Meten daadwerkelijke recycling geeft kwaliteitsimpuls

Spagaat tussen inzamelscore en recyclingwinst

Artikel - 18 oktober 2017

Hoe bereken je de recyclingprestatie van je land? Daarover bestaat in Europa discussie. De Nederlandse afvalsector dringt voor kunststoffen en hout aan op een meetpunt bij de daadwerkelijke recycling. Dat zal de kwaliteit en afzet van kunststofgranulaat en het hergebruik van afvalhout een impuls geven.

Auteur: Pieter van den Brand  ©copyright

Veel EU-landen lijken snel tevreden. Voor het berekenen van hun recyclingprestatie tellen ze alle gescheiden ingezamelde tonnen herbruikbaar afval als recyclingwinst. Ook Nederland. Voor veel stromen – denk aan glas, papier en karton, gft en groenafval – is dat niet onterecht. Na de inzamelfase kent de verdere verwerking relatief weinig verlies van materialen. Dat gaat niet op voor twee andere stromen uit het huishoudelijk restafval: kunststof en hout. In het verwerkingsproces van de verschillende soorten kunststof gaat veel materiaal verloren. Het uit huishoudelijk restafval afgescheiden hout gaat voor een aanzienlijk deel naar de energieterugwinning. Beide stromen tellen echter mee in de recyclingstatistieken. De vraag dringt zich op of dat terecht is.

Lees meer »

Meetpunt voor recyclingprestatie

De spagaat tussen inzamelscore en recyclingwinst is ook Brussel niet ontgaan. In het licht van haar Circulaire Economie-pakket werkt de Europese Commissie aan een uniforme berekeningsgrondslag voor recycling. De hamvraag is waar het meetpunt voor de recyclingprestatie van huishoudelijke afvalstromen komt te liggen. Hierover lopen de meningen in het Brusselse circuit uiteen. De Vereniging Afvalbedrijven heeft recent haar standpunt voor de ketens van kunststof en hout bepaald.

Voor kunststof wil de Nederlandse sector het meetpunt bij het geproduceerde granulaat leggen

Waarheidsgetrouw beeld

De Nederlandse brancheorganisatie zou graag zien dat Europa voor beide stromen kiest voor een meetpunt zo ver mogelijk in de keten. Voor kunststof is dat het geproduceerde granulaat en voor hout de aanlevering van oud hout voor materiaalhergebruik in de houtindustrie. “Als je echt wat wilt bereiken in de keten, is transparantie geboden”, zegt Wieger Droogh (SUEZ Nederland), bestuurslid en voorzitter van de Commissie Beleid en Strategie van de Vereniging Afvalbedrijven. “Het meetmoment moet je op die plek leggen, waar je een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld krijgt. Als je het meetpunt verderop in de recycleketen legt, komt er meer inzicht in de efficiency per schakel en over de mate van uitvalverliezen. Dat stelt de keten in staat een kwaliteitsslag te maken. Zo dwing je partijen automatisch samen te werken aan het efficiënter inrichten van hun processen om de kwaliteit van stromen te verbeteren. Samen maak je een hoogwaardiger product dat een betere prijs opbrengt. De huidige methodiek is niet toekomstproof, want er is onvoldoende stimulans om te werken aan hoogwaardige recycling en daarmee aan kwaliteit. Zo doe je de circulaire gedachte tekort.”

Europese standpunten op een rij
Op dit moment onderhandelen het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad in een gezamenlijk overleg (‘triloog’) over een nieuwe berekeningsgrondslag voor recycling. De standpunten lopen uiteen:

  • De Europese Commissie wil naar één berekeningsmethode toe, die de feitelijke recycling meeneemt. De Commissie stelt een meetpunt voor bij de ingang van de installatie waar de gerecyclede grondstof, bijvoorbeeld granulaat, vervaardigd wordt.
  • De Europese Raad streeft naar een meetpunt op het moment dat gesorteerde stromen het recycleproces ingaan. Daarbij moet het restmateriaal dat voorafgaand aan de recycling wordt afgescheiden, in mindering worden gebracht.
  • Het Europees Parlement koestert het meest ambitieuze voorstel en wil alleen kijken naar de hoeveelheid gerecyclede stromen die concreet in producten worden ingezet. Dit standpunt is niet realistisch en wordt niet door de Europese afval- en recyclingindustrie ondersteund.

Kunststof

Recycling van kunststof kent een proces van sorteren, malen, wassen, smeltzuiveren en extruderen. Bij elke bewerkingsstap gaat materiaal verloren. Pas als het materiaal is verwerkt tot direct inzetbaar granulaat is het recyclingproces voltooid en is er geen sprake meer van materiaalverlies. “De korrel is af, vergelijkbaar met de korrel van nieuw plastic. Daarom ligt daar het meest geschikte meetmoment”, legt Robert Corijn uit, bij het Nederlandse bedrijf Attero als marketingmanager betrokken bij de vermarkting van secundaire grondstoffen. “Dan pas heb je een werkelijk realistisch getal over de hoeveelheid gerecyclede kunststof.”

Uitvalverliezen

De noodzaak is evident. De spectaculair toegenomen inzameling van kunststof verpakkingsafval van huishoudens zorgt voor een extra groot aanbod. Er zit echter te veel verontreiniging tussen. “Volgens onze samenstellingsanalyses is een aandeel niet-verpakkingskunststof en ander residu tot dertig of veertig procent helaas geen uitzondering”, zegt Corijn. “Als we op het niveau van echte recycling gaan meten, wordt iedereen in de afvalketen vanaf de inzameling zich ervan bewust hoe groot de uitvalverliezen zijn. Elke schakel zal de noodzaak voelen en geprikkeld worden de hoeveelheid uitval terug te brengen en voor zijn eigen stap zoveel mogelijk te sturen op kwaliteit. Het zal innovatie en samenwerking in de keten stimuleren.”

De Nederlandse sector wil het meetpunt in de houtketen leggen bij materiaalhergebruik

Recycling afvalhout

Voor hout was altijd de verwachting dat de stroom bijna volledig zou worden gerecycled. Dit is echter niet het geval. In Nederland wordt zo’n vijftig procent van het huishoudelijke afval gerecycled. De feitelijke recyclingwinst zou echter vier procent lager moeten liggen vanwege het afvalhout. De ingezamelde stroom afvalhout van huishoudens (jaarlijks 400 duizend ton) wordt volledig in de recyclingboeken bijgeschreven. Terwijl de stroom niet wordt hergebruikt, maar aangewend voor energieterugwinning. Vandaar het standpunt van de Nederlandse afvalsector om het meetpunt in de houtketen te leggen bij materiaalhergebruik.

Verder meetpunt = ambitieuzere recycledoelen
Een berekeningsgrondslag op het niveau van daadwerkelijke recycling heeft consequenties voor het afvalbeleid van de EU-lidstaten. Recycledoelen worden immers veel ambitieuzer. Wieger Droogh (SUEZ Nederland): “Landen realiseren nu een bepaald recyclingpercentage voor kunststof verpakkingsafval uit huishoudens. Als het streefpercentage verder in de keten ligt, krijg je te maken met materiaalverlies. De daadwerkelijke recyclegraad is dan lager. Dus zal je ook de doelstellingen aan moeten passen. Daar moet je als land goed over communiceren. Het laatste wat je wilt is negatieve reacties in de media krijgen, dat alles toch weer naar beneden wordt bijgesteld. Wat we immers willen bereiken is een hoogwaardige vorm van recycling.”

Lat op hergebruik

“De vraag is of de overheid het zo kan stimuleren dat de markt onder alle omstandigheden kiest voor recycling”, zegt Droogh. “Een meetpunt bij de feitelijke aanlevering van oud hout voor materiaalhergebruik bij een afnemer in de industrie zou dit kunnen bewerkstelligen. We leggen de lat voor hout op hergebruik, en wel op een moment waarop je hout echt gaat inzetten als een grondstof en het een tweede leven krijgt. De ambitie is immers dat we oud hout willen omzetten in nieuw hout. We geven recycling een slinger, stimuleren de houtindustrie en minder hout gaat naar de energieterugwinning, een bestemming die we hiermee als niet-recycling kwalificeren. Dan hebben we automatisch de stap gemaakt naar de recycling van hout. Overigens wordt veel hout van slechte kwaliteit terecht omgezet in energie.” Volgens Droogh zal een meetpunt op het moment van materiaalhergebruik verdere innovatie stimuleren. “Oud hout in spaanplaat is daarna niet meer als nieuw product bruikbaar. We zullen hoogwaardigere toepassingen moeten bedenken om van de spaander weer een nieuw product te maken. Naar die circulariteit moeten we toe bewegen.”

Onterechte kritiek op lastige traceerbaarheid
Vanuit de EU-lidstaten klinkt veelvuldig de kritiek door dat het verderop in de keten lastiger wordt om gerecyclede stromen terug te leiden naar de bron. Recyclers gebruiken bijvoorbeeld kunststofstromen uit meerdere landen en zetten tevens virgin materiaal en kunststofstromen uit de industrie in. Dat zou een meetmoment verderop in de keten complex maken. Wieger Droogh (SUEZ Nederland) spreekt het argument tegen. “Van belang is dat we ons nu niet gaan richten op waarom het eventueel niet zou lukken, maar ons te laten inspireren door wat Europa hiermee wél kan bereiken. De kern is dat gerecyclede grondstoffen een brede afzetmarkt vinden. De nadruk moet liggen op kwaliteit. De markt eist immers een hogere kwaliteit van secundaire grondstoffen.”

"Het meetmoment moet je op die plek leggen, waar je een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld krijgt."
Wieger Droogh - SUEZ Nederland
"Gaan we op het niveau van echte recycling meten, dan wordt iedereen in de afvalketen bewust hoe groot de uitvalverliezen zijn."
Robert Corijn - Attero