Geen vergroening door stortbelasting

Afvalbranche ageert tegen herinvoering stortbelasting

Artikel - 24 oktober 2013

De aangekondigde stortbelasting vindt geen steun in de afvalbranche. Voor een vergroening, zoals een kabinet voorstaat, zorgt de maatregel niet. Integendeel zelfs. Ambities als de circulaire economie raken met de maatregel verder uit zicht.

Door Addo van der Eijk ©Copyright

De stortbelasting keert terug, zo maakte het kabinet recent bekend. De ommezwaai verrast. Begin vorig jaar trok hetzelfde kabinet nog de stekker uit de fiscale maatregel. Te kostbaar, werd destijds gevonden. Toch staat de maatregel weer op de rol. En wel met een sterk verhoogd tarief. Kende de oude stortbelasting twee tarieven - een regulier en een verlaagd tarief - in de nieuwe versie geldt nog maar één hoog tarief: 51 euro per ton. "Een absurde verhoging voor afval dat beleidsmatig juist gestort moet worden. Vroeger gold voor die stroom het verlaagde tarief van 17 euro per ton", zegt Bert Krom, directeur van Afvalzorg en voorzitter van de Afdeling Storten van de Vereniging Afvalbedrijven. Op de stortplaatsen komt volgens Krom alleen afval terecht dat niet-herbruikbaar en niet-brandbaar is. "Storten van dit afval is de enige optie. Een stortbelasting werkt dus niet als sturingsinstrument." De herinvoering verrast hem. "Na enige overgangsperikelen in 2011 en 2012 wordt in 2013 niet meer afval gestort dan in 2010."

Lees meer »

Anti-vergroening

Toch gebeurt de herinvoering onder het mom van vergroening. Hogere stortkosten bevorderen recycling, zo luidt de redenering. Het tegendeel blijkt waar. "Een stortbelasting draagt absoluut niet bij aan een circulaire economie", vertelt Jan Verheij, directeur recycling bij Van Gansewinkel. Storten en recyclen gaan volgens hem hand in hand. "De ideale circulaire economie kent geen stortplaatsen, maar de transitie daarnaar toe en de huidige praktijk is dat bij het opwerken van afvalstoffen niet-herbruikbare en niet-brandbare reststromen overblijven. Stortplaatsen zijn een onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse afvalbeheerstructuur." Kringlopen volledig sluiten, dus honderd procent recyclen, is volgens Verheij nu nog niet realistisch. "Is de residustroom niet brandbaar, dan is storten de enige en gewenste verwerkingsvorm. Maakt het kabinet storten duurder, dan stijgen daarmee ook de kosten van recycling. Een stortbelasting stimuleert recycling dus niet. Integendeel. Het belemmert het scheiden van materialen uit gemengde afvalstromen." De stortbelasting kan scheidings- en recyclingtechnieken onrendabel maken, aldus Verheij. Met alle mogelijke negatieve gevolgen voor werkgelegenheid en het verdwijnen van kennis.

De grens over

Wat anders te doen met de reststroom? Er bestaat immers geen alternatief. "Niet in Nederland", reageert Verheij, "maar wel in het buitenland, waar het storten van residuen door het ontbreken van een stortbelasting, of een lagere stortbelasting, goedkoper wordt. Om de stortkosten te drukken, zullen bedrijven gaan zoeken naar alternatieve routes in het buitenland. Die zijn er volop. Stromen kunnen bijvoorbeeld onder de noemer van 'nuttige toepassing' naar Duitsland, waar ze dienen voor het opvullen van zoutmijnen en kleiputten. Ook België biedt kansen. Een stortbelasting creëert daarmee geen vergroening, maar een verplaatsing." Dat betekent dus een uitholling van de hoogwaardige afvalbeheerstructuur die Nederland momenteel heeft. Met de stortbelasting wil het kabinet 100 miljoen euro aan extra opbrengsten binnenhalen. "Onhaalbaar", zegt Verheij, verwijzend naar de buitenlandse afvalvlucht. "De opbrengsten voor de staatskas zullen substantieel lager uitpakken."
De geschiedenis leert, dat exporteren om elders te verwerken en daarna de reststroom te laten storten een reële optie is. Krom krijgt een déjà vu, wanneer hij terugdenkt aan de periode 2002 tot 2005. "In die jaren verdween drie miljoen ton afval per jaar onder de vlag van ‘nuttige toepassing’ naar Duitsland, om daar grotendeels op stortplaatsen te belanden. De aanleiding: een fikse verhoging van de Nederlandse stortbelasting, maar uiteindelijk geen belastingopbrengst. Nu dreigt hetzelfde te gebeuren." Krom vreest de gevolgen. Een doodsteek voor de stortmarkt, noemt hij de maatregel. "De stortbranche is al jaren een krimpende markt: van bijna 15 miljoen ton begin jaren negentig naar een kleine 2 miljoen ton nu. Door de dalende prijzen en de afnemende hoeveelheden leiden stortbedrijven structureel verlies." Een financiële quick scan, recentelijk uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, bevestigt Kroms beeld. "Een circulaire economie vereist een gezonde en duurzame stortsector. Valt de stortsector om, dan ontstaat een nijpend probleem. De rekening komt dan bij de maatschappij te liggen. Dus geen belastingopbrengst van 100 miljoen, maar een forse kostenpost."

Bodemsanering

De grootste te storten stroom komt uit de grondreiniging. In ons land draait een uitgebreide batterij aan biologische, extractieve en thermische installaties, die vervuilde grond uit vooral bouwprojecten reinigen. Driekwart gaat gewassen als grondstof de markt op, het restant gaat noodgedwongen naar de stort. Jaap van der Bom, directeur van de Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondbewerkingsbedrijven (NVPG), ziet het voorgestelde tarief van de stortbelasting met lede ogen aan. Het hoge tarief zet de poort wagenwijd open naar het buitenland, zegt hij. "De kosten in Nederland zullen aanzienlijk omhoog gaan. Reinigingstarieven, met name voor extractieve reiniging, stijgen met zo’n vijftig procent. De hoge kosten zullen een negatief effect hebben op bouwprojecten, waar verontreinigde grond vrijkomt. Met de huidige economische crisis zitten gemeenten en projectontwikkelaars niet te wachten op meerkosten. Logisch gevolg: minder bouwprojecten, minder bodemsanering, terwijl er een forse opgave ligt. Hetzelfde geldt voor de asbestsanering. Ook daar stijgen de kosten. Het voorgestelde tarief van de stortbelasting bedreigt de asbest- en bodemsanering. Ik noem dat geen vergroening."
Een hoge stortbelasting nodigt volgens Van der Bom uit tot 'creatieve oplossingen'. Hij waarschuwt dat het kabinet met deze tariefstelling het voortbestaan van de asbest- en bodemsanering op het spel zet. "Al in 1986 zijn we in Nederland begonnen met het reinigen van verontreinigde grond, destijds als eerste ter wereld. Met de huidige kennis en technieken lopen we internationaal voorop. Het voorgestelde hoge tarief van de stortbelasting dreigt een hoogwaardige recyclingmarkt om zeep te helpen."

Innovaties in de knel

Kansrijke innovaties komen met de stortbelasting in de problemen. Dat stelt Jaap van der Bom. Als voorbeeld noemt hij AEC-bodemas, afkomstig van afvalenergiecentrales. "In het verleden werden AEC-bodemassen toegepast als funderingsmateriaal onder wegen en viaducten. Met innovatieve technieken werken bedrijven momenteel aan het verbeteren van de kwaliteit. Ze werken AEC-bodemas zodanig op, dat een schone bouwstof overblijft. De afvalsector heeft hierover een Green Deal ondertekend met de rijksoverheid. Afgesproken is dat begin 2017 minstens de helft van de AEC-bodemassen hoogwaardig wordt opgewerkt. Bij het procedé houden we een residu over, dat straks tegen hoge kosten naar de stort moet. Deze toepassing druist in tegen het beleidsvoornemen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu om toepassing van bouwstoffen onder IBC-condities af te schaffen."
Ook het duurzaam stortbeheer komt met de stortbelasting wellicht niet van de grond, vult Bert Krom aan. Duurzaam stortbeheer is een innovatieve methode om het emissieprobleem van stortplaatsen binnen één generatie op te lossen. "De dure pilots die de komende negen jaar door de stortexploitanten moeten worden uitgevoerd om deze innovatie te bewijzen, kunnen financieel niet meer worden opgebracht."

"Een stortbelasting werkt niet als sturingsinstrument."
Bert Krom - Afvalzorg
"Een stortbelasting draagt absoluut niet bij aan een circulaire economie."
Jan Verheij - Van Gansewinkel
"Het voorgestelde tarief van de stortbelasting bedreigt de asbest- en bodemsanering."
Jaap van der Bom - NVPG
Visie Vereniging Afvalbedrijven

In het onderhandelingsakkoord van kabinet en oppositiepartijen D66, SGP en ChristenUnie is een belasting op storten opgenomen, een maatregel die in 2012 door het kabinet is afgeschaft om het belastingstelsel te vereenvoudigen. De Vereniging Afvalbedrijven verbaast zich over deze maatregel, omdat er sinds de afschaffing van de stortbelasting per saldo niet méér afval wordt gestort dan daarvoor en de maatregel dus geen sturende werking meer heeft. Over afvalstromen waarvoor storten de enige en gewenste verwerkingsvorm is, moet geen belasting worden geheven.