Nieuwe Europese emissieniveaus voor afvalinstallaties

Eindstreep voor herziening BREF Waste Treatment

Artikel - 28 maart 2017

De herziening van de nieuwe Europese BREF Waste Treatment (Afvalbehandeling) nadert zijn voltooiing. De afvalindustrie heeft een laatste kans wijzigingen voor te stellen. ‘Ten opzichte van de eerste draft is veel verbeterd.’ 

Afvalverwerkende activiteiten als vergisten, shredderen, fysisch-chemische behandelingen, het verwerken van gevaarlijke stoffen en het mechanisch-biologisch behandelen van huishoudelijk afval: allemaal vallen ze onder de Europese BREF Waste Treatment. Tenminste als ze boven een bepaald volume uitkomen dat beschreven staat in de Richtlijn Industriële Emissies. De BREF, voluit Best Available Techniques Reference Document, is een vuistdik boekwerk, waarin de ‘best beschikbare technieken’ staan beschreven. Doel: het beperken van emissies van afvalinstallaties naar lucht, water en bodem. 

Lees meer »

Sevillaproces

De Spaanse stad Sevilla is het decor van de herziening van de BREF WT. Daar zetelt het Joint Research Centre (JRC), het onderzoekscentrum van de Europese Unie. Over het proces zegt Serge Roudier, hoofd van het JRC: “Het unieke van dit zogeheten Sevillaproces is dat alle belanghebbenden – in sommige gevallen tweehonderd experts – vanaf het begin meedoen aan het ontwerpen van de BREF’s. Het is een participatief en transparant proces. Wij leggen niks op. We organiseren de informatie-uitwisseling en doen voorstellen. Besluiten worden genomen op basis van consensus.”

Doel van de BREF WT is het beperken van emissies van afvalinstallaties naar lucht, water en bodem

Wijzigingen

In de aanloop naar de herziening verzamelt het JRC data over emissies en toegepaste technieken, het publiceert voorstellen, organiseert bijeenkomsten waarin iedereen zijn zegje kan doen, en verwerkt het JRC commentaar van de industrie, milieuorganisaties en EU-lidstaten. Vervolgens wordt een concept van de BAT-conclusies gepubliceerd, de best available techniques. Daarna volgt een tweede voorstel, dat na een uitgebreide commentaarronde leidt tot de herziene BREF. In maart staat deze versie op de agenda van een vergadering van de Technische Werkgroep, waarin alle belanghebbenden zitting hebben. De industrie heeft dan de laatste kans om wijzigingen voor te stellen. 

Uniform beleid

Het uitgebreide consultatieproces is volgens Aneta Willems noodzakelijk om de best beschikbare technieken en de daaraan gekoppelde emissieniveaus te inventariseren. Bovendien is het de manier om tot een uniform Europees afvalbeleid te komen. Willems is ‎Head of Industrial Emissions Unit van het Directoraat-Generaal Milieu van de Europese Commissie. “Als het consultatieproces niet zou bestaan, zou elke lidstaat het zelf moeten organiseren. Dat zou niet alleen erg kostbaar zijn, we zouden ook kunnen eindigen met grote verschillen in emissieniveaus die de interne markt voor afvalbehandelingsinstallaties onmogelijk maken: installaties die slecht presteren zouden een concurrentievoordeel hebben. Incorrecte interpretatie van de best beschikbare technieken door sommige lidstaten zou in strijd zijn met de Richtlijn Industriële Emissies en onzekerheid creëren voor de nationale afvalsector.” 

Veel commentaar 

De eerste versie leverde de nodige kanttekeningen op. “De industrie heeft veel commentaar geleverd op het eerste voorstel”, zegt Jan van Zon, manager Milieu en Veiligheid bij SUEZ Recycling and Recovering Netherlands. Ook hij had commentaar, namelijk over het vaststellen van sommige emissieniveaus. “Die waren in sommige gevallen gebaseerd op emissiedata van slechts enkele installaties en moesten voor de hele industrie gelden.” Zijn zorg was niet aan dovemansoren gericht: het JRC heeft de emissieniveaus in het tweede voorstel naar boven bijgesteld. Van Zon: “Die ranges zijn nu veel reëler.” 

Emissies naar water

Tevreden is Van Zon ook over de emissies naar water in het jongste BREF-voorstel. “Die zijn ten opzichte van de eerste draft verbeterd. De ranges zijn opgerekt en er wordt nu onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte emissies, waarbij is vastgelegd wat je in welke gevallen moet doen. De hoeveelheid analyses die wordt gevraagd is vrij hoog, maar bij constante emissies zijn er minder nodig. Dat getuigt van gezond pragmatisme.”

Vreemde zaken

Er staan nog wel ‘vreemde zaken’ in de BREF, stelt Van Zon vast. “Alles moet onder één dak plaatsvinden en sommige installaties moeten in een gebouw zitten met negatieve druk. Ter aanvulling moet het hele terrein, inclusief de receptie, de verwerking en de opslag van afval plaatsvinden op een vloeistofdichte vloer, zelfs als er geen risico bestaat voor bodem- of watervervuiling. Dat kan zeker niet de bedoeling zijn. Die oplossingen zijn heel duur. In Nederland kijken we naar de risico’s. Daar pleiten we bij de BREF ook voor. Bij een risico op uitlogen moet je maatregelen nemen. Voor veel afvalstromen, zoals hout, is dat niet nodig. Ten opzichte van de eerste draft is de tekst flink verbeterd, maar het kan nog beter.”

‘Oneerlijke en voorbarige kritiek’

Net als de BREF voor afvalbehandeling (BREF WT) wordt ook de BREF voor afvalverbranding (BREF WI) momenteel herzien. Hierover publiceerde de Vereniging Afvalbedrijven recent een artikel. Vertegenwoordigers van de industrie uiten daarin forse kritiek op het Sevillaproces: het zou onduidelijk zijn wat het Joint Research Centre doet met de emissiedata die ongeveer driehonderd afvalverbrandingsinstallaties hebben aangeleverd. Aneta Willems van de Europese Commissie wijst de kritiek van de hand. Ze vindt het niet eerlijk, niet coöperatief en voorbarig. “De afvalbedrijven hebben hun kritiek geuit vóórdat het eerste voorstel op tafel lag. Dat komt namelijk pas in april. Ik ken geen ander wetgevingsproces dat zo transparant is en waar belanghebbenden zo nauw bij worden betrokken.” Ook Serge Roudier van het Joint Research Centre was ‘stomverbaasd’, “om de simpele reden dat er nog geen voorstel ligt. In zekere zin zijn we nog niet eens begonnen.” Net als Willems stelt hij: “Het Sevillaproces is transparant, participatief en er wordt beslist op basis van consensus.”

Mest

Duitsland heeft problemen met het opnemen van mest in de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. David Wilken, hoofd Afval, Bemesting en Hygiëne van de Duitse Biogas Association (Fachverband Biogas e.V), Duitslands grootste brancheorganisatie op het gebied van biogas en aangesloten bij de European Biogas Association (EBA). “In Duitsland is mest een van de belangrijkste grondstoffen voor biovergisters, vanwege de enorme milieuvoordelen door het voorkomen van broeikasgassen bij open opslag. Als we in de BREF WT voor mestvergisting dezelfde technische, bureaucratische en analytische eisen krijgen als voor huishoudelijk of industrieel bioafval, dan is dat een bedreiging voor het gebruik van deze uitstekende grondstof.” Maar hij voelt zich gesterkt door de bereidheid van het JRC en de lidstaten om na te denken over de mogelijkheid mest uit te sluiten. 

Emissieniveaus 

Meer zorgen hebben Wilken en Van Zon over de manier waarop het bevoegd gezag straks kan omgaan met de BAT-AEL’s, de emissieniveaus die worden aangegeven in ranges: de hoogste en de laagste gemeten emissies voor elke techniek. Van Zon: “Het is niet duidelijk hoe het bevoegd gezag uit die ranges vergunningswaarden gaat genereren. We hebben coördinatie op nationaal niveau nodig om lokale verschillen te voorkomen. Een maximale emissiewaarde aanhouden zou een stuk duidelijker zijn.” Ook Wilken vreest dat de lidstaten “ergens emissiegrenswaarden in de ranges prikken. Dat kan er zo maar toe leiden dat je nieuwe technologie moet installeren. Mogelijk is onze sector op den duur dan niet langer economisch levensvatbaar.” Aneta Willems noemt dit ‘een onterechte angst’. Volgens haar hebben de betreffende installaties al vergunningen, en die worden geactualiseerd met een case-by-case benadering die rekening houdt met de emissieniveaus die worden geassocieerd met de prestaties van de best beschikbare technieken. De Europese Commissie kijkt bovendien mee met de uitvoering van de BREF’s, zegt ze. “Het bevoegd gezag rapporteert aan de minister, en die aan ons. Er is dus terugkoppeling. Ook regionale verschillen per lidstaat kan ik me niet voorstellen. Dat gaat in tegen het idee van harmonisatie.” 

Flexibiliteit

De emissieniveaus moeten worden aangegeven in ranges, omdat dat is voorgeschreven, zegt Serge Roudier van het JRC. “Als we alleen een maximaal emissieniveau aangeven, kan de indruk ontstaan dat de Europese Commissie dat niveau voorschrijft. Dan ontneem je lidstaten de mogelijkheid de emissiewaarden aan te passen aan de stand van de techniek in die lidstaat. Ranges geven de lidstaten de flexibiliteit om zelf te kiezen.”

"Besluiten worden genomen op basis van consensus."
Serge Roudier - Joint Research Centre
"Ik ken geen ander wetgevingsproces dat zo transparant is."
Aneta Willems - Europese Commissie
"Er is veel verbeterd sinds het eerste voorstel, maar het kan nog steeds beter."
Jan van Zon - SUEZ
"Mest opnemen in de BREF WT is een bedreiging voor mestvergisting met al zijn milieuvoordelen."
David Wilken - Fachverband Biogas e.V.