Sluiten van de kringloop van bouw- en sloopafval

Tijdelijke dip voor bouw- en sloopafval

Artikel - 16 december 2013

Hergebruik heeft de wind mee. Terwijl Brussel de recyclingdoelen opschroeft, en de waarde van secundaire grondstoffen alom wordt geprezen, maakt Nederland zich sterk om een centrale rol te vervullen als grondstoffenrotonde. Het momentum is er. In de jacht naar hogere hergebruikpercentages heeft elke afvalstroom zijn eigen verhaal. Elke editie van deze serie brengt een stroom in beeld. Aflevering 4: bouw- en sloopafval.

Door Han van de Wiel ©Copyright

De straatnamen op industrieterrein Tichelrijt in Dongen verwijzen naar het rijke Brabantse schoenenverleden: De Hak, De Zool, De Leest en De Schacht. Sloop- en recyclingbedrijf Van den Noort bevindt zich aan De Slof. Achter het kantoor ligt een groot terrein met rode containers, bergen bouw- en sloopafval en minstens zo grote hoeveelheden gesorteerde materialen. Cees van den Noort is de derde generatie Van den Noort aan het roer van het bedrijf. "2011 was een heel goed jaar, 2012 een dieptepunt: er waren weinig bouwprojecten en veel bouwbedrijven gingen failliet. Ik hoop dat we de bodem bereikt hebben. Het is een hele uitdaging de volumes op peil te houden." Van den Noort doet dat door nieuwe markten te zoeken. 

Lees meer »

Toch functioneert de grondstoffenrotonde van bouw- en sloopafval (bsa) goed. De kringloop is zelfs bijna rond. Van de 23,8 Mton bsa per jaar wordt maar liefst 97,5 procent nuttig toegepast, waarvan 94 procent gerecycled en 3,5 procent verbrand met energieterugwinning. Bsa is in Nederland met bijna 40 procent de grootste afvalstroom. De stroom bestaat uit meerdere materialen. Negentig procent van het totale gewicht is steenachtige materiaal, zoals beton, asfalt en metselwerk. De overige materialen zijn onder meer kunststoffen, metalen en hout.

Bronscheiding

Bij een sloopproject verkoopt Van den Noort de gemakkelijk sorteerbare stromen met veel waarde op de bouwplaats zelf. Dat geldt voor stromen als houten balken, dakpannen, staal en ijzer. Het gebouw wordt verder gestript, waarbij monostromen gescheiden worden gehouden en gerecycled tot nieuwe grondstoffen. "Het ongesorteerde materiaal wordt gesorteerd bij onze eigen recycling. Onze adviseurs inventariseren van tevoren de afvalstromen in een project, om optimale waarde uit de sloop te halen. Ze maken een afvalbeheersplan, en dat monitoren we. Zo kunnen we controleren of de praktijk overeenkomt met de planning. Zo nodig kunnen we bijsturen."
Steeds meer stromen zijn interessant voor recycling, stelt Van den Noort. "De afgelopen jaren zijn bijvoorbeeld de kunststoffen erbij gekomen, zowel de zachte folies als de harde kunststoffen. Daar hebben wij een behoorlijke slag in gemaakt. Hetzelfde geldt voor gips, zowel de platen als de blokken. Daar was eerst geen markt voor, nu wel."
Ook Dusseldorp Inzameling en Recycling B.V. in Lichtenvoorde maakt zich sterk voor bronscheiding. Heel belangrijk, vindt Gerard Kuipers, directeur Recycling. "Enerzijds vanwege het kostenaspect - achteraf scheiden is kostbaar - anderzijds om vervuiling van stromen te voorkomen. Aan de bron gescheiden afval is het beste te hergebruiken en met de minste hoeveelheid benodigde energie." Ondanks het scheiden aan de bron verwerkt Dusseldorp net als bij Van den Noort een stroom gemengd bouwafval. Dit gemengde bouwafval wordt in een sorteerinstallatie gescheiden in diverse deelstromen. Vooraf worden eerst de grote delen, die het sorteerproces kunnen verstoren, verwijderd. Een fors deel van de gesorteerde stromen gaat naar het buitenland. Bij Van den Noort gaat het om de helft van de stromen. "In Nederland zijn te weinig verwerkende bedrijven", aldus Van den Noort.

De puinfractie verwerkt Dusseldorp in eigen beheer tot gecertificeerd puingranulaat (foto: Dusseldorp Groep)

Markten

Voor elke stroom bestaat een markt. Metalen gaan deels direct naar een ijzerwerf en deels naar een opwerkingsbedrijf dat het materiaal scheidt. A- en B-hout vindt meestal zijn weg naar de spaanplaatindustrie, maar ook naar de fabricage van pallets (klossen). Een deel van het hout gaat naar biomassa-energiecentrales. De puinfractie verwerkt Dusseldorp in eigen beheer tot gecertificeerd puingranulaat. "Dat is geschikt voor funderingen van wegen en bedrijfsterreinen, en vloeren van gebouwen zonder kruipruimte. Beton gaat naar de betonindustrie, maar we verwerken het ook in eigen toepassingen, namelijk betonblokken", aldus Kuipers. Harde kunststoffen, zoals kunststof waterleidingen, worden ter recycling aangeboden aan de kunststofindustrie. Zeefzand gaat naar een bedrijf dat het wast en verwerkt tot bouwstof voor industrieterreinen, wegen en geluidswallen.
Bij het sorteren kan niet alles worden hergebruikt. Kuipers: "Je houdt altijd een residustroom over. Meestal bestaat die uit een organische fractie (houtdeeltjes), papier en kunststof. Die stromen worden verbrand in afvalenergiecentrales." Van de 3,2 Mton bsa dat in Nederland wordt gesorteerd, belandt 0,7 Mton (22 procent) als residustroom bij afvalenergiecentrales, waar het materiaal wordt verbrand met energieterugwinning, 0,1 Mton (3 procent) vindt zijn eindbestemming op stortplaatsen. Op de stortplaatsen komt alleen bsa terecht dat niet-herbruikbaar en niet-brandbaar is.

Duurzame missie

Heijmans Wegen gebruikt zowel primaire als secundaire grondstoffen in de wegenbouw. "Bij voorkeur hergebruiken we zo veel mogelijk materialen uit onze eigen werken. Dat geldt voor ongeveer de helft van wat wij aan de bron scheiden", zegt Cas Eerhart, manager Bodemspecialismen. Dat heeft te maken met de duurzame missie van het bedrijf, prijsafwegingen en de wens van de klanten. "Want die wens is bepalend. De wegenbouw is een traditionele sector. Klanten vragen bij voorkeur de bekende standaardproducten. Bekend maakt bemind. Sommige klanten - adviseurs en opdrachtgevers - willen specifiek primaire grondstoffen. Die houding belemmert het op de markt brengen van secundaire grondstoffen."
In de wegenbouw verwerkt Heijmans drie stromen secundaire grondstoffen: asfaltgranulaat, traditioneel wegengranulaat voor funderingen en verhardingen en opgewerkt betongranulaat. Eerhart: "Het asfalt komt voor honderd procent uit eigen projecten, de granulaten komen voor de helft uit ons eigen bsa, de andere helft kopen we in."
Het bsa dat Heijmans niet zelf hergebruikt gaat naar erkende verwerkers. Uit de rapportages van de afvalverwerkers blijkt volgens Eerhart dat daar een residustroom van twee procent overblijft. "Het gaat onder meer om niet-recyclebaar of niet-brandbaar slib. Dat gaat naar de stort", zegt Eerhart. Heijmans is bezig voor deze stromen een oplossing te vinden. "Het is onze ultieme doelstelling honderd procent van het bsa terug te krijgen in de keten. Dat is meer een ethische afweging dan een bedrijfseconomische."
De doorgewinterde ondernemers zien de toekomst met vertrouwen tegemoet. "Er blijft altijd gebouwd worden", zegt Van den Noort. Ook Kuipers is die mening toegedaan. "De vraag naar woningen stijgt, het gemiddeld aantal bewoners per woning neemt af en bejaarden blijven langer zelfstandig wonen. Het bouwvolume zal dus wel weer aantrekken." Dan wordt het vanzelf weer drukker op de bsa-grondstoffenrotonde.

"Het is onze ultieme doelstelling honderd procent van het bsa terug te krijgen in de keten."
Cas Eerhart - Heijmans Wegen
"Je houdt altijd een residustroom over."
Gerard Kuipers - Dusseldorp Inzameling en Recycling B.V.
"Er blijft altijd gebouwd worden."
Cees van den Noort - Van den Noort