Stortbelasting bedreigt asbest- en bodemsanering

Column voorzitter - 24 oktober 2013

Bodemverontreiniging en asbest zijn twee serieuze dossiers met grote gezondheids- en milieurisico’s. De opgave om onze bodem schoon te krijgen, en om het gevaarlijke asbest op een verantwoorde wijze te verwijderen, is immens. Het vergt beide continue aandacht, budget en draagvlak. In dat licht is het besluit om een stortbelasting op te nemen in het Herfstakkoord onbegrijpelijk. Op de Nederlandse stortplaatsen belandt alleen afval dat niet-herbruikbaar en niet-brandbaar is. Storten van deze afvalstoffen is de enige optie. Desondanks betalen bedrijven die moeten storten volgend jaar een extra heffing van 51 euro per ton. De storttarieven zullen in een aantal gevallen bijna verviervoudigen. De maatregel moet de staatskas spekken - het staat voor 100 miljoen euro in de boeken - en ons land vergroenen, zo stelt het Herfstakkoord.

Van vergroening zal echter geen sprake zijn. Het tegenovergestelde is het geval. De hoge stortbelasting brengt de huidige asbest- en bodemsanering in gevaar. Op het ogenblik maken Nederlandse grondreinigers verontreinigde grond weer geschikt voor hergebruik. Dat doen ze met biologische, extractieve en thermische installaties. Daarbij komt onherroepelijk een reststroom vrij, die niet kan worden gerecycled of verbrand. En dus moet worden gestort. Zo wordt bij extractieve reiniging grofweg tachtig procent van de verontreinigde grond na reiniging hergebruikt, twintig procent gaat naar de stort.
De hoge stortkosten zullen het schoonmaken van onze Nederlandse bodem frustreren. De gevolgen laten zich raden: saneringsprojecten staan in de wacht of gaan definitief niet door. Voor de saneringen die wel doorgaan, lonkt voor het reinigen van grond het buitenland, waar geen stortbelasting bestaat of één die veel lager is. De export van verontreinigde grond zal naar verwachting toenemen, waardoor de huidige Nederlandse recyclingmarkt in de knel komt. Werkgelegenheid en economische activiteiten staan op het spel. En dat, terwijl Nederland een afvalbeheerstructuur heeft die tot de top van de wereld behoort. Met de huidige kennis en technieken lopen we internationaal voorop. Daarnaast is de urgentie groot. In Nederland wachten zo’n 250 duizend locaties op sanering. Daarvan zijn er 1.400 dermate verontreinigd dat ze de stempel ‘spoed’ hebben. Bij 360 locaties treden zelfs onaanvaardbare risico’s op voor mensen.

Voor asbest geldt hetzelfde verhaal. Asbesthoudend afval dat vrijkomt mag niet terugkomen op de markt. Omdat asbest niet recycle- en brandbaar is, wordt het zodanig gestort dat het voor iedereen veilig is. Net als bij de grondreiniging stijgt door een stortbelasting het verwerkingstarief. Hogere kosten werken illegaliteit in de hand. Asbestfraude is in Nederland al een groot probleem. Er gaat veel mis in de asbestbranche, zo wijzen tal van onderzoeken uit. Onderzoeksbureau Bartels becijferde bijvoorbeeld dat bij vijftig tot tachtig procent van de sloopprojecten een vergunning ontbreekt en het asbest niet volgens de regels wordt verwijderd. Tegelijkertijd stelt de Gezondheidsraad dat asbest nog gevaarlijker is dan gedacht, en noopt de economische crisis gemeenten en aannemers tot het reduceren van kosten. Deze combinatie van factoren maakt dat de asbestsanering niet gebaat is bij nog hogere kosten, die de misstanden in de asbestsanering en risico’s voor mens en milieu zullen laten toenemen. De politiek zou de asbest- en bodemsanering juist financieel aantrekkelijker moeten maken, in plaats van duurder.

Pieter Hofstra
Voorzitter Vereniging Afvalbedrijven

Lees meer »