Mkb-stem binnen Vereniging Afvalbedrijven

'Zit je aan tafel, dan beslis je mee'

Artikel - 22 maart 2013

Sinds 2010 zetelt Rens Zwanenburg in het bestuur van de Vereniging Afvalbedrijven. Daar laat de ‘typische mkb’er’ het geluid van de kleinere afvalbedrijven doorklinken. De grote bedrijven domineren de afvalmarkt en die verhouding werd voor Zwanenburg’s deelname weerspiegeld in het VA-bestuur. ‘Kleine leden hebben nu het gevoel dat ze ook kunnen meebeslissen.’

Door Harry Perrée

Hij heeft een strak zwart pak aan, maar het witte hemd staat losjes open en zijn grijze halflange haren heeft hij achterover gekamd. “Ik doe het net iets anders dan de anderen”, straalt Rens Zwanenburg (56) uit. Een eigenzinnige man. En dat is waarschijnlijk de reden dat de directeur van InterCheM is aangetrokken als het eerste bestuurslid van de Vereniging Afvalbedrijven (VA) om speciaal de kleinere bedrijven te vertegenwoordigen. “Ik ben 33 jaar geleden in het afval gerold. Dat is mijn ding.”, vertelt hij in zijn bedrijfskantoor aan de A73 in Beuningen. Zwanenburg beschrijft zichzelf als een ‘typische mkb’er’. Hij zou nooit binnen een multinational kunnen functioneren. “Dat houd ik geen tien minuten vol. En zij met mij niet.”

Lees meer »

Overleggen met multinationals is een heel ander verhaal. Dat gaat prima. Sinds 2010 behartigt Zwanenburg in het VA-bestuur de belangen van de kleinere bedrijven. In het bestuur zit hij tussen bestuursleden van de grote en middelgrote afvalbedrijven. ‘Kleiner’ zijn de mkb-bedrijven alleen in de schaduw van de marktleiders, sommigen hebben een omzet van tientallen miljoenen euro’s. Voor de InterCheM-directeur is het bepaald niet zijn eerste bestuursfunctie. Als voorzitter van de Vereniging Interprovinciale Afvalbedrijven en van de Verenigde Milieubedrijven Zuid-Holland heeft hij al vaker met dat bijltje gehakt.
Ja, het was nodig om het geluid van de kleine leden te laten doorklinken in het bestuur, bevestigt hij. “Ik kan me voorstellen dat kleine bedrijven zich een beetje het vijfde wiel aan de wagen voelden. Persoonlijk heb ik dat niet ervaren, maar dat heeft waarschijnlijk met mijn karakter te maken. Als ik vind dat ik iets nodig heb, of ik heb een vraag, dan stel ik die gewoon. Daar kreeg ik ook vroeger van de VA altijd een keurig antwoord op.” 
De grote bedrijven domineren de markt en die verhouding werd voor zijn komst weerspiegeld in het VA-bestuur. “Ik heb geprobeerd dat om te buigen. Kleinere leden hebben nu in ieder geval het gevoel dat we kunnen meebeslissen als er besluiten worden genomen. Met vragen over wetgeving en beleid kunnen kleinere bedrijven altijd terecht bij het bureau van de VA. Kleinere bedrijven beschikken niet over stafafdelingen die belangrijke ontwikkelingen binnen de afvalsector in de gaten houden.”

Eigen mensen

Een voorbeeld? “Dan moet ik even nadenken.” Hij neemt een slok uit een flesje bronwater en zet het terug op de vergadertafel. Dan zegt hij: “Neem de vergunningaanvragen bij provincies. Terwijl op papier een vergunningaanvraag na goed vooroverleg in zes maanden en zes weken rond is, kan zich dat in werkelijkheid zomaar enkele jaren voortslepen. De VA heeft zich jarenlang in Den Haag ingezet voor een soepeler beleid rond milieuvergunningen voor afvalbedrijven. Er zijn convenanten gesloten om het vergunningentraject te stroomlijnen, en om de handhaving te verbeteren. Juist voor kleine ondernemingen is dat van groot belang. Grote ondernemingen beschikken over eigen mensen voor vergunningverlening, terwijl kleine ondernemingen het traject meestal uitbesteden. Een korter vergunningentraject scheelt veel kosten.”
Uit de losse pols schat Zwanenburg dat Nederland circa 250 afvalbedrijven met een milieuvergunning telt voor op- en overslag, sorteren, recyclen of verwerken van afval. Gezien de inzet van de VA zou een groot deel van deze bedrijven lid moeten zijn, vindt Zwanenburg. Dat is echter niet het geval. Hij raadt kleinere bedrijven aan zich aan te sluiten. “Zit je aan tafel, dan kun je beslissen. Zit je niet aan tafel, dan wordt er over je beslist. Persoonlijk heb ik er een hekel aan als anderen over het wel en wee van mijn bedrijf beslissen. Daar ben ik geen ondernemer voor geworden.”

Naamsbekendheid

Ondernemer is Zwanenburg, zo benadrukt hij tijdens het interview meer dan eens, om zaken te doen. Dat was voor hem de aanleiding lid te worden van een branchevereniging. “Ik heb mijn lidmaatschap gebruikt om mijn naamsbekendheid te vergroten en mijn netwerk uit te breiden. Ik wil graag mijn contributie terugverdienen. Zit je in dezelfde teil, dan zwem je makkelijker. Je krijgt er binnen de VA zo vijftig potentiële debiteuren of crediteuren bij.”
Zwanenburg noemt nog talloze argumenten om lid te worden. Zo maakt de VA zich sterk voor het algemeen afvalbelang. Daarop liften ook kleinere bedrijven mee. Hoe beter het immers gaat met de afvalsector, hoe beter mkb-bedrijven floreren. Lidmaatschap verbreedt het blik- en werkveld, stelt Zwanenburg. “Kleinere bedrijven hebben vooral een regionale oriëntatie. Via de vereniging blijven de ondernemingen betrokken bij nationaal en Europees beleid. Neem de Arbocatalogus Afvalbranche: dankzij de VA spraken we als kleinere bedrijven mee over de inhoud van de catalogus. Individueel zouden we dat nooit voor elkaar krijgen. Daarvoor heb je echt een branchevereniging nodig.”

Verfrissende inbreng

Rens Zwanenburg zal niet het laatste bestuurslid zijn dat zich hardmaakt voor de belangen van kleinere afvalbedrijven. De Vereniging Afvalbedrijven (VA) heeft vastgelegd dat in het twaalfkoppige bestuur altijd één lid deze belangen behartigt. Dat werkt goed, vindt directeur Dick Hoogendoorn. “Daar waar de discussie vaak tussen de grotere leden wordt gevoerd, is het verfrissend om een nuchtere inbreng te horen van ‘heb je dáár wel eens aan gedacht?’ Administratieve lastendruk wordt bijvoorbeeld door kleinere bedrijven als knellender ervaren dan door grote bedrijven. Iedereen moppert over de EVOA, maar grotere bedrijven zijn beter geëquipeerd om die hele papierberg af te handelen. Dan is het goed dat kleinere bedrijven roepen: ‘Kom op jongens, doe er wat aan’.”
Omdat bijna alle grote bedrijven reeds lid zijn, mikt de vereniging nu vooral op kleinere leden. “Je wilt als afvalbedrijf dat jouw geluid doorklinkt in Den Haag en Brussel”, houdt Hoogendoorn hen voor. “Een brancheorganisatie heeft daar beter toegang. Met meer leden hebben we meer middelen en kunnen we intensiever lobbyen. Daarom willen we dat zoveel mogelijk professionele bedrijven uit de sector lid worden.”
Voor het verwerven van nieuwe leden richt de VA zich vooral op de voorkant van de afvalketen: preventie en recycling. “Onterecht zien velen ons als de belangenbehartiger van de verbrandings- en stortsector. Dat is onjuist. We vertegenwoordigen de gehele afvalketen. De komende tijd maken we ons sterk voor de realisatie van de circulaire economie. Dat betekent dat we nog meer aandacht besteden aan recycling.”

"Ik heb er een hekel aan als anderen over mijn bedrijf beslissen."
Rens Zwanenburg - InterCheM
"‘We vertegenwoordigen de gehele afvalketen."
Dick Hoogendoorn - Vereniging Afvalbedrijven