North Sea Resources Roundabout werpt vruchten af

Internationale Green Deal leidt tot wederzijds begrip en afstemming

Artikel - 25 mei 2018

De North Sea Resources Roundabout (NSRR) is nu ruim twee jaar onderweg. Uitdaging voor de vier deelnemende landen rond de Noordzee: vergemakkelijken van grensoverschrijdend afvaltransport. De eerste successen zijn geboekt. Zo kregen twee Nederlandse bedrijven voor hun compost en PVC-granulaat de felbegeerde einde-afvalstatus. ‘We weten elkaar beter te vinden en we begrijpen elkaar beter’, aldus NSRR-projectleider Robine van Dooren.

Auteur: René Didde ©copyright

Sinds 2016 wordt binnen de North Sea Resources Roundabout (NSRR) gewerkt aan oplossingen voor de barrières rond het grensoverschrijdend afvaltransport tussen vier Noordzeelanden. Ambitie: afval opnieuw inzetten als secundaire grondstoffen in de economie van Nederland, Vlaanderen, Engeland en Frankrijk. De markt van één van de buurlanden rond de Noordzee benutten, kan de circulaire economie een zet in de goede richting geven. Samenwerking creëert ook schaalgrootte en volume, wat helpt om businesscases rond te krijgen. De NSRR is de eerste internationale Green Deal.

Lees meer »

Oude wetgeving

Het is de circulaire economie die vraagt om het sluiten van grensoverschrijdende ketens. “Probleem is dat de nieuwe Europese circulaire economie te maken heeft met oude, lineaire wetgeving”, vertelt Robine van Dooren, projectleider bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Ze voert het project uit in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “De wetgeving stamt uit het tijdperk dat afval nog gewoon afval was dat we niet bij de buren moesten ‘dumpen’. Tegenwoordig praten we over grondstoffen die een waarde vertegenwoordigen en hergebruikt kunnen worden.”

De vijf casussen binnen de North Sea Resources Roundabout (NSRR) gaan over struviet, PVC, electronica-afval, compost en bodemas

Verschillende interpretatie

Bijkomende handicap is dat lidstaten de Europese richtlijnen over afval, zoals EVOA (Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen, of Waste Shipment Regulation), niet zelden anders hebben geïnterpreteerd en geïmplementeerd. Belangrijk winstpunt van de Green Deal is dat er volgens Robine van Dooren intussen een goede dialoog bestaat tussen de betrokken landen. “We weten elkaar beter te vinden en we begrijpen elkaar beter”, zegt ze.

Vijf casussen

Binnen de NSRR zoeken in vijf casussen steeds twee bedrijven, nationale inspecties en beleidsexperts naar oplossingen om secundaire grondstoffen over en weer in te zetten. De vijf casussen gaan over struviet, PVC, elektronica-afval, compost en bodemas (zie kaders). Bij alle casussen zijn Nederlandse bedrijven betrokken. Van Dooren: “Nederland heeft een relatief kleine afzetmarkt en is dus snel aangewezen op buitenlandse markten. Wij hebben de casussen niet bedacht. De bedrijven komen er zelf mee.”

Einde-afvalstatus

Belangrijk thema binnen de casussen: de einde-afvalstatus. Einde-afvalcriteria maken duidelijk wanneer een stroom een afvalstof is of - na bewerking - een product. Een status als product stimuleert recycling en maakt export eenvoudiger. Over de einde-afvalstatus houden de lidstaten er verschillende standpunten en criteria op na. “Voor zover het binnen de regels past, wil de NSRR harmoniseren en de criteria meer op elkaar afstemmen”, aldus Van Dooren.

Twence kreeg najaar 2017 de einde-afvalstatus voor compost

Compost is product

Concreet succes door de NSRR is er al. Najaar 2017 kreeg Twence, één van de twee bedrijven binnen de compost-casus, van het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu de einde-afvalstatus voor compost. Een belangrijke stap naar het internationaal sluiten van de nutriëntenkringloop. Twence wil binnen de NSRR-casus het materiaal exporteren naar het Verenigd Koninkrijk. Van Dooren: “Het is nog even wachten tot Engeland zover is. Ze hebben zich tot op ministerieel niveau gecommitteerd. Maar er zijn op dit moment gegeven de Brexit even andere prioriteiten”, zegt Van Dooren.

Marathon

Ook Van Werven kreeg begin 2018 een einde-afvalstatus van de Nederlandse overheid. Het bedrijf mag PVC-granulaat, dat wordt toegepast in drielaagse rioleringsbuizen, voortaan aanmerken als einde-afval. Net als voor compost is het nu wachten op een einde-afvalstatus in Engeland en België. Ton van der Giessen, directeur van Van Werven, is positief gestemd. “Het mooie van de Green Deal is dat je dit als bedrijf alleen nooit voor elkaar krijgt. Je moet de overheid mee hebben en dat lijkt te lukken”, aldus Van der Giessen. De Green Deal ziet hij als een goede stap, al is de weg nog lang. “Maar je moet toch een keer aan de marathon beginnen, wil je de finish halen en nieuwe markten bereiken.”

Label gevaarlijk afval

Van Werven hergebruikt oud PVC. “De milieuwinst van de inzet van hergebruikte harde kunststof is evident”, vertelt Van der Giessen. “We sparen olie door secundaire PVC te vermalen en ook in het productieproces sparen we energie.” Helaas heeft de Europese Unie door de wijziging van de afvalstoffenwetgeving in 2015 het maximaal toegestane gehalte lood van 1% naar 0,1 % gebracht. “Ze hebben dat met de beste bedoelingen gedaan, maar daardoor dreigen wij nu het label ‘gevaarlijk afval’ te krijgen. Terwijl gevaar voor de volksgezondheid uitgesloten is. Het secundaire PVC is namelijk in de nieuwe buis als een sandwich opgesloten tussen maagdelijk PVC.” Het label ‘gevaarlijk afval’ vormt een bedreiging voor de markt.

Van Werven kreeg begin 2018 een einde-afvalstatus voor PVC-recyclaat dat wordt toegepast in drielaagse rioleringsbuizen

Belemmeringen

Voor de casus elektronica-afval begint schot in de zaak te komen. “Wij hebben in Oostenrijk een moderne fabriek opgebouwd om bruikbare materialen uit shredder-residu te halen”, legt Chris Slijkhuis van Muller Guttenbrunn Gruppe (MGG) uit. Slijkhuis wil graag afval uit het buitenland naar zijn Oostenrijkse fabriek halen. Het proces kan echter sneller en eenvoudiger dan nu het geval is. “Er komt in de Europese Unie jaarlijks 1,2 miljoen ton elektronica-afval vrij, terwijl er slechts 300 duizend ton capaciteit is. Dan weet je hoeveel er naar China gaat.” Slijkhuis vindt het zonde dat al die waardevolle grondstoffen Europa verlaten omdat overheden elkaar onvoldoende vertrouwen en procedures lang duren. “Wij willen grondstoffen uit elektronica-afval graag beschikbaar maken voor gebruik in Europa. We krijgen vraag op vraag en zijn per keer een maand verder.”

Fast-tracks

Hopelijk bieden zogeheten fast-tracks uitkomst. De NSRR-casus werkt eraan. Van Dooren: “We willen proberen met zogeheten fast-tracks de administratieve procedure voor transporten te versnellen, liefst binnen zeven dagen. Fast-tracks moeten mogelijk worden naar bedrijven met een status van ‘vooraf goedgekeurde inrichting’ (VGI-status). Muller-Guttenbrunn beschikt over zo’n status. De EVOA biedt de mogelijkheid voor een lichtere en snellere exportvergunning, maar in de praktijk zie je dat Europese landen andere criteria aanleggen. Er is dus afstemming nodig.”

Leerpunten

Op het ogenblik vindt een evaluatie plaats van de EVOA. In 2020 staat een EVOA-herziening op het programma. De NSRR-casussen leveren voor deze evaluatie de nodige leerpunten op. Van Dooren noemt er een vijftal (zie kader). Eén daarvan is digitalisering. “De casussen laten zien dat een behoorlijke slag kan worden gemaakt met de digitalisering van de procedures. Nu worden gegevens per fax over en weer verstuurd. Verder moeten de bedrijven steeds bankgaranties afgeven. Ze mogen ook geen monsters versturen van meer dan 25 kilogram om de installaties te testen en het afzetproduct te monitoren”, aldus Van Dooren. Deze en andere leerpunten worden aan de EVOA-evaluatie meegegeven.

Vijf leerpunten voor EVOA-evaluatie

  • digitaliseer de vergunningaanvraag in plaats van op papier;
  • laat bij grensoverschrijdend transport alleen het land van ontvangst en land van oorsprong oordelen in plaats van ook transitlanden;
  • maak uitzonderingen mogelijk om af te wijken van de vooraf vastgelegde transportroute;
  • maak het mogelijk om monsters van meer dan 25 kilogram te vervoeren om proeven mee uit voeren in het ontvangende land;
  • versnel de procedure (fast-track van zeven dagen) als partijen volgens EVOA een art.14-status hebben van ‘vooraf goedgekeurde inrichting’.

Risicogestuurd werken

Van het optimaal benutten van elkaars markten, profiteren niet alleen de circulaire economie en de afvalbedrijven. “Ook de Inspectie heeft er baat bij”, stelt Van Dooren. “De Green Deal kan helpen om stromen waar we geen zorgen over hebben, soepeler te laten lopen. De Inspectie heeft dan meer handen vrij om zich op de echt zorgwekkende afvaltransporten te richten.”
Bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) beaamt Kees Hoppener, hoofd afdeling vergunningverlening afvalstoffen, industrie en bedrijven, dat de ILT met het beleid zoals verwoord in ‘Koers 2021’een verandering in gang heeft gezet die in lijn is met de NSRR. Belangrijke pijler is het risicogestuurd werken. Hoppener: “Bij afvalstromen die jaar na jaar dezelfde samenstelling en verwerking hebben, spreken we van zogenaamde repeterende aanvragen. Deze ondergaan een lichtere vorm van toezicht. Hierdoor kunnen we meer aandacht geven aan risicovolle afvalstromen. Zo kunnen we ‘goede’ spelers onderscheiden en ons op de ‘kwade’ spelers richten.”

Universele aanpak

Deze aanpak lijkt echter niet voor alle afvalstromen mogelijk. Probleem is, stelt Hoppener, dat onder meer bodemassen overal een andere samenstelling hebben en dat de verwerkingsprocessen verschillen. Van ‘repeterende aanvragen’ is dus geen sprake. Ook hebben de verschillende lidstaten soms andere inzichten. Daardoor zijn de goede ervaringen van het NSRR-traject vrij lastig te veralgemeniseren. Hoofd handhaving afval Walter Klomp van de ILT, beaamt dat. “Compost, struviet en bodemas hebben per land hun eigen werkomgeving, proces en afvalsamenstelling. Er is geen universele aanpak mogelijk”, aldus Klomp.

Niet meer nodig

De ILT neemt deel aan de NSRR. Hoppener kan zich verbazen over de nog gebrekkige staat van digitalisering in de EU. “EVOA vergt papier, stempels, fysieke handtekeningen die over en weer worden gefaxt. We hopen dat de EVOA-herziening in 2020 de digitalisering een boost geeft”, aldus Hoppener. Klomp: “We doen van harte mee aan de NSRR, want de meeste EVOA-wetgeving is in de jaren ‘90 van de vorige eeuw ontstaan na een serie dumpschandalen waar zware juridische instrumenten voor zijn opgetuigd. Die instrumenten zijn vandaag de dag zeker binnen Europa niet meer voor alles nodig.” Over de voortgang is hij te spreken. Als voorbeeld noemt hij de fast tracks. “Bij het e-wastetraject van de Muller Guttenbrunn Gruppe/HKS-metals wordt goede vooruitgang geboekt en kan een fast track haalbaar zijn als aan alle voorwaarden wordt voldaan.”

Casus: Compost
(NL-GB) Afvalverwerker Twence en Comgood.
Landbouwgebieden in Noordoost Engeland hebben behoefte aan organische meststoffen en nutriënten. In september 2017 is de einde-afvalstatus toegekend voor compost van Twence, Engeland moet nog volgen. Er is een vergelijking uitgevoerd van beide labels Keurcompost (NL) en Compost Quality Control (GB). Export van Nederlands compost bevordert sluiting van de mineralenkringloop en is een prikkel om de bodemkwaliteit op peil te houden.

Casus: struviet

(NL-FR) SUEZ, Véolia, Aquaminerals en Waternet.
Het fosfaatrijk mineraal struviet wordt in Nederland met succes uit afvalwater gehaald. Het is een slow-release meststof die kunstmest kan vervangen. Frankrijk werkt aan ‘homologisering’ van struviet die de status van meststof erkent. Ze zijn daarin vergevorderd. In Nederland analyseren RIVM en waterbedrijven wat er precies aan medicijnresten en pathogenen in het materiaal zit en of struviet de einde-afvalstatus kan krijgen.

Casus: Elektronica-afval
(NL-AUT) Muller Guttenbrunn Gruppe en HKS-metals.
Het Oostenrijks bedrijf Muller Guttenbrunn Gruppe (MGG) en HKS-metals (NL) werken shredder-residu uit elektronica-afval op. HKS metals levert dit shredderafval aan MGG. MGG heeft een grote fabriek (40 duizend ton) in Oostenrijk die allerlei non-ferrometalen, zoals aluminium, koper en edelmetalen, eruit kan halen om ze opnieuw in de economie te brengen. De kunststoffen worden tot 95 procent gerecycled en ontdaan van vlamvertragers. Met zogeheten fast-tracks wordt getracht de export naar Oostenrijk te versnellen. Fast-tracks zijn mogelijk naar bedrijven met een status van ‘vooraf goedgekeurde inrichting’ (VGI-status) volgens EVOA. Muller-Guttenbrunn heeft zo’n status.

Casus: Bodemas
(NL-GB) Inashco en Ballast Phoenix.
De Nederlandse vestiging van Inashco werkt samen met het Britse Ballast Phoenix om al enigszins opgewerkt Brits bodemas in Nederland verder te ontdoen van non-ferrometalen en metalen. De schoongemaakte mineralen komen vervolgens als ophoogmateriaal in de grond-, weg- en waterbouwsector terecht. Bodemas blijft afval en notificatie (aanvraag doen en de procedure starten) is vereist. Binnen de casus proberen de partijen om de procedure daarvoor te versnellen en te vereenvoudigen. De casus wordt waarschijnlijk dit jaar nog niet opgelost omdat het direct de bestaande regelgeving raakt.

Casus: PVC
(NL-BE-GB) Van Werven, Renewi en Wavin.
Het Nederlands bedrijf Van Werven verwerkt door Renewi in Vlaanderen ingezameld PVC-afval tot granulaat waarmee leidingenmultinational Wavin in Engeland binnenbuizen maakt. PVC heeft een levensduur van vijftig tot zeventig jaar. Er komt veel oud materiaal vrij dat nog lood en cadmium bevat. Nederland heeft de einde-afvalstatus inmiddels verleend, België en Engeland moeten nog volgen. Discussies gaan ook over de consequenties van een eventuele classificatie ‘gevaarlijk afval’ voor PVC-afval.

"We weten elkaar beter te vinden en we begrijpen elkaar beter."
Robine van Dooren - Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
"Het mooie van de Green Deal is dat je dit als bedrijf alleen nooit voor elkaar krijgt."
Ton van der Giessen - Van Werven
"We hopen dat de EVOA-herziening in 2020 de digitalisering een boost geeft."
Kees Hoppener - Inspectie Leefomgeving en Transport
"Wij willen grondstoffen uit elektronica-afval graag beschikbaar maken voor gebruik in Europa."
Chris Slijkhuis - Muller Guttenbrunn Gruppe
"We doen van harte mee aan de NSRR."
Walter Klomp - Inspectie Leefomgeving en Transport