Kolossaal energiepotentieel

Afvalwarmte te koop

Artikel - 10 juli 2014

De afvalsector kan de Nederlandse aanpak van hernieuwbare energie uit het slop trekken. Het duurzame aandeel stagneert, terwijl een forse groei vereist is. De afvalsector kan voor een trendbreuk zorgen. Alleen al aan overtollige afvalwarmte is 32 petajoule beschikbaar. Dan moeten de energie-kansen wel worden benut.

Door Sander Ruijsbroek

Energie uit afval voorziet in een stijgende behoefte aan duurzame en CO2-neutrale energie. Afvalenergiecentrales (AEC’s), biomassa-energiecentrales, gft-vergisters, slibverbrandingsinstallaties, stortplaatsen: met elkaar leveren ze maar liefst 18 procent van de totale Nederlandse duurzame energieproductie. "De bijdrage van de afvalsector aan hernieuwbare energie was in 2012 18 petajoule. De verwachting voor 2023: 32 petajoule", vertelt Peter Simoes, strategisch adviseur bij AEB Amsterdam. De stijging tot 2023 komt volgens hem hoofdzakelijk door meer warmte te leveren aan de directe omgeving. De afvalsector heeft veel afvalwarmte in de aanbieding. "AEC’s hebben de ideale warmtebron om afnemers betrouwbaar, duurzaam en betaalbaar van warmte te voorzien", aldus Simoes.

Lees meer »

Het energiepotentieel van de afvalsector is groot. Met dat potentieel kan de sector het aandeel hernieuwbare energie in Nederland een impuls geven. Dat aandeel stageert namelijk: afgelopen jaar bleef het percentage steken op 4,5 procent. Volgens het Energieakkoord, dat vorig jaar is afgesloten door het kabinet en ruim veertig organisaties, moet in 2020 14 procent hernieuwbare energie zijn bereikt, en 16 procent in 2023. Er is dus nog een lange weg te gaan. Een trendbreuk lijkt nodig.

Warmtepotentieel

Afvalwarmte biedt een grote kans om de stagnatie om te buigen naar een stijgende lijn. Het warmtepotentieel ligt voor het grijpen. "Maar", zegt Simoes. "Dan moet hernieuwbare energie wél rendabel zijn voor producent, leverancier én afnemer. Voor het fysieke warmtetransport is een netwerk nodig. Dat betekent grote voorinvesteringen van tientallen tot soms wel honderden miljoenen euro’s." Ook Twence hamert op investeringen. Het bedrijf ziet grote potentie in duurzame warmte. Peter Koel, beleidsanalist energie bij Twence: "Het is kapitaalintensief om leidingen aan te leggen in woonwijken. Eén aansluiting in de woning alleen al kost zo’n duizend euro. En dan moeten de leidingen nog de grond in." Die investeringen moeten aan de ene kant worden terugverdiend en aan de andere kant moet de energie betaalbaar zijn voor particulieren en bedrijven. Dat vergt visie en ambitie met een lange tijdshorizon van de overheid.
Overheden moeten initiatieven steunen, bijvoorbeeld met een vestigingsbeleid. Koel: "De Nederlandse biomassa-energiecentrales die voornamelijk draaien op B-hout leveren nu alleen elektriciteit. Bedrijven willen de centrales ombouwen voor warmtelevering. Maar die warmte kunnen ze nog niet volledig kwijt. Wat provincie en gemeenten kunnen doen? Bedrijven stimuleren om zich op lege industrieterreinen te vestigen rondom die centrales." Simoes vult aan: "Afvalbedrijven willen zekerheid. Investeringen moeten ze terugverdienen. Dus overheid: maak warmte uit afval interessant voor gebruikers. Woningbouwcorporaties willen wel duurzame energie, maar zonder beloning kiezen ze voor andere vormen."

Afvalbedrijven voorzien huishoudens van duurzame energie

Kosteneffectief

Over het Energieakkoord is Simoes te spreken, vooral omdat het akkoord breed wordt gedragen in de samenleving: een lange stoet van meer dan veertig organisaties en de rijksoverheid, schaart zich achter de energie-ambities. "Er is nu méér draagvlak. Als iedereen zijn schouders eronder zet, halen we de doelstellingen", aldus Simoes. Maar dan moet ook iedereen meedoen. Hernieuwbare warmte voor nieuwbouw is minder problematisch. Voor de aanleg van woonwijken kunnen immers afspraken worden gemaakt over volumes en aanleg. Bij bestaande bouw ligt dat anders. "Je hebt dan met andere partijen te maken. Denk aan woningbouwverenigingen, Verenigingen van Eigenaren enzovoorts. Die staan er vaak anders in. Het is belangrijk dat we die partijen meekrijgen."
En wat als er straks geen afval meer is? Dan zitten betrokken partijen met peperdure investeringen. Simoes maakt zich geen zorgen: "Afval blijft de komende decennia bestaan. Oók als Nederland met succes grondstoffen terugwint uit afval. Afval kunnen we importeren uit landen die hun afval massaal storten. Sterker, dat doen we al. Uit Engeland bijvoorbeeld." De concurrentie met investeringen in andere vormen van duurzame energie, zoals wind en zon, wint afvalwarmte glansrijk. Koel: "Warmteproductie uit afval is erg kosteneffectief. Het prijskaartje per gigajoule ligt veel lager dan bij andere vormen van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie."

Warmtepotentieel

Een recente inventarisatie van de Vereniging Afvalbedrijven wijst uit dat de afvalsector een totaal warmtepotentieel heeft van 32 petajoule, waarvan 21 petajoule aan duurzame warmte. Dit potentieel ligt voor het grijpen, wanneer het op de juiste wijze wordt gestimuleerd en aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Afvalenergiecentrales (AEC’s) zijn met afstand de grootste warmteleveranciers binnen de afvalbranche. Daar ligt ook de meeste potentie. Bij de AEC’s kan de duurzame warmtelevering groeien van 4 petajoule naar 9 petajoule in 2020 en tot 15 petajoule in 2023. De warmte uit biomassaverbranding kan groeien naar 3 petajoule in 2020 tot 6 petajoule in 2023. Warmte uit gft-vergisting kan van 0,18 petajoule in 2020 bijna verdubbelen naar 0,33 petajoule in 2023.

[klik om te vergroten of kijk in bijgaande pdf]

Grootste warmtecontract

Eneco ziet brood in afvalwarmte. Pieter Jan Witvliet directeur Business Strategy bij Eneco: "Als je als duurzaam energiebedrijf kunt kiezen, dan kies je voor de duurzaamste variant. Maar dan moet die wel betaalbaar zijn, op redelijke afstand liggen en goed beschikbaar zijn." De energieleverancier vroeg Ecofys Consultancy om duurzame warmtebronnen in kaart te brengen. Resultaat: een ‘warmteladder’ met een afwegingskader voor warmtebronnen op basis van duurzaamheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid. "Afvalwarmte scoort keurig op CO2-vermindering. Maar ook op continuïteit en duurzaamheid. De warmte is 24 uur per dag beschikbaar", zegt Witvliet.
Recent tekende Eneco met AVR een contract voor de levering van warmte uit afval. "Het is het grootste energiecontract uit de Nederlandse geschiedenis. Begin oktober 2014 is de eerste levering. Dan krijgen 95.000 Rotterdamse huishoudens warmte uit afval. De milieuverbetering ten opzichte van individuele gas- en cv-ketels is aanzienlijk, namelijk 95 kiloton minder CO2-uitstoot per jaar."
Warmte transporteren vanuit Groningen? Te ver, vindt Witvliet. "De Botlek is als achtertuin van Rotterdam ideaal. De afstand is overbrugbaar. Daarom investeerden we in dikke transportbuizen die dwars de Nieuwe Waterweg oversteken. Via Vlaardingen en Schiedam naar Rotterdam. Totale lengte: 16,8 kilometer. De diameter aan de binnenkant is 700 millimeter, aan de buitenkant 900 millimeter. Zo’n grote investering doe je niet voor tien jaar, maar voor veel langer. Die wil je terugverdienen."

De afvalsector heeft warmte in de aanbieding die bijvoorbeeld gebruikt kan worden voor de verwarming van huizen, kassen en bedrijven

Greep uit vele energieprojecten afvalsector

  • Leiding over Noord
    Eneco vervoert restwarmte vanuit de industrie over een lengte van bijna 17 kilometer naar het stadsverwarmingsnet van Rotterdam. De warmte ontstaat bij de verbranding van afval in de afval- en energiecentrale van AVR in Rozenburg.
  • Arnhemse huizen verwarmd
    Het energiebedrijf Nuon legt een koppelleiding aan die de AVR-energiecentrale in Duiven verbindt met Arnhem. Arnhemse woningen krijgen hun warmte straks door restwarmte van de Duivense afvalenergiecentrale.
  • Nieuwe gft-vergister
    Indaver Nederland bouwt in Alphen aan den Rijn een nieuwe gft-vergister. De vergister maakt uit organische afvalstromen biogas, dat wordt omgezet in groen gas. Dat gas wordt ingevoerd in het aardgasnetwerk. Dit jaar wordt de  vergistingsinstallatie operationeel.
  • Schone gaswinning
    Juni dit jaar werd een revolutionaire gasturbine op de voormalige stortplaats Schinnen van Attero in gebruik genomen. De nieuwe installatie produceert energie uit stortplaatsen die weinig stortgas leveren. De gasturbine kan uit een extreem lage gaskwaliteit nog stroom produceren.
  • Afvalwarmte van HVC
    HVC laat het warmtenet voor Alkmaar en omgeving groeien naar een capaciteit voor warmtelevering aan 10 duizend woningequivalenten. Daarnaast bestudeert HVC de uitbouw naar bestaande warmtenetten in Heerhugowaard en Langedijk.
  • Stadswarmte Amsterdam
    Sinds 1993 voorziet Westpoort Warmte (WPW), een dochteronderneming van AEB en Nuon, een deel van Amsterdam van warmte. Bronnen van stadswarmte zijn onder meer de afvalenergiecentrale van AEB en de vergistingsinstallatie van Orgaworld. In 2013 zijn 2.400 nieuwe woningequivalenten (weq) aangesloten op het warmtenet.
  • Stoom- en warmtelevering Twence
    In vier jaar tijd is de duurzame energieproductie van Twence verdubbeld. Die verdubbeling komt vooral door de start van de stoomlevering aan AkzoNobel en die van warmtelevering aan het stadsverwarmingsnet in Enschede.

 

 

"Als iedereen zijn schouders eronder zet, halen we de doelstellingen."
Peter Simoes - AEB Amsterdam
"Afvalwarmte scoort keurig op CO2-vermindering."
Pieter Jan Witvliet - Eneco
"Warmteproductie uit afval is erg kosteneffectief."
Peter Koel - Twence