Duurzaam stortbeheer gaat het veld in

Green Deal Duurzaam Stortbeheer ondertekend

Artikel - 07 oktober 2015

Eindelijk. Twintig jaar na de geboorte van het idee is op 6 oktober 2015 de Green Deal Duurzaam Stortbeheer getekend. Een mijlpaal voor de stortsector. Op drie gesloten stortplaatsen, verspreid in het land, vinden tien jaar lang experimenten plaats met nieuwe beheervormen van stortlichamen.

Door Michel Robles ©Copyright

Onder de Green Deal Duurzaam Stortbeheer staan maar liefst veertien handtekeningen; van staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu, minister Kamp van Economische Zaken, de betrokken provincies Noord-Holland, Noord-Brabant, Flevoland, Gelderland en Overijssel, de betrokken stortplaatsexploitanten Afvalzorg, Attero, Twence, Sortiva en Van Gansewinkel, de Stichting Duurzaam Storten en de Vereniging Afvalbedrijven.
De uitdaging: het huidige stortbeheer omvormen tot duurzaam stortbeheer. Wil stortbeheer het etiket ‘duurzaam’ verdienen, dan moet binnen dertig jaar sprake zijn van een stabiele toestand, zonder significante emissies naar lucht of bodem. Eeuwigdurende nazorg is dan voor de stortplaats niet meer nodig. Nu de Green Deal is ondertekend, gaan drie pilots van start: op de stortlocaties Wieringermeer (Hollands Kroon) en Braambergen (Almere) van Afvalzorg, en Kragge II bij Bergen op Zoom van Attero.

Lees meer »

Potentieel duurzaam storten

Onderdeel van de afspraak is dat een aantal stortplaatsen uitstel krijgt om gesloten stortplaatsen van een bovenafdichting te voorzien. Het uitstel geldt niet alleen voor de pilotlocaties, maar ook voor andere stortplaatsen. Het zijn de zogeheten ‘potentieel duurzaam storten’-locaties, afgekort tot PDS-locaties. PDS-betrokkenen als de provincies Gelderland en Overijssel, en de bedrijven Twence, Sortiva en Van Gansewinkel, plaatsen daarom ook een handtekening onder het document. Later volgen er meer.
Uitstel van een bovenafdichting scheelt kosten. Het extra rendement dekt, via de Stichting Duurzaam Storten, mede de kosten voor de experimenten. Het leeuwendeel wordt betaald door Afvalzorg en Attero. De overige stortplaatsen dragen bij per gestorte ton afval. Bij succes garandeert de rijksoverheid aangepaste wetgeving, zodat duurzaam stortbeheer mogelijk wordt. Halverwege de proefperiode is er een tussentijdse evaluatie.

Op 6 oktober ondertekenden rijksoverheid, provincies en branche de Green Deal Duurzaam Stortbeheer

Op de foto staand vlnr: Paul Ganzeboom (Attero), Richard te Riet (Twence), Tjeerd Talsma (Noord-Holland), staatssecretaris Wilma Mansveld, Johan van den Hout (Noord-Brabant), Bert Krom (Afvalzorg en Stichting Duurzaam Storten), Florens Slob (Vereniging Afvalbedrijven), Bea Schouten (Gelderland). Zittend vlnr: Wim van Lieshout (HVC Groep) en Paul Dijkman (Van Gansewinkel). Foto: Wiebe Kiestra Fotografie.

Slimmer en minder risicovol

De eerste ideeën rond duurzaam storten stammen uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Storten kan slimmer en voor de toekomst minder risicovol, vermoedden destijds enkele stortplaatsexploitanten, onderzoeksinstellingen en adviesbureaus. Ze onderzochten ‘duurzaam storten’ voor nieuw aan te leggen stortlocaties. De aanpak klonk veelbelovend en was internationaal revolutionair. Eind jaren negentig vonden succesvol kleinschalige praktijkproeven plaats, met uiteenlopende technieken voor stortlichamen van verschillende samenstelling. Sindsdien is bij stortplaatsexploitanten veel deskundigheid vergaard. “De kennisontwikkeling voor vervolgstappen kostte veel tijd”, vertelt Bert Krom, directeur van Afvalzorg en voorzitter van de Stichting Duurzaam Storten. Zo is door het RIVM lang gewerkt aan heldere slaag/faal-criteria voor de nieuwe pilotprojecten. Ze moesten op basis van wettelijke normen en lange-termijnmodellen per pilotlocatie aparte ‘toetsingswaarden’ worden uitgedokterd, die na tien jaar bereikt moeten zijn.

Eerst zuurstofarm, dan zuurstofrijk
Toenemende kennis over biologische afbraakprocessen in bodembeheer brengt aan het licht dat bodemorganismen voorheen onverwoestbaar geachte verontreinigingen - zoals koolwaterstoffen en zware metalen - afbreken of onschadelijk vastleggen. Zuurstofgehalte en zuurgraad (pH) zijn cruciale sturingsfactoren. Duurzaam stortbeheer zet deze factoren in. Eerst worden zuurstofarme omstandigheden geschapen door water in de stortvakken te laten circuleren. Anaerobe micro-organismen kunnen dan hun afbraakwerk doen. Daarna wordt lucht door het stortlichaam geblazen, om omstandigheden te optimaliseren voor zuurstofminnende afbraakorganismen. Door anaerobe en daarna aerobe condities te creëren, is het mogelijk om verontreinigingen versneld te laten uitspoelen, of juist definitief te immobiliseren.

Circulaire economie

Daarnaast raakte storten politiek uit beeld, stelt Krom. “De aandacht verschoof van afval naar klimaat. Storten stond sowieso onderaan de ‘Ladder van Lansink’. Nieuwe stortplaatsen zouden in ons land niet meer worden aangelegd.” Mede door de standvastige steun van overtuigde rijksambtenaren en door de focus te verleggen van ‘duurzaam storten’ naar ‘duurzaam stortbeheer’ van bestaande locaties, bleef het vuurtje branden. “Het recente politieke streven naar een circulaire economie bracht nieuw elan”, zegt Krom.

Schatkist

Duurzaam stortbeheer bespaart kosten. De schatkist haalt er op termijn een voordeel uit van circa 90 miljoen euro, zo becijferde de Erasmus School of Economics in Rotterdam. Stortplaatsexploitanten en provincies kunnen profiteren als nazorgkosten wegvallen. Maar wat er gaat gebeuren met eventuele overschotten in de met stortheffingen opgebouwde provinciale nazorgfondsen, is nog onzeker. Krom: “Wettelijk moeten overschotten van ‘doelvermogen’ bij overdracht van een afgesloten stortplaats terugvloeien naar de exploitanten. Maar misschien willen provincies zich toch indekken tegen onverwachte ontwikkelingen op lange termijn.”

Natuurlijke afbraakprocessen maken verontreiniging in stortplaats versneld onschadelijk

Toekomstige generaties

“Over de exacte kosten en baten moeten de pilots meer helderheid brengen” zegt directeur Paul Ganzeboom van Attero. Hij verwacht zeker een gunstig plaatje, maar dat is niet zijn grote prikkel. “Waar het om gaat, is dat wij hiermee een zorg kunnen wegnemen voor toekomstige generaties.”
Milieugedeputeerde Tjeerd Talsma van Noord-Holland ziet het net zo. “Het kan zijn dat het wat goedkoper wordt, doordat je het stortlichaam niet blijvend hoeft in te pakken. Maar ik ben vooral trots dat we kunnen meewerken aan dergelijke initiatieven die het milieu voor toekomstige bewoners beter maken. Het is goed mogelijk dat we hiermee extra ruimte winnen voor hoogwaardig - bijvoorbeeld recreatief - gebruik.”

Internationaal

Misschien wel het spannendst wordt de internationale dimensie, al willen de partijen daarop niet te zeer vooruit lopen. Wereldwijd belandt 85 procent van alle afval op de stort. Voor hoogwaardiger afvalverwerking ontbreekt vaak de investeringsruimte. Krom: “De opgebouwde kennis is uniek. Nederland krijgt ook vragen uit het buitenland. Maar we gaan die deskundigheid niet als een gepatenteerd kunstje exploiteren. De kennis blijft doelbewust openbaar toegankelijk. Misschien kunnen wij landen zodoende helpen om de stap van verbranding over te slaan, en direct door te schakelen naar een circulaire economie met als achtervang duurzaam storten en stortplaatsbeheer.”

Afvalmining

Ganzeboom ziet Attero evenmin in de consultancy stappen, “maar we zijn wel internationaal actief. Als het ons gevraagd wordt, kunnen wij zeker meedenken met afvalbeheerders over duurzaam beheer.” Gedeputeerde Talsma filosofeert nog verder: “Ooit kan het moment komen dat stortplaatsen een bron worden van grondstoffen. Duurzaam stortbeheer kan helpen om afvalmining veiliger mogelijk te maken, wie weet?”

Eeuwigdurend verantwoordelijk
Stortplaatsen worden in Nederland zorgvuldig ingericht met aparte stortvakken en voorzien van een waterdichte onderafdichting. Percolaatwater wordt gereinigd, gassen die vrijkomen, zoals methaan, worden opgevangen en omgezet in energie. Is een stortplaats vol, dan moet er een waterdichte bovenafdichting op komen. Daarna wordt het stortlichaam overgedragen aan het bevoegde gezag, de provincie. Die is vervolgens ‘eeuwigdurend’ verantwoordelijk voor de nazorg van de werkende stortmassa. Financieel een belasting en voor het milieu blijven er risico’s.

"De opgebouwde kennis is uniek. Die blijft doelbewust openbaar toegankelijk."
Bert Krom - Afvalzorg
"Ik ben trots dat we kunnen meewerken aan initiatieven die het milieu voor toekomstige bewoners beter maken."
Tjeerd Talsma - provincie Noord-Holland
"Waar het om gaat, is dat wij hiermee een zorg kunnen wegnemen voor toekomstige generaties."
Paul Ganzeboom - Attero