Hoogbouw als organische uitdaging

Wetenschappelijke pilots organisch keukenafval in hoogbouw

Artikel - 11 oktober 2017

Hoogbouw en het inzamelen van organisch keukenafval - menige gemeente kost het de nodige hoofdbrekens. Gemeenten willen wel, maar weten niet hoe. Een landelijk hoogbouwproject wil duidelijkheid scheppen. Het project werkt aan een menukaart met bruikbare instrumenten. In acht gemeenten lopen pilots.

Auteur: Addo van der Eijk   ©copyright

Afvalscheiding krijgt alom aandacht. Nagenoeg iedere gemeente zet momenteel stappen om de gescheiden inzameling te verbeteren. Dé uitdaging: hoogbouw. En dan met name het organisch keukenafval, de groente- en fruitfractie in de hoogbouw. “De grootste, maar ook lastigste afvalstroom voor bronscheiding”, legt Gijs Langeveld uit. Het landelijke hoogbouwproject ‘Verbetering afvalscheiding en –inzameling hoogbouw’, dat hij coördineert, zoekt naar oplossingen. Het maakt onderdeel uit van het project VANG Huishoudelijk Afval.
Veel steden lieten eerder de hoogbouw bij de afvalinzameling links liggen. Argumenten: te veel verontreiniging, te duur en een magere opbrengst. Het scherpe kabinetsdoel van 75 procent afvalscheiding in 2020 – nog slechts drie jaar te gaan – vraagt een trendbreuk, stelt Langeveld, ook in de hoogbouw. “De potentie is groot. Bereiken we in de hoogbouw hetzelfde resultaat als in de laagbouw, dan stijgt het landelijke scheidingspercentage met zeven procent.”

Lees meer »

Wetenschappelijke aanpak

De hamvraag is: hoe krijgen we flatbewoners zover dat ze hun afval beter scheiden? “Voor laagbouw zijn veel best practices bekend, voor hoogbouw nog niet”, legt Langeveld uit. Aan initiatieven geen gebrek. Er lopen legio pilots bij hoogbouw. Ze genereren veel kennis, maar wat volgens Langeveld ontbreekt, is een wetenschappelijke insteek. “Dat doen wij wel. We werken volgens een gestructureerde aanpak, en worden begeleid door een denktank van gedragswetenschappers en experts. Zij hebben de onderzoeksopzet ontworpen, en bedacht welke interventies we toetsen. Een wetenschapper promoveert deels op dit onderzoek.”

Het kabinetsdoel van 75 procent afvalscheiding in 2020 vraagt een trendbreuk in de hoogbouw (foto: Edwin van Eis)

Menukaart

Het onderzoek werkt toe naar een menukaart met handelingsperspectieven voor gemeenten. “De perspectieven moeten bewezen, haalbaar, betaalbaar en opschaalbaar zijn”, zegt Langeveld. De gemeenten die meedoen: Amsterdam, Almere, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Zaanstad, Rijswijk en mogelijk Schiedam. In de stuurgroep zitten Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Vereniging Afvalbedrijven en de NVRD. “In elke gemeente testen we meerdere interventies. Het zijn uiteenlopende interventies, zoals het geven van feedback aan bewoners over hun prestaties en het herkenbaar maken van inzamelpunten, bijvoorbeeld door voetstappen op de grond te zetten.”

Twaalf interventies
Het hoogbouwproject test twaalf interventies die veelbelovend lijken om het scheidingsgedrag van burgers in de hoogbouw positief te beïnvloeden.

  1. doelen stellen & activeren
  2. persoonlijke prestatiefeedback
  3. attitudebeïnvloeding
  4. persoonlijke norm versterken
  5. opslag in huis faciliteren
  6. committering: implementatie intenties en foot-in-the-door
  7. versterken van de sociale norm
  8. sociale vergelijking
  9. social modeling en authority
  10. afstand tot inzamelpunt aanpassen (fysiek of mentaal)
  11. herkenbaarheid & beleving inzamelpunt verbeteren
  12. beloning

Onbewuste gedrag

Het gros van de interventies draait om het onbewuste gedrag. “Traditioneel voorlichten werkt slechts bij een kleine groep. Scheiden is een routine, een automatisme. Negentig procent van ons handelen doen we onbewust. We testen daarom vooral maatregelen die het onbewuste activeren, zoals het oppimpen van de gft-container.” Elke pilot bij een gemeente bestaat uit drie fases. Als eerste wordt een basisvoorziening geplaatst, meestal bestaand uit bovengrondse containers met de broodnodige uitleg. Even later vindt een nulmeting plaats. In fases twee en drie worden interventies getest.

Primeur voor Amsterdam

Drie gemeenten zijn inmiddels gestart: Amsterdam, Almere en Zaanstad. Amsterdam beet november vorig jaar de spits af. Alle 1.455 huishoudens van het Java-eiland ontvingen een basispakket: een gf-bakje met speciale composteerbare zakjes met een inhoud van zeven liter, en een pasje om de elf gloednieuwe containers te openen. Een primeur voor de hoofdstad. “In de rest van Amsterdam wordt gft niet gescheiden opgehaald”, vertelt Esther Somers, senior programmamanager afvalscheiden hoogbouw van de gemeente Amsterdam. Bronscheiden staat er momenteel hoog op de politieke agenda. Amsterdam wil in 2020 65 procent van het afval scheiden, terwijl de teller nog op 28 procent staat. “Een Amsterdammer gooit jaarlijks 256 kilo afval weg, waarvan 35 procent bestaat uit groente en fruit. We willen de afvalscheidingspercentages van alle reststromen, zoals papier, glas en plastic, verhogen. Hoogbouw is voor ons erg belangrijk, omdat meer dan tachtig procent van de woningen in de stad uit midden- en hoogbouw bestaat en dit percentage de komende jaren flink gaat toenemen.”

Het onderzoek werkt toe naar een menukaart met handelingsperspectieven voor gemeenten (foto's: Meerlanden)

Prestaties belonen

De eerste Amsterdamse interventie, namelijk het bijplaatsen van vijf containers, is bijna achter de rug. De gedachte is dat meer containers in het straatbeeld het scheiden bevordert. “Mensen hoeven minder ver te lopen en zien de container vaker staan, dus de herkenbaarheid neemt toe”, legt Somers uit. Oktober tot januari loopt de tweede interventie: het belonen van huishoudens bij een betere prestatie. De exacte beloning staat nog open. “We gaan met een bewonerspanel in gesprek. We leggen ze voor: waar worden jullie enthousiast van? Een buurtfeest, collectief sparen voor een faciliteit, misschien een wedstrijd tussen woonblokken? Hopelijk werkt het.” Of dat zo is, zullen de meetgegevens uitwijzen. Alle ingezamelde stromen worden gewogen en doorplozen, deelnemers worden geënquêteerd en geïnterviewd.

Kwaliteitsanalyses

De Amsterdamse pilot kwam als geroepen. Menig bewoner van Java-eiland stond eerder al te popelen om afval te scheiden. Somers hoort positieve geluiden. “De eerste resultaten zijn bemoedigend. Deelnemers klinken enthousiast en het ingezamelde materiaal is van goede kwaliteit.” Dat laatste kan Gert-Jan Klaasse Bos bevestigen. Hij is manager compostering en vergisting bij Meerlanden, het bedrijf dat de verwerking verzorgt voor de pilot in Amsterdam. Daarnaast coördineert Klaasse Bos vanuit de Vereniging Afvalbedrijven de kwaliteitsanalyses van de ingezamelde organische stromen. “Wij kijken naar de samenstelling, de verontreinigingen, de biogasopbrengst, het organische stofgehalte en de composteerbaarheid van het materiaal. Dat doen we twee keer: bij de nulmeting en aan het einde”, zegt hij.

Uniek weegsysteem in Zaanstad
De pilot in Zaanstad startte afgelopen voorjaar. 766 huishoudens in zestien flats doen mee. Zaanstad en HVC testen er meerdere interventies. Bijzonder aan Zaanstad is het nieuwe weegsysteem, waarmee elke aanbieding van organisch keukenafval apart wordt gewogen. Het levert een unieke set gegevens op.

Focus op kwaliteit

Een handvol analyses is binnen, maar Klaasse Bos constateert al grote onderlinge verschillen. Over de Amsterdamse kwaliteit is hij te spreken. Boven verwachting, zegt hij. “Zelfs beter dan gft uit laagbouw. De waarde van schoon organisch keukenafval is hoog. Het levert de helft meer biogas op dan gewoon gft.” De kwaliteit van het ingezamelde materiaal is cruciaal. “Als verwerker moeten wij er hoogwaardige producten van kunnen maken, zoals compost, groengas, CO2 en water. Hoe schoner het materiaal, hoe hoogwaardiger de producten.” Hameren op kwaliteit is hard nodig, vindt Klaasse Bos. “Vanwege de ambitieuze kabinetsdoelen focussen veel gemeenten sterk op de kwantiteit. Ze leggen de prioriteit bij het verminderen van restafval en zouden meer oog kunnen hebben voor de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen.”

Lange periode

Langeveld is nog voorzichtig met conclusies. Daarvoor vindt hij het te vroeg. “Bij het beïnvloeden van onbewust gedrag moeten we de effecten over een lange periode meten. Elke pilot duurt circa tien maanden. Halverwege 2018 zijn de interventies afgerond. Pas daarna trekken we, samen met de wetenschappers in onze denktank, conclusies.”

Restafval van de toekomst
Jeanine van de Grootevheen, manager marketing en gemeenten bij AVR, onderzoekt met veel interesse het overblijvende restafval van de pilots. ‘Restafval van de toekomst’, noemt ze de stroom. “Als AEC zijn we hier graag bij betrokken. Door de interventies verandert het restafval, onder meer de omvang, de samenstelling en daarmee het energie- en grondstofpotentieel. Grote gemeenten zijn onze klanten. Wij ondersteunen hen, onder meer door het bouwen van nieuwe installaties voor nascheiding. De vraag is: welke producten kunnen wij er nu, en in de toekomst, nog uithalen?” De eerste analyses wijzen op een groot aandeel voedselverspilling in het restafval. “Dan gaat het om vermijdbare voedselresten, vaak nog in de verpakking”, aldus Van de Grootevheen.

"Voor laagbouw zijn veel best practices bekend, voor hoogbouw nog niet."
Gijs Langeveld - Coördinator hoogbouwproject
"Hoogbouw is voor ons erg belangrijk, omdat meer dan tachtig procent van de woningen in de stad uit midden- en hoogbouw bestaat."
Esther Somers - Gemeente Amsterdam
"De waarde van schoon organisch keukenafval is hoog."
Gert-Jan Klaasse Bos - Meerlanden
"Door de interventies verandert het restafval, onder meer de omvang, de samenstelling en het energie- en grondstofpotentieel."
Jeanine van de Grootevheen - AVR