Rust rond verpakkingendossier

Nieuwe Raamovereenkomst Verpakkingen beslaat tien jaar

Artikel - 22 maart 2013

Rust en vrijheid. Dat straalt de nieuwe Raamovereenkomst Verpakkingen uit. De ondertekenaars - de rijksoverheid, de VNG  en het verpakkende bedrijfsleven - willen het komende decennium een heldere koers varen. De doelen staan vast, de partijen zijn vrij hoe ze te bereiken. Afvalbedrijven krijgen meer ruimte om de monitoring in te vullen.

Door Addo van der Eijk

Er ligt een nieuwe Raamovereenkomst Verpakkingen. De vorige, die in 2007 werd ondertekend, liep eind 2012 af. Al anderhalf jaar werd over de opvolger onderhandeld. Pas afgelopen december, op de valreep, gingen de gemeenten akkoord. “Er ligt een goed en evenwichtig akkoord”, stelt Cees de Mol van Otterloo, directeur van Stichting Afvalfonds Verpakkingen, die namens het verpakkende bedrijfsleven bij de onderhandelingen aanschoof. Over één punt bestond volgens hem geen discussie: de duur. “Dit akkoord beslaat tien jaar, dus tot en met 2022. Het vorige gold vijf jaar. Dat bleek te kort. Dit dossier heeft continuïteit en rust nodig. Het bereiken van de doelen, onder meer voor kunststof, vergt forse investeringen. Denk aan nieuwe ondergrondse containers en sorteerinstallaties voor kunststof zoals in Rotterdam. Tien jaar biedt voldoende langetermijnzekerheid om te investeren.”
Een fundamentele verandering vindt De Mol van Otterloo de focus op het verduurzamen van verpakkingen. Het vorige akkoord sprak volgens hem enkel in de kantlijn over thema’s als preventie. “Het komende decennium willen we een forse verduurzamingsslag maken. Afgesproken is onder meer om een Kennisinstituut Duurzaam Verpakken op te richten”, zegt hij.

Lees meer »

Meer vrijheid

Het akkoord is ambitieus, stelt De Mol van Otterloo. Voor zowel kunststof als voor hout ligt de lat hoger. Beide doelen stijgen stapsgewijs; kunststof tot 52 procent, hout tot 45 in 2022. “Daarnaast stellen we concrete doelen, bijvoorbeeld over de dikte van verpakkingen, of over het percentage gerecycled materiaal in verpakkingen. Die doelen staan niet in het akkoord. Dat moeten de wetenschappers binnen het Kennisinstituut bepalen. De onderhandelaars zijn geen experts.”
Het akkoord ademt vrijheid. Het uitgangspunt is dat de doelen helder zijn, maar dat de partijen vrij zijn om hun eigen route uit te stippelen. Gemeenten mogen bijvoorbeeld voor kunststof verpakkingen kiezen tussen bron- en nascheiding, als ze maar de kwaliteitsnormen en doelstellingen halen. Het verpakkende bedrijfsleven mag een streep trekken door het statiegeld voor grote petflessen, mits ze dit jaar voldoet aan een aantal prestatiegaranties. Volgend jaar valt hierover een besluit. Zo moet het hergebruik van huishoudelijk kunststofafval groeien naar 90 kton, moet in overleg met gemeenten bij alle supermarkten een inzamelingsbak staan en moeten nieuwe petflessen voor een kwart bestaan uit recyclaat. De Mol van Otterloo: “Ons streven is een kostenefficiënt systeem, waarmee we het hergebruikpercentage voor kunststof halen. Daarom willen we naar één systematiek, namelijk de Plastic Heroes. Met de grote petflessen voegen we veel waarde aan dit systeem toe. De inzameling van papier en karton dekt de eigen kosten. Daar hoeft geen geld bij. Dat is uiteindelijk ook het streven voor kunststof.”

Monitoring

Door afvalbedrijven is de monitoring van belang. Sinds oktober sleutelt een werkgroep monitoring, met daarin de ondertekenaars van het akkoord, aan een nieuwe opzet. “Over de monitoring was de afgelopen jaren veel te doen”, vertelt Dick Zwaveling, vanaf april de nieuwe directeur van Nedvang, de organisatie verantwoordelijk voor de monitoring. De monitoring moet betrouwbaarder, stelt Zwaveling. Al doet Nederland het volgens hem vergeleken met het buitenland best goed. “Toch moet het beter”, zegt hij. Treffend voorbeeld is de glasrecycling, die onlangs onder de norm van 90 procent belandde. “Door strenger te zijn, en geen schattingen te maken, daalde het resultaat in één jaar naar 83 procent”, aldus Zwaveling.
De monitoring draait om twee kerncijfers: de hoeveelheid van een materiaalsoort die op de markt is gebracht en de hoeveelheid die is hergebruikt. Het tweede cijfer wordt aangeleverd door gemeenten en afvalbedrijven. “Bij gemeenten loopt de monitoring goed”, zegt Zwaveling. “Gemeenten ontvangen een vergoeding voor de huishoudelijke verpakkingen die ze inzamelen. Aan de vergoeding is een rapportage gekoppeld.”

Bedrijfsprocessen

Cijfers over de ingezamelde bedrijfsverpakkingen komen binnen via afvalbedrijven. “Wij zijn graag bereid om gegevens aan te leveren, maar de monitoring mag niet teveel ingrijpen in onze bedrijfsprocessen”, vertelt Jan Thewissen, EHS Country manager bij Shanks. De afvalbranche is volgens hem sinds jaar en dag een belangrijke speler binnen het verpakkingendossier. “De afvalsector zorgt voor de inzameling, verwerking en monitoring van bedrijfsverpakkingen. We zijn blij dat er een overeenkomst ligt. Bij langdurige onderhandelingen is niemand gebaat.”
Monitoren van bedrijfsverpakkingen is geen sinecure. Bedrijven als Shanks krijgen dagelijks grote hoeveelheden gemengde stromen binnen, waarbij de vraag of het verpakkingen of niet-verpakkingen zijn voor het afvalbedrijf niet relevant is. “Wij houden aan de poort niet bij of het verpakkingen zijn. Onze locaties krijgen bijvoorbeeld dagelijks honderden vrachten bouw- en sloopafval binnen. Daar zitten verpakkingen in, maar niemand weet hoeveel. Alle bakken napluizen is ondoenlijk. Afvalbedrijven registreren inkomende en uitgaande materiaalstromen, geen verpakkingen.”

Concernniveau

Toch is het Nedvang enkel om de verpakkingscijfers te doen. Om helderheid te creëren lanceerde de organisatie eerder de Certificering Richtlijn Verpakkingsafval (CRV) voor afvalbedrijven die aan Nedvang rapporteren. Thewissen: “Om aan de certificering te voldoen, moesten we per maand per locatie gedetailleerde cijfers over vrachten rapporteren. Wij, en met ons alle leden van de Vereniging Afvalbedrijven (VA) die gegevens moeten aanleveren, zagen er nut en noodzaak niet van in. De laatste jaren leverden we de cijfers op jaarbasis en op concernniveau aan. De gegevens haalden we uit ons landelijk registratiesysteem, waardoor we dubbeltellingen uit interne rapporten elimineren. Daar zaten ook schattingen bij, daar valt niet aan te ontkomen. We moeten niet de schijn wekken dat we de percentages tot drie cijfers achter de komma kunnen bepalen.” Thewissen heeft voorgesteld om per type afvalstroom landelijke kengetallen vast te stellen. “Voor gangbare afvalstromen geldt dan een vast percentage verpakkingen. Voor papier bestaan dergelijke kengetallen al. Met de kengetallen kunnen we ons blijven focussen op materiaalstromen.” Het voorstel om tot kengetallen te komen is inmiddels door Nedvang overgenomen. Thewissen: “Overigens zijn de cijfers die wij aanleveren reeds bekend door de rapportages van de materiaalorganisaties, zoals PapierRecycling Nederland (PRN) en de Stichting Duurzaam Verpakkingsglas. Zou Nedvang volledig aansluiten bij de gegevensverzameling van deze organisaties, dan is onze rapportage grotendeels overbodig.”

Meer ruimte

Zwaveling van Nedvang erkent de knelpunten, waar bedrijven in de dagelijkse monitoringpraktijk tegenaan lopen. Hij wil helderheid verschaffen. “Met de werkgroep monitoring stellen we op het ogenblik een basisdocument op, waarin we de randvoorwaarden en de definities beschrijven. We bespreken het document met de afvalsector en de materialenorganisaties. Er zijn meerdere stakeholderbijeenkomsten georganiseerd, waarbij ook de VA is aangeschoven.”
Het lijkt erop dat de afvalbedrijven op hun wenken worden bediend. Besloten is onder meer dat de bedrijven de vrijheid krijgen om de monitoring binnen hun eigen systeem in te passen. Ook hierin klinkt vrijheid als de mantra van de raamovereenkomst door. “Voor afvalbedrijven ontstaat meer ruimte en flexibiliteit, mits ze een betrouwbare rapportage aanleveren”, zegt Zwaveling. Met een knipoog naar de belastingen: Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.
De Belastingdienst registreerde de afgelopen jaren hoeveel verpakkingen op de markt zijn gebracht. Met het afschaffen van de verpakkingenbelasting neemt de kersverse Stichting Afvalfonds Verpakkingen die taak over. “Wij gaan betrouwbaar rapporteren”, verzekert De Mol van Otterloo, directeur van de stichting. “We nemen het systeem en de werkwijze van de Belastingdienst over. In de Tweede Kamer is afgesproken dat onze rapportage wordt voorzien van een extern auditrapport.”

Rolverdeling

Met de oprichting van de Stichting Afvalfonds Verpakkingen verandert de rolverdeling. De Mol van Otterloo: “Voortaan dragen wij namens het verpakkende bedrijfsleven de producentenverantwoordelijkheid. Nedvang blijft een uitvoeringsorganisatie. Door het scheiden van de producentenverantwoordelijkheid en de uitvoering willen we zorgen voor een meer heldere en zuivere rolverdeling.” Zwaveling schetst het takenpakket van Nedvang: “Voor gemeenten en afvalbedrijven blijven wij het aanspreekpunt. Wij zorgen voor de uitbetaling van vergoedingen aan gemeenten, en dragen zorg voor de monitoring.”
Thewissen van Shanks verwacht veel van het akkoord. Veel interessanter dan gesteggel over cijfers vindt hij de uitdaging om verpakkingen daadwerkelijk te verduurzamen. “Met een betere rapportage recyclen we geen kilo extra”, zegt hij. “Laten we met elkaar de komende tien jaar de schouders onder de recycling van verpakkingen zetten.”

Het akkoord en de kosten

De verpakkingenbelasting verdween afgelopen jaarwisseling. Nieuw is de verpakkingsheffing, een zogeheten Afvalbeheersbijdrage Verpakkingen, betaald door ondernemingen die jaarlijks 50 duizend kilogram of meer verpakkingsmateriaal op de markt brengen. “Wij heffen de bijdrage bij zo’n drieduizend producenten en importeurs. Tot voor kort deed de Belastingdienst dat”, zegt Cees de Mol van Otterloo, directeur van Stichting Afvalfonds Verpakkingen. De bedrijven treffen een lagere factuur in de bus. “Dat is positief voor ondernemers. Een groot deel van de opbrengst van de oude verpakkingenbelasting ging naar de schatkist.” De stichting betaalt ook minder uit. “De vergoedingen voor gemeenten gaan dit jaar met zo’n 10 procent omlaag. Een studie van PriceWaterhouseCoopers, uitgevoerd in opdracht van de VNG, het milieuministerie en het verpakkende bedrijfsleven, wijst uit dat gemeenten lagere kosten maakten dan dat ze aan vergoedingen ontvingen.”

Nieuw: Kennisinstituut Duurzaam Verpakken

Vanaf begin dit jaar is Nederland een nieuw instituut rijker: het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken. De ambitie is niet mals. “Onze opdracht is om een bijdrage te leveren aan het verduurzamen van de verpakkingsketens”, vertelt kwartiermaker Hester Klein Lankhorst. Het instituut bekijkt de verpakkingen met een breed blikveld. “Centraal staat de ketenaanpak, waarbij we de gehele keten meenemen, dus ook het verminderen van verpakkingen en zelfs de relatie met het product.” Als voorbeeld hiervan noemt ze gesealde komkommer, die dankzij de verpakking minder snel bederft. “De milieudruk van voedselverspilling ligt veel hoger dan van verpakkingen. Houden we daar geen rekening mee, dan gooien we het kind met het badwater weg.”
Om kennis te vergaren, gaat het instituut partnerschappen aan met universiteiten. “Daar is veel kennis aanwezig, maar deze is versnipperd. Wij bundelen de kennis en dragen het over aan professionals, zowel van gemeenten als van bedrijven. Voor consumenten richten we een vraagbaak en meldpunt in. Daarnaast stellen we met wetenschappers per materiaalketen en per branche verduurzamingsplannen op met concrete doelen, waar het bedrijfsleven en waar nodig gemeenten vervolgens mee aan de slag gaan.”
Het instituut is een initiatief van de rijksoverheid, de VNG en het verpakkende bedrijfsleven. Deze partijen vormen het bestuur. Er is ook een Raad van Advies, waarin onder meer de Vereniging Afvalbedrijven, ngo’s en materiaalorganisaties zitten. “Wij zijn onafhankelijk”, benadrukt Klein Lankhorst, “en richten ons enkel op de feiten. Dat is belangrijk, omdat dit dossier bol staat van de meningen.” Een zestal concrete projecten staat momenteel op stapel. Urgent is de pilot drankenkartons, die eind dit jaar moet zijn afgerond. “Wetenschappers van drie universiteiten voeren de pilot bij gemeenten uit, terwijl buitenlandse onderzoekers meekijken. De onderzoeksvraag luidt: wat zijn de kosten en  de milieudrukreductie van verschillende inzamelsystemen. Uiteraard kijken we ook burgeracceptatie.” De andere projecten gaan onder meer over het terugdringen van plastic draagtasjes in het winkelkanaal, het verminderen van kunststofwikkels om geadresseerd drukwerk, en het verlagen van de milieudruk van metalen verpakkingen. “Deze projecten zijn afgesproken in de raamovereenkomst”, aldus Klein Lankhorst.

"Voor afvalbedrijven ontstaat meer ruimte en flexibiliteit."
Dick Zwaveling - Nedvang
"Wij richten ons enkel op de feiten."
Hester Klein Lankhorst - Kennisinstituut Duurzaam Verpakken
"De monitoring mag niet teveel ingrijpen in onze bedrijfsprocessen."
Jan Thewissen - Shanks
Visie Vereniging Afvalbedrijven

De Vereniging Afvalbedrijven (VA) is blij met langjarige afspraken die zorgen voor stabiliteit en voor duurzame inzameling en hergebruik van verpakkingsmaterialen. De sterke regierol voor gemeenten en de hoge ambities vindt de VA een goede zaak. Dat de doelen centraal gesteld zijn en vrijheid bestaat over de middelen om de doelen te bereiken, past bij de visie van de VA. Over de verdere uitwerking van de nieuwe afspraken van het verpakkingenakkoord denkt de VA mee. Een goede monitoring die beschikbare en betrouwbare resultaten oplevert, is van groot belang. De monitoring moet niet ingrijpen op bestaande bedrijfsprocessen en moet aansluiten op de bestaande praktijk van registratie en certificering.