Gft-sector bundelt innovatiekracht

Precompetitieve samenwerking biedt grote voordelen

Artikel - 03 juni 2014

De biobased economy maakt biomassa tot een gewilde grondstof. Om de kansen te verzilveren, bundelt de gft-sector haar onderzoeksinspanningen. Voor het eerst formuleren afvalbedrijven een gezamenlijk onderzoeksprogramma. Samen de hersens kraken met precompetitief onderzoek: dat is wat de gft-sector voorstaat.

Door Addo van der Eijk ©Copyright

Nederland koerst naar een biobased economy, een economie waarin biomassa wordt ingezet voor de productie van chemicaliën, materialen en andere hoogwaardige producten. De transitie vergt innovaties en nieuwe technologieën. Om te innoveren, zocht een tiental afvalbedrijven elkaar recentelijk op. Tijdens een themamiddag, die de Afdeling Bioconversie van de Vereniging Afvalbedrijven samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu organiseerde, bespraken ze de kansen van precompetitief onderzoek. Dergelijk onderzoek vindt plaats voordat een business case kan worden opgesteld en voordat concurrentie optreedt. De wil is groot, constateert Jans Kruit, Technical Manager bij Orgaworld. "Aan het eind van de middag gooiden we onderzoeksthema’s op tafel, met de vraag: wie doet mee? Per thema boden meerdere afvalbedrijven zich aan. Het animo verraste iedereen."

Lees meer »

Samen innoveren - ook wel 'open innovatie' genaamd - biedt voordelen, legt Kruit uit. "Het voorkomt dat elk bedrijf zelf het wiel gaat uitvinden. Samen sta je sterker, ook financieel. Afvalbedrijven beschikken vaak over een beperkt innovatiebudget. Onderzoeken we samen, dan kunnen we de budgetten samenvoegen en met fondsen en overheden verveelvoudigen." Een gezamenlijke aanpak creëert ook volume, vult Kruit aan. "Het ontwikkelen van een pilot of nieuwe toepassing vraagt soms een grotere aanvoer dan een afvalbedrijf alleen kan bieden."

Gezamenlijk precompetitief onderzoek voor hoogwaardige producten uit gft

Bio-aromaten komen eraan
In een biobased economy spelen bio-aromaten een sleutelrol. Veertig procent van de chemicaliën zijn aromatisch van aard. "Nu nog worden aromaten gemaakt uit aardolie", vertelt Adrie Veeken van Attero. Gft herbergt een schat aan waardevolle bio-aromaten. De kunst is deze aromaten met bioraffinage te produceren. Bio-aromaten vormen de bouwstenen voor een scala aan producten: van carbonaat tot petflessen, van vitaminen tot parfum. Laboratoriumonderzoek wijst uit dat het winnen van bio-aromaten uit gft mogelijk is. "Met TNO gaan we de omzetting bestuderen van suikers uit gft naar aromaten. Een vijftal afvalbedrijven wil bij dit precompetitief onderzoek aanhaken", vertelt Veeken
.

Primeur

Dat de gft-sector de handen ineen slaat voor precompetitief onderzoek is een primeur. De tijd is er rijp voor. Enerzijds vanwege de marktkansen die een biobased economy biedt, anderzijds omdat marges momenteel onder druk staan. "Biomassa wordt in de toekomst een schaars goed, waar veel partijen aan gaan trekken. Voor organische stromen, zoals gft, dienen zich talloze hoogwaardige toepassingen aan. Aan ons de uitdaging om producten te maken met een hoge toegevoegde waarde", vertelt Kruit.
Adrie Veeken, Teamleider Biobased Bioconversie bij Attero, staat samen met Kruit aan de wieg van het gezamenlijk onderzoeksprogramma van de gft-sector. Veeken wil graag bruggen slaan: binnen de gft-sector, maar ook tussen kennis-instituten en afvalbedrijven. "Door het bundelen van kennis tillen we innovaties naar een hoger plan", vertelt Veeken. Net als Kruit viel hem de positieve toonzetting op tijdens de themamiddag. "Iedereen was enthousiast en zag de kansen om een gezamenlijk onderzoeksagenda samen te stellen."
Bio-plastics, bio-aromaten, vliegenlarven, gft als veenvervanging, gft-vergisting, een gezamenlijke toekomstvisie: diverse onderzoeksthema’s lenen zich voor precompetitief onderzoek. De themamiddag maakte de contouren van het onderzoeksprogramma helder. De exacte thema's worden binnenkort bepaald. "Op korte termijn willen we een gezamenlijke onderzoeksagenda opstellen", zegt Veeken.
Eén van de thema’s die Attero omarmt, is de productie van bio-plastics. "In Venlo maken we vluchtige vetzuren, een grondstof voor bio-plastics. Volgend jaar hopen we een pilotinstallatie te starten om bio-plastics te maken. Aan het project nemen diverse ketenpartijen deel." Andere thema's waar Veeken zich op richt zijn bio-aromaten (zie kader) en vliegenlaven. "Door maden te kweken en te oogsten kunnen chemische componenten uit gft worden gewonnen, die kunnen worden toegepast in de feed en de chemische industrie. Meerdere partijen doen hier momenteel, afzonderlijk van elkaar, onderzoek naar. Door dit thema gezamenlijk op te pakken, creëren we synergie. Verscheidene afvalbedrijven willen in dit dossier samenwerken."
Kruit ziet heil in een gezamenlijk handboek gft-vergisting. "Nagenoeg alle gft-bedrijven beschikken over een eigen vergister. Iedereen loopt tegen dezelfde problemen aan. Van een technisch handboek hebben alle partijen profijt." Cruciaal volgens hem is het realiseren van monostromen. "Willen we als gft-sector hoogwaardiger producten maken dan compost en biogas, dan moeten we denken in monostromen. Hoe maken we uit gft stabiele monostromen? Dat is volgens mij de meest prangende onderzoeksvraag."

Gft herbergt een schat aan waardevolle bio-aromaten

Waardepiramide
Van gft maakt de gft-sector momenteel al waardevolle producten als compost en biogas. De uitdaging is om hiervan ook nóg hoogwaardiger producten te produceren. Welke zijn dat? Adrie Veeken van Attero haalt daarvoor de waardepiramide aan. "Hoe hoger op de piramide, hoe hoger de toegevoegde waarde. Helemaal bovenaan in de punt staat pharma, het maken van medicijnen uit biomassa. Daaronder staat achtereenvolgens het gebruik als voedsel, chemicaliën, transportbrandstof en onderaan de toepassing als compost en energie. Wat we graag willen, is producten maken die hoger op de piramide staan. Daarvoor moeten we wel innoveren, bij voorkeur gezamenlijk."

Overheid

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu doet graag mee. "We willen meehelpen het onderzoeksprogramma met bedrijven en kennisinstellingen te ontwikkelen en tot uitvoering te brengen. Door van begin af aan met elkaar op te trekken, kunnen we elkaar versterken", vertelt Murk de Roos, beleidscoör-dinator van het ministerie. Het voorgenomen onderzoeksprogramma past volgens hem naadloos in de kabinetsambities van Groene Groei, het topsectorenbeleid en het programma Van Afval Naar Grondstof. VANG roept op tot samenwerking, ook op het terrein van innovatie. De Roos: "Momenteel is het Onderzoek- en Opleidingsprogramma Van Afval Naar Grondstof in voorbereiding is. Dit O&O-programma wordt opgezet voor drie materiaalstromen, waaronder biotische afvalstromen. Daar valt ook gft onder."
Het ministerie faciliteerde de themamiddag. De Roos: "Ook bij de concretisering van de onderzoeksvragen en het benaderen van relevante ketenpartners kunnen wij een rol spelen. Daarnaast kunnen we ondersteuning bieden bij het zoeken naar financiële middelen en het wegnemen van belemmeringen. Denk aan het benutten van nationale en wellicht Europese stimuleringsprogramma's." Ter illustratie noemt hij het project bio-plastics. "Omdat we hier als overheid bij betrokken zijn, zijn we in staat om vroegtijdig belemmeringen in beleid of wet- en regelgeving te signaleren en weg te nemen. Samenwerken vergroot zo de kans op succes."

Betrokken partijen bij precompetitieve samenwerking

Afvalbedrijven:

  • AEB
  • ARN
  • Attero
  • HVC
  • Indaver
  • Meerlanden
  • Orgaworld
  • Twence

Andere partijen:

  • Ministerie van Infrastructuur en Milieu
  • Ministerie van Economische Zaken
  • Rijkswaterstaat
  • Grontmij
  • TNO
  • Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
  • Vereniging Afvalbedrijven

 

 

"Door het bundelen van kennis tillen we innovaties naar een hoger plan."
Adrie Veeken - Attero
"Aan ons de uitdaging om producten te maken met een hoge toegevoegde waarde."
Jans Kruit - Orgaworld
"Door van begin af aan met elkaar op te trekken, kunnen we elkaar versterken."
Murk de Roos - ministerie van Infrastructuur en Milieu