Europa stelt onwerkbare hygiënisatie-eisen

Europese meststoffenverordening maakt Europese handel in compost mogelijk

Artikel - 07 december 2017

Compost mag straks binnen Europa als product de grens over. De compostsector juicht de felbegeerde productstatus toe, maar maakt zich zorgen over de consequenties van de herziene meststoffenverordening. Enerzijds moet de compostering voldoen aan onwerkbare strenge hygiënisatie-eisen, anderzijds mogen bepaalde organische reststromen zónder hygiënisatie de Europese markt op. Met alle gevolgen en risico’s van dien.

Auteur: Harry Perrée   ©copyright

Een nieuwe Europese meststoffenverordening is aanstaande, ditmaal als onderdeel van het Circular Economy Package. Compost en digistaat worden als nieuwe categorie opgenomen in de verordening. De meststoffen - gemaakt van organische reststromen - krijgen hiermee een opwaardering. Voortaan mogen ze als product vrij de interne Europese markt op. Gaat compost straks de landsgrens over, dan staat het niet meer te boek als afvalstof, maar als een product met CE-markering, te herkennen aan de letters C en E. De markering geeft aan dat het product voldoet aan de wettelijke eisen. De composteersector juicht de productstatus toe. Het is een langgekoesterde wens. De sector ziet nieuwe exportkansen en verwacht een Europese stimulans voor hergebruik van organische reststromen.

Lees meer »

Tevreden over uitgangspunt

Over het uitgangspunt van de herziening van de Europese meststoffenwetgeving is Arjen Brinkmann, directeur van de Branche Vereniging Organische Reststoffen (BVOR), te spreken. “De Europese Commissie wil hergebruik van reststromen als meststof vergemakkelijken. Dat is positief en in lijn met de dingen die we in Nederland al doen.” Henrik Lystad, voorzitter van het European Compost Network (ECN), wijst erop dat in veel EU-lidstaten momenteel helemaal geen regels gelden voor compost. Hij verwacht dat die landen de Europese meststoffenwetgeving straks een-op-een zullen overnemen. “Deze Europese wet geeft een duidelijk signaal af over hoe compost gemaakt zou moeten worden. Dat is een positief effect van deze wet.”

Compost mag als product vrij de Europese markt op

Ernstig zorgen

De composteersector maakt zich echter ernstig zorgen over de uitwerking van het huidige voorstel van de Europese Commissie. Het voorstel stelt aan de productstatus de nodige proceseisen. Eisen die volgens de sector disproportioneel zijn. Brinkmann: “De Europese verordening legt niet-onderbouwde en onevenredig strenge proceseisen op aan composteerinrichtingen.” Hij doelt met name op de voorgestelde hygiënisatie-eisen.

Hygiënisatie-eisen

De herziening stelt nieuwe hygiënisatie-eisen aan meststoffen, waaronder compost. Deze eisen zijn bedoeld om schadelijke onkruidzaden en pathogenen – ziekteverwekkers zoals bacteriën, virussen en andere micro-organismen – te doden. Voor de hygiënisatie schrijft de herziening voor compost een zogeheten tijd-temperatuurprofiel voor: een combinatie van een composteringsduur en een temperatuur. Het huidige voorstel geeft vier opties: 14 dagen met 55 graden Celsius, 7 dagen met 60 graden Celsius, 5 dagen met 65 graden Celsius of een dag met 70 graden Celsius.

Financiële consequenties

Nederlandse composteerbedrijven hanteren een tijd-temperatuur-profiel dat past bij de installatie en compost oplevert van goede kwaliteit. “Straks moeten alle composteerbedrijven kiezen uit één van de voorgestelde combinaties. Dat betekent dat de Nederlandse sector aan veel strengere proceseisen moet voldoen en het materiaal op een heel andere manier behandeld moet worden”, legt Brinkmann uit. Worden de eisen doorgevoerd, dan heeft dat grote, financiële consequenties voor de Nederlandse composteersector. “Niet alleen de composteerbedrijven, ook ontdoeners van organisch afval moeten met deze profielen dieper in de buidel tasten, zonder dat is aangetoond dat ze met de strenge eisen extra kwaliteit leveren of extra veiligheid inbouwen.”

Geen calamiteiten

Nederland staat flexibiliteit toe. “Het tijd-temperatuurprofiel verschilt per installatie. Daarmee doen we in Nederland recht aan de praktijk, aan de diversiteit van installaties”, legt Brinkmann uit. De Nederlandse aanpak volstaat. Nederlandse verwerkers nemen geregeld monsters, waaruit blijkt dat het compost vrij is van ziektekiemen. Van calamiteiten met ziekteverwekkers is tot dusver geen sprake. “In Nederlands compost zijn nog nooit problemen aangetoond.”

Keurcompost en/of CE-compost?
Met de komst van de herziene Europese meststoffenwetgeving komt straks compost op de markt met een CE-keurmerk. Nederland kent echter al een keurmerk, namelijk Keurcompost, een gezamenlijk initiatief van de Vereniging Afvalbedrijven en de Branche Vereniging Organische Reststoffen (BVOR). Keurcompost stelt wat betreft de toegestane verontreiniging veel strengere eisen dan de meststoffenverordening. De Nederlandse composteersector heeft met de akkerbouw afgesproken om het aandeel ‘bodemvreemde bestanddelen’, zoals plastic en glas, zeer laag te houden.
BVOR-directeur Arjen Brinkmann vreest voor verwarring door beide keurmerken. “We willen niet dat er straks compost uit andere landen geïmporteerd wordt – keurig met een CE-label dat kwaliteit uitdraagt – met een veel hoger aandeel plastic en glas dan compost met het keurmerk Keurcompost. Terwijl Nederlandse compost met Keurcompost een tien keer zo lage verontreiniging bevat, maar géén CE-label draagt. Zo ontstaat verwarring in de markt. Afnemers vragen zich dan af: wat is dan het product met de beste kwaliteit?”

Motivering ontbreekt

Plantenziektekundige Aad Termorshuizen heeft in opdracht van de Vereniging Afvalbedrijven de Europese meststoffenwetgeving onder de loep genomen. Hij ontdekte dat de motivering om voor de tijd-temperatuurprofielen te kiezen ontbreekt. Volgens hem verwijst het wetsvoorstel voor een rechtvaardiging van deze profielen naar annex 20 van een rapport over end-of-waste criteria van het Joint Research Centre, dat de Europese Commissie adviseert. “Daarin staat een inventarisatie van hoe alle landen hun afdodingscondities voor pathogenen hebben geregeld, maar geen onderbouwing.”

Geen duidelijk verband

Strengere hygiënisatie-eisen – een hogere temperatuur en/of langere composteringsduur – bieden volgens Termorshuizen niet altijd een betere bescherming tegen pathogenen en onkruidzaden. “In de wetenschappelijke literatuur wordt vaak ingegaan op knolvoet, een ziekte bij kool, en het tabaksmozaïekvirus. Je zou verwachten: hoe hoger de temperatuur en hoe langer de compostering, hoe minder er overleeft. Dat verband vond ik echter niet.” Sommige onderzoeken vonden volgens hem een correlatie tussen een hoog tijd-temperatuurprofiel en afdoding, andere juist niet. “Er is dus geen duidelijk verband”, aldus de wetenschapper.

Andere factoren

Niet alleen temperatuur en composteringsduur spelen bij afdoding een rol. Termorshuizen vond liefst zes andere factoren die bepalen of pathogenen en onkruidzaden worden gedood. Eén daarvan is het vochtgehalte. “Door het vochtgehalte te optimaliseren kun je waarschijnlijk zelfs toe met een milder tijd-temperatuurprofiel”, stelt hij. Soms lijken lagere temperaturen zelfs noodzakelijk. Zo kan het tabaksmozaïekvirus een temperatuur van 100 graden Celsius overleven, maar verliest het virus de strijd van bepaalde micro-organismen, die het best gedijen bij 25 tot 35 graden Celsius. “Maar daar is meer onderzoek voor nodig.”

De composteersector maakt zich ernstig zorgen over de onredelijke hygiënisatie-eisen

Twee wijzigingen

ECN, de Europese koepelorganisatie, stelt voor om twee wijzigingen in de herziening door te voeren. Op de eerste plaats een extra tijd-temperatuurprofiel van 3 dagen composteren bij 60 °C. Daarnaast mogen composteerbedrijven het proces ook op een andere manier inrichten, dan alleen met een tijd-temperatuurprofiel. “Voorwaarde daarbij is dat de alternatieven dan een goedkeuring krijgen van een regelgevende instantie, zoals de EFSA (European Food & Safety Authority)”, aldus Lystad van ECN.

Ontsnappingsroute

Naast het tijd-temperatuurprofiel maakt de composteersector zich zorgen over een ander probleem, namelijk de lijst met uitzonderingen, zoals vermeld in CMC2 van de verordening. Deze zogenaamde ‘Component Material Category 2’ staat toe dat bepaalde organische reststromen onbehandeld als meststof worden ingezet. Deze ontsnappingsroute geldt onder meer voor zaagsel en bladeren van bomen, bermgras en bewerkt voedsel voorbij de houdbaarheidsdatum, zoals een lading afgekeurde tomaten. Waar de compostering moet voldoen aan onwerkbare hygiënisatie-eisen, stelt de meststoffenverordening voor dergelijke reststromen dus helemaal geen hygiënisatie-eisen. Het materiaal mag, zonder hygiënisatie, op het land worden gebracht of als bodemverbeteraar worden verkocht. Met alle risico’s voor verspreiding van onkruidzaden, pathogenen en invasieve exoten van dien.

Japanse duizendknoop

De composteersector vindt dat álle organische reststromen een deugdelijke hygiënisatie vereisen. Lystad: “We zijn bang dat ongewenste onkruidzaden en planten zich anders onbelemmerd verspreiden.” Als voorbeeld noemt Brinkmann de Japanse duizendknoop, een woekerende invasieve exoot. “In maaisel kan Japanse duizendknoop zitten. Op het moment dat je deze plant niet in het composteringsproces brengt, wordt hij niet gedood. Breng je het maaisel zonder compostering op het land, dan breidt de plant zich onherroepelijk uit.”

Lijst aanpassen

Termorshuizen verwacht dat Brussel de ontsnappingsroute zal tegengaan. “Europa neemt de ontsnappingsroute via CMC2 voor organisch afval nog eens tegen het licht. Maar ook als het wetsvoorstel wordt aangenomen, is er ruimte om de lijst van uitzonderingen achteraf aan te passen. Alleen in zeer beperkte gevallen – denk aan zaagsel van bepaalde bomen – is compostering niet nodig.” Vergeet niet, stelt Termorshuizen, dat composteren ooit juist bedacht is om pathogenen en onkruidzaden te doden.

"De Europese verordening legt niet-onderbouwde en onevenredig strenge proceseisen op."
Arjen Brinkmann - BVOR
"In veel EU-lidstaten gelden momenteel helemaal geen regels voor compost.’"
Henrik Lystad - European Compost Network
"Strengere hygiënisatie-eisen bieden niet altijd een betere bescherming.’"
Aad Termorshuizen - plantenziektekundige