes die in de wet zijn vastgelegd.” Toch ziet hij wel degelijk mogelijkheden voor innovatie. “Als bedrijven willen innoveren, moeten ze vroegtijdig bij ons aankloppen. Dan vinden we altijd wel ruimte voor een proefproject. Bedrijven die serieus werken, doen dat ook. Maar als pas tijdens een toezicht blijkt dat een bedrijf afwijkt van de regels zonder daarover te hebben gecommuniceerd, dan is het te laat.”

Communicatie

Albert van Veldhuizen, manager SHEQ bij Renewi, heeft vergelijkbare ervaringen. “Ik snap dat het werk van de omgevingsdiensten pittig is. Maar we merken dat de communicatie niet altijd optimaal is. Omgevingsdiensten huren vaak externe deskundigheid in, waardoor trajecten lang duren.” Bovendien hebben nieuwe mensen een nieuwe visie, wat tot nog meer vertraging leidt.

Kennisachterstand

Het ontbreken van eigen expertise bij sommige omgevingsdiensten is ook Max de Vries een doorn in het oog. “Neem de EVOA-beschikking, over afvaltransport in Europa. De inspecteurs van de omgevingsdiensten weten niet altijd waar dat over gaat. Ze zijn heus wel genegen die kennisachterstand in te lopen, zeker. En komen daarvoor bij onze bedrijven kijken. Maar door personeelswisselingen gaat die kennis weer snel verloren.” De Vries zegt dat de omgevingsdiensten de wil hebben om te verbeteren. Zo zijn ze in het oosten van het land bezig om de oude brancheteams weer in ere te herstellen. “Brancheteams zijn een grote wens van ons.”

29 Omgevingsdiensten
Sinds 2014 telt Nederland 29 omgevingsdiensten, ook wel regionale uitvoeringsdiensten genoemd. Ze voeren in opdracht van gemeenten en provincies vergunningverlening, toezicht en handhaving uit, vooral op milieugebied. De belangrijkste redenen om ze op te richten: meer robuustheid creëren, en kennis, kunde en capaciteit bundelen.

Industrie is industrie

Er zijn opmerkelijke verschillen in de beoordeling van vergunningaanvragen tussen de 29 omgevingsdiensten, zegt Van Veldhuizen. “Ik snap dat er verschillen zijn in het kennisniveau van omgevingsdiensten die dagelijks met dit bijltje hakken en omgevingsdiensten voor wie dat niet geldt. Maar industrie is industrie, gevaarlijke stoffen zijn gevaarlijke stoffen. Dus waarom wordt de richtlijn voor de opslag van gevaarlijke stoffen, PGS 15, niet overal hetzelfde geïnterpreteerd?” Daar kijkt Bouman van op. “Iedereen die een PGS 15 voorschrijft, moet dat doen op grond van dezelfde uitgangspunten. Als er toch verschillen zijn, is omgevingsdienst.nl het aangewezen platform om dit te bespreken. Dat gebeurt ook al, maar we zouden het meer onder de aandacht kunnen brengen.”

Gelijk speelveld

De omgevingsdiensten hebben een structuur opgetuigd om kennis te delen. Bouman: “Zo moet er een gelijk speelveld ontstaan.” Er is een kennisnet voor onderlinge kennisuitwisseling. Het is toegankelijk voor medewerkers van de omgevingsdiensten en de samenwerkende overheidsinstanties, zoals gemeenten, provincies en veiligheidsregio’s. In een aantal afvalsectoren, waaronder die van autowrakken, afvalenergiecentrales en metaalrecycling, wordt weer branchegericht gewerkt. Bouman: “Brancheteams vinden we een goed idee. Bundeling van kennis en vergunningverlening per afvalsector voor gehéél Nederland is noodzakelijk.”

Eén contactpersoon

Vóór de omgevingsdiensten hadden we te maken met vaste contactpersonen, stelt Marco Goverde. “Nu krijg je bij een vergunningaanvraag bijna standaard een briefje dat het om een complexe aanvraag gaat die meer tijd vraagt.” Goverdes oplossing: één contactpersoon per dossier en tempo maken door zo veel mogelijk vragen in het vooroverleg ‘af te vangen’.
Bijkomend voordeel van één contactpersoon is dat er een vertrouwensrelatie tussen inspecteur en bedrijf kan ontstaan. “Die móet je hebben”, zegt Max de Vries van BRBS Recycling, “anders beperkt een inspectie zich tot het afvinken of de voorschriften worden nageleefd. Of het loodje van de brandblusser niet is gebroken. Terwijl een goede inspecteur het bedrijf zo goed kent, dat hij als het ware in staat is de bedrijfsvoering over te nemen. Dat niveau bereik je alleen als ze een langdurige relatie opbouwen. Bedrijven zijn niet de vijanden van de omgevingsdiensten! De georganiseerde bedrijven willen dat alle bedrijven op dezelfde manier worden beoordeeld, dan kunnen ze eerlijk concurreren.”

Geen ondercapaciteit

Bouman zegt dat de omgevingsdiensten moeite hebben om technisch voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken en vast te houden. “De concurrentie van met name adviesbureaus is groot, of mensen beginnen voor zichzelf. Zeker nu de economie weer groeit. Maar van ondercapaciteit is geen sprake.” De meeste omgevingsdiensten hebben volgens Bouman een flexibele schil van 10 tot 15 procent, “al zitten we daar nu boven.” Van vaste contactpersonen is hij niet gecharmeerd, omdat voorkomen moet worden dat medewerkers ‘vriendjes worden met bedrijven’. “Dan ligt cliëntelisme op de loer. Vandaar dat er om de 3 tot 4 jaar wordt gerouleerd.” “Dat klopt”, zegt De Vries, “maar is eenvoudig op te lossen door een ‘vreemde’ inspecteur over de schouders mee te laten kijken in een auditachtige setting. Dit zou verdere professionalisering van de inspectie kunnen betekenen, waardoor er én met kennis van zaken én onafhankelijk geïnspecteerd wordt.”

Professionele zakenrelatie

Eén van de vraagstukken waar bedrijven mee worstelen: wat te doen als de wettelijke termijn voor een vergunningaanvraag wordt overschreden? Procederen of nog maar eens bij de omgevingsdienst informeren of er al schot in de zaak zit? “Je kunt procederen, maar financieel levert het weinig op”, zegt Van Veldhuizen. “Bovendien verslechtert dan de relatie met de omgevingsdienst.”
Bouman, die ook directeur is van de Omgevingsdienst regio Nijmegen, vindt dat bedrijven niet moeten aarzelen om het overschrijden van termijnen aanhangig te maken. “We moeten elkaar benaderen vanuit een professionele zakenrelatie. Mocht ik de indruk hebben dat er sprake is van bedrijven pesten, dan grijp ik onmiddellijk in.”

"Door personeelswisselingen gaat de expertise bij omgevingsdiensten snel verloren."
Max de Vries - BRBS Recycling
"Bundeling van kennis en vergunningverlening per afvalsector voor héél Nederland is noodzakelijk."
Gérard Bouman - Omgevingsdienst NL
"In het algemeen kun je zeggen dat vergunningprocedures onnodig lang duren."
Marco Goverde - Indaver
"Er zijn opmerkelijke verschillen in de beoordeling van vergunningaanvragen tussen de omgevingsdiensten."
Albert van Veldhuizen - Renewi