Stortsector in het rood

Rijk, branche en provincies om tafel over toekomst stortsector

Artikel - 18 december 2013

De stortsector legt er geld op toe. Tot 2030 komt de branche in het slechtste scenario 311 miljoen euro tekort om de kosten te dekken. Structureel ingrijpen is nodig, beseffen rijksoverheid, stortsector en provincies. Het is van belang dat de betrokken partijen om tafel gaan zitten. De zorgelijke en complexe materie vraagt om een ingrijpende aanpassing.

Door Addo van der Eijk ©Copyright

De stortsector staat in het rood. Terwijl de markt krimpt - van dertien miljoen ton twintig jaar geleden tot minder dan twee miljoen ton nu - neemt de concurrentie zodanig toe, dat de storttarieven het afgelopen decennium zijn gehalveerd. Het gevolg: exploitanten draaien structureel verlies. "Op de middellange termijn een zorgelijke situatie", stelt Frank Hopstaken van onderzoeksbureau FFact vast. Samen met de Erasmus Universiteit voerde hij recent in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een quick scan uit naar de financieel-economische situatie van de stortsector. Die blijkt niet florissant. Tot 2030 stijgt het exploitatieverlies van de sector in het slechtste scenario tot maar liefst 311 miljoen euro. Dat kan ook de nazorg in de gevarenzone brengen. "De financiële situatie maakt het voor stortplaatsen lastig om voldoende geld te reserveren voor de afwerking en de nazorg. Na het sluiten van stortplaatsen dragen exploitanten ze over aan de provincies, die met het gespaarde bedrag in het nazorgfonds zorgen voor de eeuwigdurende nazorg. Twee provincies hebben onlangs de rekenrente van het fonds verlaagd, waardoor de exploitanten mogelijk een forse extra naheffing krijgen opgelegd. En dat, terwijl het stortvolume blijft dalen, de concurrentie verder toeneemt en de tarieven onverminderd onder druk staan." De situatie op zijn beloop laten, is volgens Hopstaken verre van verstandig. Hij vindt het moment aangebroken om in te grijpen. "De betrokken partijen - stortbranche, rijksoverheid en provincies - zouden gezamenlijk tot een op-lossing moeten komen", adviseert hij.

Lees meer »

Alarmbellen

Joost Bouman, adviseur strategie bij Afvalzorg, beaamt de urgentie. "De tarieven liggen al geruime tijd gemiddeld onder de kostprijs. Dat is op de lange termijn niet vol te houden." Hoewel de uitkomsten van de quick scan erger zijn dan gedacht, is Bouman blij met het rapport. "De kracht is dat de financiële situatie is onderzocht door een onafhankelijk bureau met het ministerie als opdrachtgever. Nu gaan de alarmbellen echt rinkelen." Bouman hoopt dat het rapport de ogen opent. Hij kijkt daarbij naar de rijksoverheid - die volgend jaar de stortbelasting herinvoert - en naar provincies die een naheffing willen opleggen. "Er is geen mogelijkheid om de naheffing terug te verdienen. Stortplaatsexploitanten kunnen geen kant op. De sector opereert als een markt, maar - anders dan de bakker om de hoek - is het voor ons lastig om te stoppen. De uittreeddrempels zijn hoog. Wat moet je met een halfgevulde stortplaats, die nog niet is voorzien van een afdichting en waarvoor het nazorgfonds niet is gevuld?" Een gezonde stortsector is van belang, benadrukt Bouman, ook in een circulaire economie. "Er blijven altijd stromen over, waarvoor storten de enige en beste oplossing is. Denk aan historische verontreinigingen, zoals asbest, en aan niet-brandbare residuen uit de recycling en de grondreiniging. Maak je stromen schoon, dan houd je onherroepelijk ook een verontreinigde residustroom over."
De nijpende financiële situatie biedt voor het doen van investeringen geen aanlokkelijk perspectief. Investeringen zijn wel nodig, stelt Bouman, onder meer voor de introductie van Duurzaam Stortbeheer, een innovatieve aanpak die een afdichting overbodig maakt en de eeuwigdurende nazorg weet te beperken. "Ook het inrichten van nieuwe stortcapaciteit binnen bestaande vergunningen vergt een forse investering. Met de huidige businesscase is het de vraag of exploitanten daarin kunnen investeren."

De partijen moeten samen tot een structurele oplossing komen

Volgende stap

Net als Bouman erkent Willem Kattenberg, beleidscoördinator van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, dat de financiële situatie vraagt om actie. "Een volgende stap is belangrijk", zegt Kattenberg. Hij stelt voor om met de branche en de provincies om de tafel te gaan zitten. Eerste agendapunt is de vraag: voelen alle partijen voldoende urgentie om stappen te ondernemen? "Is dat het geval, dan kunnen we gezamenlijk bekijken hoe we de problemen gaan aanpakken", vertelt Kattenberg. Hij tekent drie vervolgstappen uit: eerst de partijen aan tafel om de urgentie vast te stellen, vervolgens een verdiepingsonderzoek naar de financieel-economische positie van de stortsector. Als derde stap voorziet hij het ontwikkelen van een Green Deal, waarin de partijen gezamenlijk optrekken richting een eindoplossing. "Het ondertekenen van deze Green Deal kan in 2015 plaatsvinden", aldus Kattenberg.
De quick scan maakt volgens hem duidelijk dat de urgentie om te komen tot modernisering en verduurzaming van de stortsector is toegenomen. "Het rapport geeft aan dat het niet de verwachting is dat exploitanten op korte termijn failliet gaan, maar op dit moment rest tenminste nog voldoende tijd om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken. Daarnaast geeft het rapport aan dat een systeemaanpassing noodzakelijk is om de omvangrijke en complexe problemen het hoofd te bieden. Zo’n ingrijpende aanpassing kost jaren om te implementeren." Een kansrijke systeemaanpassing vindt Kattenberg de omvorming van de bestaande stortbedrijven tot een landelijk nutsbedrijf, dat het stortaanbod efficiënt en kosteneffectief toewijst aan de beschikbare stortcapaciteit en verantwoordelijk is voor het beheer van de stortplaatsen. Het nutsbedrijf opereert dan als vangnet. "Het nutsbedrijf kan, door het ontbreken van concurrentie, een reële prijs rekenen. Op dit moment betaalt de vervuiler te weinig voor de dienst", aldus Kattenberg.
Meer oplossingsrichtingen zijn mogelijk. Hopstakens De quick scan noemt onder meer het vaststellen van een minimum storttarief, en het moderniseren en vereenvoudigen van het financiële- en wetgevingskader. Kattenberg: "Op basis van de quick scan en de gesprekken met de branche en de provincies besluit de staatssecretaris binnenkort of ze een evaluatieonderzoek laat uitvoeren naar de Nazorgregeling in de Wet milieubeheer."

Vertrouwen

Ook de provincies schuiven aan, als het aan Peter Bijvank, senior adviseur duurzaamheid van de provincie Flevoland, ligt. Hij onderkent het financiële probleem, waar exploitanten momenteel mee kampen. "Het rapport maakt duidelijk dat hier een opgave ligt. Dit is het moment om tot een gezamenlijke lijn te komen." Hij doelt daarbij niet alleen op de drie betrokken partijen, maar ook op de provincies onderling. "We zouden als twaalf provincies één heldere koers moeten varen, bijvoorbeeld over de rekenrente. Eenvoudig is dat niet. Het blijven onafhankelijke bestuurders, die hun eigen besluiten nemen." De complexiteit van de problematiek en de financiële belangen van provincies maken een eenduidige provinciale strategie lastig. Bijvank roept op tot daadkracht. "Als provincie zijn we ervoor verantwoordelijk dat storten milieuhygienisch verantwoord en veilig is. Er zal altijd stortcapaciteit nodig blijven, ook in de toekomst. Vallen stortbedrijven om, dan ligt het maatschappelijk probleem op ons bord. Laten we die situatie voor zijn."
Bijvank spreekt geen voorkeur uit voor een oplossingsrichting. Daarvoor is het nog te vroeg, stelt hij. Allereerst vindt hij cruciaal om onderling vertrouwen te creëren. Bijvank: "De partijen - storters én provincies - moeten voor het verdiepingsonderzoek volledig openheid van zaken geven. Transparantie is essentieel; over de financiële boeken, de rekenrente, de belangen. Nu heerst er teveel argwaan: tussen exploitanten onderling, die elkaar beconcurreren, en tussen stortbedrijven en provincies. Laat de partijen aan tafel eerst hun vertrouwen in elkaar uitspreken. Om vervolgens in gezamenlijkheid te bepalen aan welke knoppen ze gaan draaien. Dat wordt geen eenvoudige opgave, wel een noodzakelijke."

"De betrokken partijen zouden gezamenlijk tot een oplossing moeten komen."
Frank Hopstaken - FFact
"Laat de partijen aan tafel eerst hun vertrouwen in elkaar uitspreken."
Peter Bijvank - provincie Flevoland
"Een volgende stap is belangrijk."
Willem Kattenberg - Infrastructuur en Milieu
"De tarieven liggen al geruime tijd gemiddeld onder de kostprijs."
Joost Bouman - Afvalzorg
Visie Vereniging Afvalbedrijven

De Verenging Afvalbedrijven (VA) zou graag zien dat vervolgstappen worden gezet om te komen tot een gezonde stortsector in een circulaire economie. Nu worden de stortactiviteiten mede gefinancierd uit andere activiteiten van de bedrijven met stortplaatsen. Ook daar neemt de concurrentie toe. Zolang geen sprake is van een landelijk nutsbedrijf moet het landelijke speelveld gelijk zijn.
De VA spreekt haar voorkeur uit voor het -zo mogelijk gecombineerd- aanpakken van de belangrijkste issues: de modernisering van de sector, de evaluatie van de Nazorgwet en de Introductie van Duurzaam Stortbeheer. Voor het doen van investeringen in onderzoek naar Duurzaam Stortbeheer is een Green Deal nodig waarin de overheid aangeeft wat zij doet met de wetgeving als de pilots slagen.
Evenals de provincies vindt de VA vertrouwen en transparantie belangrijk. Nu nog beperkt de wet de mogelijkheden om volledige openheid van zaken over alle details te geven, omdat zij de concurrentie niet mogen beperken.