De Omgevingswet komt eraan

Afvalsector bereidt zich voor op Omgevingswet

Artikel - 08 december 2016

Bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening: de aanstaande Omgevingswet bundelt 26 bestaande wetten die de leefomgeving aangaan. De Vereniging Afvalbedrijven en haar leden bereiden zich goed voor op de komst van de nieuwe wet. De omschakeling heeft ingrijpende gevolgen. Voor vergunningverlening, handhaving en interne procedures. 

Vergunningen zijn vaak complex. Nederlandse bedrijven, waaronder een duizendtal afvalondernemingen, moeten veelal een serie loketten met stroperige procedures doorlopen om een aanvraag gehonoreerd te krijgen. Vele kabinetten riepen het al: de regelgeving moet eenvoudiger, de lastendruk omlaag, de procedures korter, het aantal loketten verminderd. En: meer aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving.
De Omgevingswet moet aan deze wensen tegemoet komen. In een notendop: 26 wetten met 4.700 artikelen worden teruggebracht tot één wet met 349 artikelen, en 120 algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) met 120 Ministeriële regelingen gaan over in 4 AMvB’s en 10 Ministeriële regelingen. In juli 2015 stemde de Tweede Kamer vrijwel unaniem in met het wetsvoorstel, de Eerste Kamer volgde in maart 2016. De Omgevingswet zou in 2018 ingaan, maar inmiddels is de invoering uitgesteld tot 2019.

Lees meer »

Complete stelselherziening 

De overgang naar de Omgevingswet raakt de afvalsector. “Spreek maar gerust van een complete stelselherziening van het omgevingsrecht”, vertellen Aris Hamers, coördinator vergunningen bij HVC, en Otto Feenstra, adviseur beleid en procesontwikkeling bij Afvalzorg, beide lid van de Commissie Milieu van de Vereniging Afvalbedrijven. Op zichzelf staan ze positief tegenover de nieuwe wet. Feenstra zegt dat er sprake is van een fraaie bouwtekening en een degelijk gebinte van het huis. “Het is nu zaak de constructie aan te brengen, waaronder een goed dak. Daarna volgt de afwerking. Het zal nog wel even duren voordat alles mooi in de lak staat.”

Bouwstenen Omgevingswet van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

Interne procedures

Voor afvalbedrijven heeft de nieuwe wet ingrijpende gevolgen. De verwachting is dat bedrijven door de Omgevingswet een groot aantal interne procedures moeten veranderen, waaronder het aanpassen van de compliancemodellen. Deze procedures - die borgen dat de bedrijven geheel volgens de wet werken - vragen veel revisiewerk als de wetten worden herzien tot één Omgevingswet.

Eendrachtig samen optrekken

Afvalbedrijven bereiden zich voor op de komst van de Omgevingswet. De Vereniging Afvalbedrijven biedt daarbij een helpende hand. Feenstra: “Wij ondersteunen afvalbedrijven door ze te voorzien van informatie en op te treden als vraagbaak. Ook brengen we gezamenlijke belangen naar voren bij de ontwikkeling van deze regelgeving. In ieder geval trekken de leden van de Vereniging Afvalbedrijven eendrachtig samen op.”
Al meer dan een jaar volgt de Commissie Milieu de ontwikkeling alert. In de Commissie zijn meerdere verenigingsbrede overleggroepen geformeerd om met experts, externe deskundigen en soms ambtenaren te spreken over het transitieproces naar de Omgevingswet. De leden spitten meer dan drieduizend pagina’s wetsvoorstellen en bepalingen door op eventuele consequenties voor afvalbedrijven. Ze zullen er nog jaren mee bezig zijn, want de tekst van de nieuwe wet is weliswaar klaar, maar er volgen ongetwijfeld aanvullingen. 

Visies, plannen en verordeningen

De Omgevingswet bevat voor overheden – provincies, gemeenten, waterschappen – een aantal instrumenten om de doelen in de praktijk te brengen. Provincies moeten een omgevingsvisie en een omgevingsverordening opstellen, waterschappen een waterschapsverordening en gemeenten een omgevingsplan, dat valt binnen de kaders van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de Waterschapsverordening en de Omgevingsverordening. Bij bedrijven heerst de angst dat gemeenten veel tijd nodig hebben om zo’n plan op te stellen, waardoor het bedrijfsleven in de tussentijd niet weet aan welke regels zij moet voldoen.

Inspraak concept-AMvB’s

Tot half september hebben vele brancheorganisaties, overheidsvertegenwoordigers, milieuorganisaties, bedrijven en burgers hun visie op de conceptregelgeving gegeven. De Vereniging Afvalbedrijven heeft een uitgebreide lijst met vragen over de concept-AMvB’s opgesteld en deze ingebracht in de inspraakronde.
Hamers vindt het jammer dat in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), een van de vier concept-AMvB’s, niet meer verbeterslagen zijn gemaakt ten opzichte van het huidige Activiteitenbesluit. Als voorbeeld noemt hij de al jarenlang onduidelijke omschrijving van metingen van de luchtemissies. “Dat moeten ‘genormaliseerde en gevalideerde’ metingen zijn, maar hoe dat precies moet is niet helder. Ook het betrouwbaarheidsinterval voor de opgelegde ‘extra meetverplichting’, zoals bijvoorbeeld op de jaarvracht NOx, is niet goed geregeld in het Bal.”

De Omgevingswet integreert 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving.

Begrip inrichting

Enkele inhoudelijke punten baren de Commissie Milieu zorgen. Een ervan betreft het verdwijnen van het begrip ‘inrichting’. De Omgevingswet richt zich voortaan op ‘activiteiten’, waaronder ‘milieubelastende activiteiten’ en ‘wateractiviteiten’. Deze verandering kan in de praktijk onduidelijkheid creëren. Als voorbeeld noemt Hamers het terrein van HVC in Alkmaar met daarop onder meer een afvalenergiecentrale (AEC). Het HVC-terrein is nu nog één inrichting onder het bevoegd gezag van de provincie. Voor de AEC blijft dat. “Onze afvalenergiecentrale, inclusief alle activiteiten die daarmee samenhangen, in technisch verband staan en gevolgen hebben voor de emissies of de hoofdactiviteit ondersteunen, blijft onder het regime van de provincie”, legt hij volgens de regels van de wet uit. De uitzondering geldt voor alle installaties die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) en de Richtlijn Industriële Emissies. Wel is nog onduidelijk hoe de toetsing van activiteiten in de praktijk zal uitpakken en of ten gevolge daarvan toch nog (nieuwe) activiteiten onder het bevoegd gezag van de gemeenten komen te vallen. Hamers: “Daarnaast blijft alles wat met lozingen in de vaart hierachter te maken heeft, een zaak van het waterschap.” Hamers en Feenstra vragen zich af waarom dit bij de stelselherziening ook niet onder de provincie is gebracht. 

Meer ruimte voor lokale normen

Otto Feenstra van Afvalzorg geeft aan dat met name gemeenten meer ruimte krijgen om zelf lokale normen te stellen. “Dat zou het voor bedrijven moeilijker kunnen maken om te weten aan welke normen ze moeten voldoen. Dit speelt bij emissies, maar ook bij het weer in de markt afzetten van gerecyclede bouwstoffen en grond”, zegt hij. “Temeer omdat de nieuwe omgevingsplannen ‘dynamische documenten’ worden waar bepalingen en normen kunnen wijzigen zonder dat dit expliciet onder de aandacht wordt gebracht.”

Vruchten plukken 

Katja Stribos, die programmamanager voor bedrijven was bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en nu bij Rijkswaterstaat betrokken is bij de implementatie van de Omgevingswet, roemt de goede samenwerking met de Vereniging Afvalbedrijven. “Ik snap dat het moeilijk is. Het is een enorme omschakeling. Maar deze bedrijven gaan echt de vruchten plukken van dit nieuwe stelsel. Want die zijn er wel degelijk”, zegt Stribos. “Bedrijven staan meer centraal, de regels worden veel meer beperkt en de locatie-onafhankelijke regels zijn in Groningen hetzelfde als in Maastricht. Al is het mogelijk dat de gemeente Groningen met een Omgevingsplan voor de bedrijven in de binnenstad andere accenten legt en locatie-afhankelijke regels opstelt, die verschillen met het Omgevingsplan voor een industrieterrein in Maastricht.”

Proefcasussen  

Stribos werkt aan implementatieplannen voor de 250 duizend bedrijven - waarvan naar schatting 1100 afvalbedrijven - die met de Omgevingswet te maken hebben. “Een van de opties daarin is het oefenen in proefcasussen”, vertelt Stribos. “We kunnen bijvoorbeeld een reële casus optuigen voor de aanvraag van een vergunning voor een nascheidingsinstallatie. Daar kunnen we dan mee oefenen, zowel in Groningen als Maastricht, zodat bedrijven en overheid daarmee leren omgaan volgens de regels van de Omgevingswet.” Afvalbedrijven kunnen dergelijke proefprojecten zelf aanmelden, laat Stribos weten.

Goed buurmanschap 

Nieuw aan de wet is de verplichte participatie met belanghebbenden voordat een bedrijf een vergunningaanvraag doet. Dat is vaak al gemeengoed bij de afvalbedrijven, stellen Aris Hamers van HVC en Otto Feenstra van Afvalzorg. “Bij nieuwe activiteiten wordt veelal eerst uitgebreid met omwonenden en aanliggende bedrijven gesproken. Dat zien wij als goed buurmanschap”, zegt Hamers. Feenstra hoopt dat de bevoegde gezagen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving tijdig meebewegen met de cultuuromslag naar minder regels en minder lasten voor het bedrijfsleven zoals dat door de rijksoverheid wordt beoogd.

"Wij ondersteunen afvalbedrijven door ze te voorzien van informatie en op te treden als vraagbaak."
Otto Feenstra - Afvalzorg
"Afvalbedrijven gaan echt de vruchten plukken van dit nieuwe stelsel."
Katja Stribos - Rijkswaterstaat
"Jammer dat in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) niet meer verbeterslagen zijn gemaakt."
Aris Hamers - HVC