Nieuwe Europese afvaldoelen en meetmethodiek haalbaar?

Europees Parlement stemt over Kaderrichtlijn Afvalstoffen

Artikel - 15 maart 2017

Half maart stemt het Europees Parlement over de nieuwe Kaderrichtlijn Afvalstoffen. Knellende discussiepunten: is het voorgestelde doel van 70 procent recycling in 2030 van het stedelijk afval haalbaar? En: is de nieuwe recycling-berekeningsmethode wel realistisch? Afvalbranches uit Nederland, Duitsland en Denemarken zijn kritisch.

Op de plenaire vergadering van half maart buigt het Europees Parlement zich over de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen. Dan hakken Europarlementariërs belangrijke knopen door over het toekomstige hergebruik en recycling van afval. Daarna volgen onderhandelingen met de lidstaten. De herijking van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen kent twee belangrijke kernpunten: het opgeschroefde recyclingdoel voor stedelijk afval en de nieuwe berekeningsgrondslag voor recycling. Het Europees Parlement is ambitieus en wil het voorgestelde ambitieniveau van de Europese Commissie – 60 procent recycling van stedelijk afval in 2025 en 65 procent in 2030 – verhogen naar 70 procent in 2030. 

Lees meer »

Nieuwe meetmethodiek

Naast deze verhoging is een nieuwe berekeningsgrondslag onderwerp van discussie. De Europese Commissie wil het meetpunt naar achteren in de keten verschuiven. Nu nog is in veel lidstaten de hoeveelheid gescheiden ingezameld afval maatgevend. Wat daarna met het afval gebeurt, valt buiten de statistiek. Alle grondstoffen die bij het sorteren, reinigen en recyclen verloren gaan, tellen niet mee in het recyclingpercentage. “Het Europees Parlement wil het meetpunt nóg verder naar achteren plaatsen dan de Europese Commissie”, vertelt Robert Corijn, manager Commercie & Marketing van afvalbedrijf Attero. Deze verschuiving heeft forse consequenties. “Immers: hoe verder het meetpunt, hoe ambitieuzer de doelen. Maar ook: hoe lastiger het wordt om stromen terug te herleiden naar de bron.” Nana Winkler, consultant van de Dansk Affaldsforening, de in Frederiksberg gevestigde Deens afvalvereniging, wijst op de optelsom van de twee aanpassingen: “Het verschuiven van het meetpunt maakt de recyclingdoelen ambitieuzer. Het is een riskante zaak om de berekeningsmethode én het recyclingdoel op hetzelfde moment te veranderen, omdat we de gevolgen ervan niet kennen.” 

In veel lidstaten is nu nog de hoeveelheid gescheiden ingezameld afval maatgevend voor de recyclingpercentages

Praktische problemen 

Is een later meetmoment wel een haalbare kaart? Corijn ziet om te beginnen een hoop praktische problemen. “Stel dat je bijvoorbeeld kunststofafval hebt ingezameld en gesorteerd en daarna heb je die hoeveelheid afgeleverd bij een recyclebedrijf. Volgens de nieuwe plannen van het Europese Parlement zou de recycler daar de hoeveelheid afval moeten meten. Maar het bedrijf gaat vervolgens de betreffende kunststof bewerken, waarbij ook materiaal verloren gaat. Dus als je een werkelijk realistisch getal over de hoeveelheid gerecyclede kunststof wilt hebben, zou je de meting dus nog verder in het proces moeten maken”, vertelt Corijn. “Het is daarbij de vraag of het betreffende bedrijf wel inspecteurs in de keuken wil toelaten. Er zijn toch bepaalde fabrieksgeheimen, zoals welke technische aanpak het bedrijf hanteert om het betreffende granulaat te produceren. Het is ook de vraag of de bevoegde autoriteiten de capaciteit hebben voor deze inspecties.”

Complicerende factor

Volgens Corijn is een bijkomstig probleem dat het granulaat voor een deel bestaat uit stedelijk afval, voor een ander belangrijk deel is het gemaakt van virgin grondstoffen en misschien zit er ook wel bedrijfsafval in. “In een later stadium is het niet meer mogelijk om te bepalen hoeveel granulaat uit stedelijk afval afkomstig is. Dat maakt het ondoenlijk om te berekenen of bij het stedelijk afval de gewenste recycledoelstelling wel gehaald is.”
Een extra complicerende factor is volgens Corijn dat sommige marktsegmenten internationaal georiënteerd zijn en soms buiten Europa liggen. Een deel van de kunststofverwerking gebeurt door gecertificeerde bedrijven in China. “Dat zou betekenen dat je aan een Chinees bedrijf zou moeten vragen of je hun boekhouding mag inzien, omdat je wilt weten hoeveel kunststof zij gaan hergebruiken uit stedelijk afval”, aldus Corijn. “Dat lijkt me niet verstandig. De kans is groot dat hierdoor de kunststoffen uit Europa in China minder geliefd raken, met een mogelijk negatieve financiële prijseffect, waar we niet veel mee opschieten. Het EU-beleid zou er juist op gericht moeten zijn om de wereldwijde vraag naar gerecycled materiaal te faciliteren en stimuleren.”

Eerst meer duidelijkheid

Een ander voorstel van het Europees Parlement is dat het recyclingpercentage van stedelijk afval in 2030 op 70 procent moet komen te liggen. Deze recente stellingname is een aanscherping van het voorstel van de Europese Commissie, waarbij het recyclingpercentage op 65 procent in 2030 komt te liggen. “Ik denk dat die doelstelling te hoog is”, zegt Winkler. Het huidige recyclingpercentage van het Deense stedelijk afval gebaseerd op inzameling is 46 procent. Wat de cijfermatige consequenties van de nieuwe berekeningsgrondslag zijn, kan de organisatie nog niet aangeven. Daarover ontbreken beschikbare gegevens. “We willen eigenlijk niet de doelstelling bediscussiëren voordat er duidelijkheid is over welk soort afval het gaat en hoe de berekening van de doelstelling tot stand moet komen. Op dit moment hebben we onvoldoende cijfers over de hoeveelheid afval die uiteindelijk het recycleproces ingaat. We weten bijvoorbeeld niet hoeveel afval er verloren gaat tijdens de verschillende fases voor de laatste bewerking. Het is een soort blackbox.” Volgens Winkler geldt ook voor andere Europese lidstaten dat onvoldoende cijfermateriaal op dit gebied beschikbaar is. De meeste landen kijken naar de hoeveelheid ingezamelde afval. De hoeveelheid stedelijk afval dat uiteindelijk het recycleproces ingaat is volgens haar bij geen enkel land goed in kaart gebracht. Er worden veel aannames gebruikt, stelt ze. Ook in Nederland worden bijna alle gescheiden ingezamelde stromen ingeboekt als recycling. Op basis van deze berekening komt het land op 51 procent ‘recycling’ van stedelijk afval. 

Met de voorstelde berekeningsmethode behaalt Duitsland voor het stedelijk afval geen recyclingpercentage van 64 procent, maar minder dan 50 procent

Kwaliteit van belang

Het gebrek aan cijfers is ook een van de kritiekpunten van Carsten Spohn, directeur van Itad (Interessengemeinschaft der Thermischen Abfallbehandlungsanlagen in Deutschland). Daarnaast vindt hij de kwaliteit van het afval van evident belang. “Eerlijk gezegd is het streven naar een recyclepercentage voor stedelijk afval de verkeerde aanpak”, aldus Spohn. “Het is gevaarlijk om te praten over recycledoelstellingen zonder dat je over de kwaliteit praat. We weten dat niet al het materiaal te recyclen valt met een hoge kwaliteit. Iedereen wil vermijden dat niet-recyclebare stoffen de kwaliteit van gerecycled materiaal in gevaar brengen.” Volgens Spohn kan een groot deel van het afval op dit moment niet gerecycled worden, bijvoorbeeld omdat verontreinigde stoffen in het afval zitten. Zolang er geen eenduidigheid bestaat over kwaliteitseisen heeft een afspraak over recyclingdoelen geen zin. 

Twijfels over recyclingpercentages

Spohn plaatst vraagtekens bij de huidige recyclingpercentages van lidstaten. Daarover bestaan volgens hem grote twijfels. “Bij relatief eenvoudig materiaal als glas of papier haal je recyclepercentages van 80 tot 90 procent. Maar het is ook bekend dat je bijvoorbeeld bij kunststof niet veel hoger kunt komen dan 40 procent”, legt Spohn uit.
Volgens de officiële statistieken recyclede Duitsland in 2013 64 procent van het stedelijk afval. Met de berekeningsgrondslag van het Europees Parlement was het land uitgekomen op minder dan 50 procent. “Om een algemeen recyclingpercentage voor te stellen van 70 procent is nogal een uitdaging, ook al is die doelstelling pas in 2030 van kracht. Daar maken wij ons zorgen om. Het hoge doel kan een push zijn om in te zetten op inefficiënte verwerkingssystemen in plaats van aan te pakken op eco-design en het stimuleren van de recyclingmarkt.”

"Ik denk dat het doel van 70 procent recycling van stedelijk afval in 2030 te hoog is."
Nana Winkler - Dansk Affaldsforening
"In een later stadium is het niet meer mogelijk om te bepalen hoeveel granulaat uit stedelijk afval afkomstig is."
Robert Corijn - Attero
"Het is gevaarlijk om te praten over recycledoelstellingen zonder dat je over de kwaliteit praat."
Carsten Spohn - Itad