Duidelijkheid rond recyclingcijfers

Europa stelt uniforme recycling-berekeningsmethode voor 

Artikel - 11 oktober 2016

Recyclingcijfers zorgen vaak voor spraakverwarring. Ze zijn lastig vergelijkbaar en duiden meer de inzameling dan de recycling. De Europese Commissie wil duidelijkheid creëren en stelt één uniforme berekeningsmethode voor. De uitgangspunten worden breed onderschreven, maar de sector plaatst vraagtekens bij de praktische uitvoerbaarheid.

Anno 2016 is de circulaire economie in afvalland – of beter: secundaire grondstofland – zo ongeveer het meest besproken onderwerp. Hergebruik en recycling zijn daar belangrijke onderdelen van. Maar het curieuze is: hoevéél precies wordt hergebruikt en gerecycled is allerminst helder. De verwarrende Europese statistieken zijn overheden, bedrijfsleven en de Europese Commissie al jaren een doorn in het oog. Iedereen voelt de noodzaak van een geharmoniseerde berekeningsgrondslag en rapportagemethodiek. Om de vorderingen van lidstaten richting Europese recyclingambities te kunnen volgen, moeten cijfers vergelijkbaar zijn. Geharmoniseerde rapportage schept helderheid, ook voor gemeenten, die door centrale overheden worden afgerekend op hoeveel van hun stedelijk afval recyclebaar is. En zeker zo belangrijk: een meer adequate meting stimuleert de keten tot innovatie en het leveren van kwaliteit.

Lees meer »

Onduidelijkheid

De huidige onduidelijkheid wortelt in de vigerende Kaderrichtlijn afvalstoffen uit 2008. Deze biedt lidstaten vier uiteenlopende methoden om hun nationale tonnages gerecycled stedelijk afval te berekenen. Sommige lidstaten nemen alleen zuiver huishoudelijk afval erin mee, andere rapporteren onder het bredere kopje ‘stedelijk en vergelijkbaar afval’. Voor bijvoorbeeld Duitsland hoort organisch afval erbij, Nederland rapporteert dat als aparte categorie. Ook het punt in de afvalketen waar het recyclingresultaat in tonnen gemeten wordt, verschilt. Na inzameling, na sortering – het mag allebei. 

Om de vorderingen van lidstaten richting Europese recyclingambities te kunnen volgen, moeten cijfers vergelijkbaar zijn.

Nieuw herijkingsvoorstel

De verplichte herijking van de Kaderrichtlijn biedt de Europese Commissie de gelegenheid om zaken te harmoniseren. Sinds juni jongstleden ligt een nieuw herijkingsvoorstel op tafel. Voor hergebruik en recycling van stedelijk afval zijn er twee speerpunten: extra gewichtsdoelstellingen en een bijbehorende eenduidige berekeningsgrondslag. De nieuwe doelstellingen zijn door de lidstaten en het Europese afvalbedrijfsleven onderschreven. Minder eenstemmigheid heerst er over de voorgestelde berekeningsgrondslag. 

Het Commissievoorstel is een compromis met de weerbarstige marktwerkelijkheid. Idealiter zou per gemeente, lidstaat en afvalfractie exact gemeten moeten worden hoeveel secundaire grondstof als vervanging van ‘virgin’ materiaal wordt toegepast. Maar dat lijkt een utopie. Vaak vindt recycling plaats in verre, ondoorzichtige markten. Ook binnen de Europese Unie geven recyclers en andere afnemers ongaarne hun interne stofstromen prijs. 

Meetpunt naar achteren schuiven

Niettemin wil de Commissie een einde maken aan de optie om te meten op basis van ingezamelde tonnen. Het meetpunt wordt naar achteren verschoven. Voor hergebruik zou het voortaan moeten liggen daar waar de secundaire grondstof, gesorteerd en schoongemaakt, op weg gaat naar hergebruik. Voor recycling komt het bij de ingang van de installatie waar het recyclaat vervaardigd wordt: de final recycling schakel. Emmanuel Katrakis, secretaris-generaal van de European Recycling Industries’ Confederation (EuRIC), steunt een geharmoniseerde berekeningsmethode om de voortgang van de circulaire economie onderling te vergelijken. “Recycling moet worden gemeten bij het punt waar afval wordt omgevormd in nieuwe grondstoffen die een alternatief zijn voor primaire grondstoffen. EuRIC is daarom tegen de nieuwe term ‘final recycling’ die wordt gedefinieerd als ‘waar het afval het productieproces ingaat’. De term final recycling creëert verwarring tussen recycling en productie. Producenten die gebruik kunnen maken van zowel primaire en secundaire grondstoffen, kunnen ten onrechte het predicaat recycler gaan claimen, terwijl ze feitelijk gebruik maken van secundaire grondstoffen die voldoen aan de specificaties van de industrie, kwaliteitsnormen of einde-afvalcriteria. Metaalfabrieken, gieterijen en pulpfabrieken, bijvoorbeeld, gebruiken secundaire grondstoffen bij hun productie ter vervanging van primaire grondstoffen. We hebben de Commissie steeds gewaarschuwd: ga niet tornen aan de in 2008 overeengekomen, glasheldere recyclingdefinitie in de Kaderrichtlijn afvalstoffen, en introduceer niet de term final recycling, want dan trekken we een Doos van Pandora open.”

DREC-methode

EuRIC suggereert om een voorbeeld te nemen aan de zogeheten DREC (Destination RECycling) berekeningsgrondslag, die is ontwikkeld binnen het R4R (Regions for Recycling) initiatief van dertien Europese regio’s. “Bij de DREC-rekenmethode wordt voor alle fracties afzonderlijk het binnen de keten meest logische meetpunt gehanteerd”, vertelt Emmanuel Katrakis, secretaris-generaal van EuRIC. R4R is in 2014 met cofinanciering van het Europese Regionale Ontwikkelingsfonds (ERDF) opgezet door dertien subnationale overheden. Een belangrijk streven is om inconsistenties in de monitoring van afvalstromen uit te bannen, wat precies het beoogde doel is van het pakket voor de circulaire economie. De DREC-methodologie voor berekening van recyclinghoeveelheden werkt met gedetailleerde stroomdiagrammen en instructies per fractie, gebaseerd op de feitelijke verwerkingspraktijk.

Kritisch over uitvoerbaarheid

De sector is kritisch over de uitvoerbaarheid. Volgens verschillende partijen gaat het Commissievoorstel voorbij aan de gevarieerde verwerkingspraktijk voor afzonderlijke stromen. “Het voorstel is achter het bureau geschreven, met onvoldoende kennis van de keten”, zegt Robert Corijn, marketingmanager van afvalverwerker Attero. “Het uitgangspunt mag mooi klinken, maar ik betwijfel of het uitvoerbaar is”. Als voorbeeld noemt hij de algemene bepaling dat na het meetpunt nog tien gewichtsprocent verlies mag optreden tijdens de definitieve recycling. “Bij moeilijke kunststoffen is dertig procent momenteel gangbaar. Moeten Nederlandse sorteerders straks bij Duitse en Chinese recyclingbedrijven gaan opvragen hoeveel uitval er is geweest? Zo werkt dat daar niet. Sterker, recyclers kunnen de voorkeur gaan geven aan materialen waarbij geen bedrijfsgeheimen worden opgevraagd.”

Doorslaggevend is niet hoeveel ton er gerecycled wordt, maar of het eindproduct voor afnemers kwalitatief acceptabel is.

Focus meer op kwaliteit

Meer fundamenteel is Corijns kritiek op de eenzijdig kwantitatieve focus. “Doorslaggevend is niet hoeveel ton er gerecycled wordt, maar of het eindproduct voor afnemers kwalitatief acceptabel is. Zeker, daar ligt een spanningsveld. Hogere kwaliteit betekent vaak: méér uitval accepteren. Maar het bevordert uiteindelijk een gezonde circulaire economie.” 

Ook Wieger Droogh, Algemeen Directeur SUEZ en voorzitter van de Commissie Beleid en Strategie van de Vereniging Afvalbedrijven, beklemtoont dat het uiteindelijk draait om de markt bedienen met kwaliteitsproducten. “Ik wil niet de Witte Ridder spelen, maar wat dit betreft is onze eigen sector naar verhouding wat conservatief. Natuurlijk, je kunt strengere normen opleggen. Of recyclers in Azië bestoken met certificeringseisen. Maar actieve partnerships tussen inzamelaars, sorteerders, recyclers en afnemers zijn uiteindelijk effectiever en in dat opzicht hebben we nog een wereld te winnen.”

Recyclingstatus voor AEC-bodemas

Sinds de Green Deal AEC-bodemas uit 2012 bepleit de Nederlandse afvalsector dat ook schone, uit AEC-bodemas teruggewonnen bouwstof het predicaat recycling krijgt. De berekeningsgrondslag voor recycling dient daarom ook schone bodemas in te sluiten. Minerale grondstoffen uit bodemas kunnen dan gaan meetellen in de gerapporteerde recyclingtonnages. De Brusselse milieukoepel EEB erkent dat een deel van de mineralen teruggewonnen en gerecycled kan worden, maar wil bodemas niet meenemen in de discussie over stedelijk-afvalrecycling: “Daarvoor is de oorspronkelijke afvalstroom waaruit bodemas voortkomt te divers”, zegt Piotr Barczak van EEB. Robert Corijn van Attero stelt daarentegen dat gemeenten voor de realisatie van de VANG-doelstellingen (VANG: Van Afval Naar Grondstof, programma Rijksoverheid) juist blij zouden zijn wanneer grondstof uit bodemas zou meetellen. “Inhoudelijk zou dit ook terecht zijn. De materialen worden teruggewonnen uit afvalstoffen, opgewerkt tot schone bouwstof en vervolgens ingezet als secundaire grondstoffen. Dit vermindert het gebruik van fossiele grondstoffen.”

Grondig impact assessment

“Hoe dan ook”, zegt Droogh, “zodra er straks een compromis ligt over definities, doelstellingen en meetmethoden, moet er, voordat het voorstel wordt aangenomen, wat ons betreft eerst een grondig impact assessment komen. Niet zozeer om scenario’s door te rekenen, zoals de Commissie in 2014 al liet doen, maar om te zien of de gekozen ambities ook praktisch uitvoerbaar en controleerbaar zijn”.

Milieubeweging: “Meer ambitie”

De milieubeweging onderschrijft het streven naar geharmoniseerde doelen en berekeningsgrondslagen, aldus beleidsmedewerker Piotr Barczak van het overkoepelende European Environmental Bureau (EEB) in Brussel. “Maar wij bepleiten terugkeer naar de meer ambitieuze doelstellingen in het Commissievoorstel van 2014. Lidstaten krijgen tot 2030 ruim de tijd om scherpere doelstellingen te realiseren. Ook derogaties, of langere termijnen voor sommige lidstaten, zijn een verkeerd signaal. In plaats daarvan kunnen we hen beter helpen om te innoveren en afzetmarkten te vinden en zodoende toch de doelstellingen te realiseren.”

"Het voorstel is achter het bureau geschreven, met onvoldoende kennis van de keten."
Robert Corijn - Attero
"De term final recycling creëert verwarring tussen recycling en productie."
Emmanuel Katrakis - EuRIC
"Er moet een grondig impact assessment komen om te zien of de ambities ook praktisch uitvoerbaar en controleerbaar zijn."
Wieger Droogh - SUEZ
"Wij onderschrijven het streven naar geharmoniseerde doelen en berekeningsgrondslagen."
Piotr Barczak - EEB