Japan: minder afval, minder recycling

Japan langs de afvalmeetlat

Artikel - 03 februari 2016

Japan en Nederland hebben veel gemeen. Beide landen zijn welvarend, dichtbevolkt en kampen met ruimtegebrek. Ook het afvalbeheer vertoont de nodige gelijkenissen: een laag stortpercentage en veel aandacht voor bronscheiden en energie uit afval.

Auteur: Bobbie van der List  ©copyright

Japan en Nederland zitten in de top 10 van meest dichtbevolkte landen ter wereld. Ruimtegebrek heeft impact op het afvalbeheer. Zo is het scheiden van huishoudelijk afval in megasteden als Tokio geen eenvoudige opgave. Toch lijkt scheiden aan de bron in Japan de sleutel tot een succesvol afvalbeheer. “In Japan ligt de nadruk op het scheiden van afval bij de bron. De overheid wil het recyclen van de verschillende afvalstromen verhogen”, vertelt Naoki Takiya, werkzaam op de milieuafdeling van de stad Tokio.

Lees meer »

Hoge scheidingseisen

In steden als Tokio stellen lokale overheden – die net als in Nederland verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer – hoge scheidingseisen. Takiya vertelt dat het aantal categorieën huishoudelijk afval, dat aan huis wordt opgehaald, aanzienlijk hoger is dan in Nederland. Ter illustratie, in Shinjuku – een van de districten in Tokio – moeten huishoudens maar liefst elf stromen gescheiden aanleveren: oud papier, plastic containers en verpakkingen, glazen flesjes, blikjes, spuitbussen, petflessen, batterijen, kartonnen verpakkingen (zoals melkpakken), geëxpandeerd polystyreen (piepschuim) en elektronische apparatuur. Hoewel de invulling van het inzamelbeleid wisselt per district, worden de meeste categorieën eens per week afzonderlijk ingezameld. Groente-, fruit- en tuinafval (gft) wordt in Shinjuku niet gescheiden opgehaald.

Japanners produceren 350 kilo huishoudelijk afval per persoon per jaar, Nederlanders ruim 500 kilo

Hoge afvalbakken

Bronscheiden kost ruimte, ook binnenshuis. En juist dat ontbreekt in de vaak krappe Japanse huishoudens. Bij gebrek aan ruimte gaat Japan de hoogte in. Bedrijven bedachten een ingenieuze oplossing: afvalbakken van hooguit twintig bij twintig centimeter en ongeveer twee meter hoog, die vaak uit acht verschillende vakken bestaan. Strenge eisen spoort Japanse huishoudens aan om accuraat te scheiden. Takiya: “Men dient afval in transparante vuilniszakken te deponeren, waardoor inzamelaars makkelijk kunnen zien of het afval op een juiste manier is gesorteerd. Afval dat niet voldoet aan de voorgeschreven sorteereisen wordt niet meegenomen en levert de persoon een boete op.”

Nederland bereikt hoger scheidingspercentage

Ondanks de Japanse scheidingsinspanningen bereiken Nederlandse huishoudens een hoger scheidingspercentage. Terwijl Nederland ruim 50 procent van het huishoudelijk afval gescheiden inzamelt en recyclet, ligt het Japanse recyclepercentage op zo’n 20 procent. Yuzo Yagai, werkzaam op het ministerie van Milieu, zegt hierover: “De prioriteit lag bij het oplossen van de ruimteproblematiek, waardoor het recyclen minder aandacht kreeg.” Takiya: “In het centrum van Tokio zijn weinig bedrijven te vinden die aan recyclen doen. Grond is namelijk erg duur. Shinjuku kiest er daarom voor om het grootste deel van het huishoudelijk afval te verbranden.”

1.300 verbrandingsinstallaties

Het lokale afvalbeheer heeft in dichtbevolkte gebieden grote moeite met het verwerken van het huishoudelijk afval, stelt Takiya. Anders dan in Nederland - met open grenzen voor het verwerken van huishoudelijk afval - zijn Japanse lokale overheden verplicht om het afval in het eigen district te verwerken. Mede hierom werden na 2001 ruim 1.300 lokale kleinschalige afvalverbrandingsinstallaties uit de grond gestampt. Daarvan draaien er nog 1.172. De trend is terug te zien in de statistieken van het ministerie van Economie en Handel: maar liefst 78 procent van het huishoudelijk afval werd in 2013 verbrand, circa 30 procent meer dan in Nederland.

Dankzij transparante vuilniszakken kunnen inzamelaars gemakkelijk zien of het afval op de juiste manier is gesorteerd (foto: cowardlion / Shutterstock.com)

Gebrek aan stortplaatsen

Akemi Ori, hoogleraar Global Environmental Studies aan de Sophia University, verklaart het hoge percentage verbranding: “De ware reden om in te zetten op afvalverbranding was het nijpende tekort aan stortplaatsen. Bijkomend voordeel was natuurlijk dat het verbranden van afval minder schade toebrengt aan het milieu dan storten, maar dat was nooit leidend in de keuze.” Positief gevolg van de focus op verbranden was het terugdringen van het storten van huishoudelijk afval naar 1,4 procent. Het grote aantal centrales leidde wel tot de nodige kritiek van inwoners, die ontevreden waren met de nabijheid van verbrandingsinstallaties in hun woonwijk.

Energie uit afval

Waar alle Nederlandse afvalenergiecentrales  inmiddels duurzame elektriciteit opwekken, en steeds meer ook hun duurzame warmte weten te benutten, moeten Japanse installaties nog een energieslag maken. Van de 1.172 installaties wekken er slechts 328 duurzame energie op, dat is minder dan dertig procent. “Gelukkig is Japan inmiddels bezig met een inhaalslag en promoot de overheid het omzetten van afval in elektriciteit”, aldus een optimistische Ori.

Tokyo Super Eco Town
Het stadsbestuur van Tokio initieerde het project Tokyo Super Eco Town, dat streeft naar een samenleving waarin recyclen een centrale rol speelt. In het zuidelijk gelegen district Shinagawa-ku verrezen sinds de start van het project in 2002 in totaal acht recyclefaciliteiten, waaronder een faciliteit waar organisch afval - dat anders wordt verbrand - wordt omgezet in energie, een installatie waar onder andere medisch afval op een verantwoordelijke wijze wordt gerecycled en een recyclefaciliteit waar e-waste onder strikte privacyvoorschriften wordt verwerkt. Het stadsbestuur maakt bewust ruimte vrij voor bedrijven die zich hebben toegelegd op het verantwoord recyclen van afval. Het project lijkt zijn vruchten af te werpen. “Sinds de start van Tokyo Super Eco Town zijn steeds meer bedrijven geïnteresseerd om een samenwerkingsverband aan te gaan met milieuvriendelijke verwerkingsbedrijven”, aldus Naoki Takiya, beleidsmedewerker van de stad Tokio.

Japanners produceren veel minder afval

Japanners produceren veel minder huishoudelijk afval dan Nederlanders, namelijk 350 kilo per persoon per jaar tegen ruim 500 kilo in Nederland. De nationale regering wil de hoeveelheid verder terugdringen. “Wij proberen het totaal aan huishoudelijk afval terug te brengen naar 182 kilo in 2020”, vertelt Yagai. Ter vergelijking: de Nederlandse regering stelt een preventiedoel van 400 kilo per persoon in 2020, meer dan het dubbele dan het Japanse doel. “Wij lichten inwoners voor door middel van een videocampagne om vooral de hoeveelheid verpakkingen te verminderen”, aldus Yagai.

Verpakkingscultuur

De verpakkingscultuur vormt een van de uitdagingen voor het Japanse afvalbeheer. “Er wordt nog teveel materiaal gebruikt om producten te verpakken”, zegt Yagai. In 2007 stelde zijn ministerie aanvullende eisen aan het verpakkende bedrijfsleven. Aan de Containers and Packaging Recycling Law werd het artikel Extended Producer Responsibility (EPR) toegevoegd. Bedrijven zijn inmiddels verplicht minder materialen te gebruiken. Ook mogen bedrijven enkel doorzichtige petflessen produceren. Hoogleraar Akemi Ori is hier positief over: “Dit vergemakkelijkt het recycleproces enorm.”

"In Japan ligt de nadruk op het scheiden van afval bij de bron."
Naoki Takiya - stad Tokio
"De ware reden om in te zetten op afvalverbranding was het nijpende tekort aan stortplaatsen."
Akemi Ori - Sophia University
"Wij proberen het totaal aan huishoudelijk afval terug te brengen naar 182 kilo per persoon in 2020."
Yuzo Yagai - Japanse ministerie van Milieu