‘Niet mauwen, maak het verschil’

Afvalconferentie 2017: trots op successen

Artikel - 16 oktober 2017

Niet denken in problemen, maar in oplossingen. Dat is de teneur tijdens de Afvalconferentie op 4 oktober 2017 bij Utrecht. De volle zaal heeft er oren naar. De wil is er, maar er leven ook zorgen, bijvoorbeeld over de kwaliteit van secundaire grondstoffen. Eenvoudig is de circulaire opgave niet.

Auteur: Addo van der Eijk   ©copyright
 
Meer dan 250 afvalprofessionals trekt de Afvalconferentie dit jaar. Op zoek naar inspiratie, nieuwe inzichten, collega’s en nuttige contacten. Het thema circulair leeft, zeker nu de regering de horde voor 2050 op maximaal legt, namelijk honderd procent. Dagvoorzitter Mathijs Bouman, onder meer columnist van Het Financieele Dagblad, trapt af met een optelsom. In 2012 repte zijn krant twaalf maal over de circulaire economie, dit jaar al 64 keer. “Circulair maakt een opmars door”, zegt hij. Met deze positieve trend zet Bouman de toon.
De conferentie – een samenwerking van de Vereniging Afvalbedrijven en de NVRD – kent een inmiddels vertrouwd patroon: een plenaire start met inspirerende sprekers, gevolgd door twee rondes met de keuze uit vier parallelsessies. Tijdens pauzes, borrel en diner ontmoet de sector elkaar. Netwerken lijkt soms wel het hoofdmenu. Tot ver na het diner blijft de zaal vol en vinden overal geanimeerde gesprekken plaats.

Lees meer »

Successen vieren

De urgentie wordt vertolkt door de volgende generatie. Op het scherm kijkt een kind de zaal in. Ze zegt: “We wonen op een heel mooie wereld en dat moet zo blijven”. De oproep maakt deel uit van de peptalk van Anne-Marie Rakhorst, ondernemer en voorzitter van het transitieteam consumptiegoederen. Het team stelt dit najaar één van de transitieagenda’s op voor het Grondstoffenakkoord. De wereld staat voor een geweldige opgave, zegt Rakhorst, verwijzend naar de zeventien Sustainable Development Goals. Maar, benadrukt ze: “We zijn heel succesvol. We hebben al veel bereikt. De ozonlaag herstelt zich, rivieren zijn weer schoner en aanzienlijk minder mensen lijden honger. Dergelijke successen moeten we vieren.”
Rakhorst roept op tot daadkracht en plaatst de Nederlandse opgave in perspectief. Ze beschrijft een initiatief in sloppenwijken, opgezet door een lokale vuilnisman. “Inmiddels werken 32 landen, in 480 slums, aan duurzame projecten.” Niet mauwen, houdt ze de zaal voor. “In ons ontzettend rijke land kunnen wij het verschil maken, wereldwijd. Nederlandse innovaties zitten over de hele wereld. We hebben meer geld dan ooit, maar de risicobereidheid is te laag.”

Maakindustrie

De maakindustrie speelt een prominente rol op de conferentie. Van afval een product maken: diverse sprekers laten zien dat het kan. Zo spreekt Marco Waas, ‎directeur innovaties van AkzoNobel, enthousiast over het benutten van afvalstromen. In een plenaire presentatie zet hij uiteen waarom het chemiebedrijf bovenaan de Dow Jones Sustainability Index prijkt. Nieuwe afvalfabrieken staan op stapel, zegt Waas, onder meer om afval om te zetten in syngas, een grondstof voor onder andere methanol. “In Rotterdam willen we een demoplant realiseren. Het wordt ons vlaggenschip voor de transitie naar een circulaire economie”, aldus Waas.
Meer succesproducten passeren de revue. Rakhorst noemt er enkele in haar inleiding, zoals de wasmachine van Miele die na gebruik retour gaat en wordt hergebruikt. In één van de deelsessies vertelt Auping over hun circulaire bedrijfsvoering met hergebruik van materialen en doet Circulus-Berkel uit de doeken hoe monteurs met een afstand tot de arbeidsmarkt tweedehands fietsen oppimpen. Willem Sederel van Biobased Delta somt in zijn deelsessie een waslijst biobased-initiatieven op. “Het bruist in heel Nederland van de mkb-initiatieven rond biobased”, concludeert hij.

Afzetmarkten

Toch klinken ook kritische geluiden over producenten. “Dertig procent van de gemaakte verpakkingen is niet recyclebaar”, zegt Han Noten, voorzitter van de NVRD. Ook een gebrek aan afzetmarkten baart de afvalsector zorgen. “We hebben markten nodig om onze grondstoffen af te zetten”, stelt Ingrid Ter Woorst van de Unie van Waterschappen vast. Boris van der Ham, voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven, bevestigt het afzetmanco. Neem AEC-bodemas, zegt hij. “Als afvalsector hebben we met de overheid afgesproken: wij maken dat materiaal versneld schoon, zodat het vrij toegepast kan worden in de infrastructuur. Dat is ons gelukt. Een geweldig resultaat. Maar overheid: koop het product dan ook. Stel je als overheid garant om gerecyclede producten af te nemen.”

Kwaliteit

Een betere afzetmarkt is hard nodig, maar de praktijk blijkt soms weerbarstig. “Makkelijker gezegd, dan gedaan”, zegt Sepas Setayesh van Philips over de inzet van gerecycled materiaal in huishoudelijke apparaten. Philips verwerkt alsmaar meer gerecycled plastic in apparaten. Setayesh toont er acht, waaronder een stofzuiger met 350 gram gerecycled plastic en de SENSEO® Viva Café Eco, die Philips samen met OMRIN maakt met vijftig procent gerecycled plastic. De verkoop bleef echter achter. “Omdat het koffiezetapparaat iets duurder uitpakt dan het alternatief van virgin grondstoffen”, verklaart Setayesh.
Dan de kwaliteit. Het vinden van bruikbare secundaire stromen valt hem niet mee. Op zijn verzoek stuurden acht leveranciers hun grondstof toe. Stijfheid, reuk, maximale temperatuur, uiterlijk: Philips onderzocht de monsters nauwgezet. Wat bleek: het gros voldeed niet aan de gestelde kwaliteitseisen. “De kwaliteit van gerecycled plastic verschilt sterk. Er zijn te veel leveranciers in de markt, met kleine volumes. Gerecyclede materialen van hoge kwaliteit zijn ook vaak duurder dan virgin grondstoffen”, vertelt Setayesh, die zijn zoektocht naar geschikt gerecycled plastic voortzet.

Klinkende inzamelresultaten

Ondertussen dient zich alsmaar meer gerecycled materiaal aan. Gemeenten boeken klinkende inzamelresultaten. Trots noemt Han Noten, naast NVRD-voorzitter burgemeester van Dalfsen, de prestatie die een wijk in zijn gemeente leverde: van 230 naar 56 kilo restafval. In een sessie klinkt Victor van Dijk van ROVA enthousiast over de gemeente Tubbergen. “Dankzij omgekeerd inzamelen en diftar zijn ze gedaald van 200 kilo restafval naar 50 kilo.” Grootstedelijke agglomeraties, zoals Amsterdam, zijn druk doende met een inhaalslag. “In 2020 willen we 65 procent van het afval scheiden. We zitten nu rond de 25 procent. Met bronscheiding willen we stijgen naar circa 37 procent. De rest bereiken we met nascheiding in de nieuwe grondstoffabriek van AEB Amsterdam”, aldus Albert van Winden van de gemeente Amsterdam.

Positief verhaal

De recente negatieve mediaberichten – over dat plastic scheiden weinig milieuwinst oplevert – houdt de gemoederen tijdens de conferentie bezig. Van Winden wordt er chagrijnig van. “Maar we hebben het over onszelf afgeroepen”, stelt hij tijdens zijn presentatie. “We moeten ons positieve verhaal veel beter brengen. 5.200 Amsterdammers hebben we gevraagd: wanneer ga je je afval beter scheiden? 86 procent zei: als we weten wat ervan gemaakt wordt. Sindsdien vertellen wij dat verhaal – van wormenhotels tot koffiezeep – onder het motto ‘Amsterdam maakt er wat van’.”

Fotografie: Robert Goddyn Photography

"Circulair maakt een opmars door."
Mathijs Bouman - dagvoorzitter
"In ons ontzettend rijke land kunnen wij het verschil maken, wereldwijd."
Anne-Marie Rakhorst - Voorzitter transitieteam consumptiegoederen
"Onze nieuwe fabriek in Rotterdam wordt het vlaggenschip voor de transitie naar een circulaire economie."
Marco Waas - AkzoNobel
"De kwaliteit van gerecycled plastic is zeer verschillend."
Sepas Setayesh - Philips
"We hebben markten nodig om onze grondstoffen af te zetten."
Ingrid ter Woorst - Unie van Waterschappen
"Stel je als overheid garant om gerecyclede producten af te nemen."
Boris van der Ham - Vereniging Afvalbedrijven
"Dertig procent van de gemaakte verpakkingen is niet recyclebaar."
Han Noten - NVRD
"We moeten ons verhaal veel positiever brengen."
Albert van Winden - Gemeente Amsterdam
"Het bruist in heel Nederland van de mkb-initiatieven rond biobased."
Willem Sederel - Biobased Delta