Convenant brengt circulaire economie dichterbij

Vijf partijen ondertekenen convenant Meer en Betere Recycling

Artikel - 07 mei 2015

Nederland schakelt naar een hogere versnelling richting circulaire economie. Meer hoogwaardige recycling, meer afvalscheiding en minder regels die circulaire groei tegengaan. Dat is waar de rijksoverheid en afvalsector zich hard voor maken. Gezamenlijk tekenden ze het convenant Meer en Betere Recycling.

Door Han van de Wiel ©copyright

Half maart zetten Branchevereniging Recycling Breken en Sorteren, Federatie Herwinning Grondstoffen, Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement, Vereniging Afvalbedrijven en de staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Milieu hun handtekening onder het convenant Meer en Betere Recycling voor een circulaire economie. De afspraken die daarin zijn vastgelegd, zijn de basis voor een constructieve en lange termijn samenwerking tussen de afval- en recyclingindustrie en het ministerie die ertoe moet leiden dat structureel minder recyclebaar afval wordt aangeboden bij afvalenergiecentrales en stortplaatsen.
Tijdens de ondertekening van het convenant zei staatssecretaris Wilma Mansveld (IenM) dat het woord 'afval' uiteindelijk geschrapt kan worden uit de Dikke van Dale. "Ik wil naar 100 procent recycling en hergebruik." Die circulaire economie is voorlopig 'een ideaal', schreef Mansveld eerder in een brief aan de Tweede Kamer, want er blijven nog 'heel lang' extra primaire grondstoffen nodig. We bevinden ons in de transitiefase tussen de lineaire en de circulaire economie: een keteneconomie met feedback loops (recycling).

Lees meer »

De sector omarmt het convenant, waarover bijna twee jaar is nagedacht en onderhandeld. Volgens Ton Holtkamp van de Federatie Herwinning Grondstoffen (FHG) is de winst dat afvalpartijen nu bij elkaar aan tafel zitten, en dat het ministerie aanschuift. "Er vinden discussies en afstemming plaats in een positief-kritische atmosfeer. Deze samenwerking is echt nodig richting de circulaire economie. Afval heeft een betrokken overheid nodig, anders stroomt het weg in het - financieel gezien - laagste putje." Anderen in de afvalsector delen zijn enthousiasme.

Pieter Hofstra (VA), Ton van der Giessen (BRBS Recycling), Wilma Mansveld (IenM), Ton Holtkamp (FHG) en Hans Groenhuis (NVRD) (v.l.n.r.) zetten op 16 maart in Biddinghuizen hun handtekening onder het convenant (foto: Nienke Elenbaas)

Om het convenant tot een succes te maken, scharen de partijen zich achter een actieprogramma. Zo gaan ze recycling bevorderen door nieuwe of herziene regelgeving, ketens verduurzamen, definiëren wat 'hoogwaardiger recycling' betekent, afspraken maken over grensoverschrijdend afvalverkeer, pogen grondstoffen langer in de keten te houden en een toekomstvisie ontwikkelen op afvalenergiecentrales (AEC’s). Dat klinkt misschien nog abstract, maar veel acties zijn behoorlijk concreet, en maken duidelijk welke kant het beleid op gaat. Voor verscheidene dossiers werken partijen samen. Het ministerie zet zich bijvoorbeeld in voor een bredere en verantwoorde toepassing van de concepten 'einde-afval' en 'bijproduct', terwijl de sector in kaart brengt voor welke materiaalstromen de nieuwe criteria voor ‘einde-afval’ wenselijk zijn. Partijen uit de afvalsector inventariseren ook welke onderdelen van het stoffenbeleid (REACH) recycling belemmeren, en brengen ze onder de aandacht van het ministerie. Met elkaar gaan ze ketenpartijen adviseren over betere afvalscheiding en recycling van afval dat mensen buitenshuis weggooien, dus in kantoren, winkels, diensten en de (semi)openbare ruimte.

Over welk afval gaat het convenant?
Doel van het convenant is bétere recycling met een hoger rendement voor mens, economie en milieu en méér recycling, door het halveren van de tien miljoen ton afval die jaarlijks wordt gestort en verbrand. Het convenant gaat over bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en afval dat mensen weggooien in kantoren, winkels en scholen. Het convenant geldt niet voor de im- en export van afval. Ook huishoudelijk afval is buiten het convenant gehouden - daar is een apart uitvoeringsprogramma voor.

Afnemend binnenlands aanbod

Het ontwikkelen van een AEC-toekomstvisie is nodig. Door meer scheiding zal het binnenlandse restafvalaanbod slinken. Wat te doen met de huidige AEC-capaciteit van circa 7,5 miljoen ton? Vanuit Europees perspectief is er geen sprake van restcapaciteit, stelt Pieter Hofstra, voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven (VA), waarbij alle AEC’s zijn aangesloten. Volgens Hofstra wil "niemand in de VA recyclebaar afval verbranden. Dat lijkt tegenstrijdig met de belangen van de AEC’s, maar ook zij weten in welke maatschappij en markt ze opereren." Daarin is verbranden met zo veel mogelijk terugwinnen van energie pas aan de orde wanneer recycling niet mogelijk is. Hofstra ziet de Nederlandse afvalverwerkingscapaciteit als een onderdeel van de Nederlandse industriële productiecapaciteit. Nederland is volgens hem een open economie die ook markten buiten Nederland bedient. "Daaraan danken we in hoge mate onze welvaart. De afvalverwerkingsbedrijven dragen daar hun steentje aan bij. De afvalmarkt is een West-Europese markt, en in sommige opzichten een wereldmarkt. Nederland heeft moderne installaties, goede expertise en een centrale ligging." De Nederlandse AEC’s verbranden momenteel al brandbaar restafval uit Ierland en het Verenigd Koninkrijk en een beperkte hoeveelheid uit Italië. Die hoeveelheid kan toenemen als het aanbod uit Nederland verder afneemt. De vraag uit die landen is er. "Probeer er dan wel voor te zorgen dat de Engelsen beperkt een eigen verbrandingscapaciteit bouwen", zegt Ton van der Giessen, voorzitter van de Branchevereniging Recycling Breken en Sorteren (BRBS) en directeur van Van Werven. Hofstra onderschrijft dat, "al is het aan de betrokken landen zelf om daarover te besluiten."
Hans Groenhuis, vicevoorzitter van de Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (NVRD), voorziet dat op termijn verbrandingscapaciteit uit de markt wordt gehaald. "Stel nou dat het een succes wordt? Waar we vanuit gaan, wat doe je dan met de Nederlands verbrandingscapaciteit? De afspraak is nu: import uit buitenland toestaan, mede vanwege de investeringen in de installaties. Maar ooit zijn die installaties terugverdiend. Ik zou graag zien dat die capaciteit dan uit de markt wordt gehaald, zoals ook met stortplaatsen is gebeurd." Volgens Hofstra moeten we 'reëel blijven'. Zodra alle Europese lidstaten hun verwerkingsstructuur op orde hebben en er onvoldoende aanbod van brandbaar restafval is om de Nederlandse capaciteit te vullen, "zal er capaciteit uit de markt moeten worden gehaald. Het is aan de bedrijven om dat te doen. Maar afbouwen terwijl er nog vraag naar capaciteit is, betekent brandbaar restafval naar de stortplaatsen verdrijven. Dat is zowel milieuhygiënisch als economisch de slechtst denkbare oplossing."
Restfracties blijven er sowieso, zegt hij. En opmerkelijk genoeg draagt meer en beter recyclen daaraan bij. Hij geeft het voorbeeld van bodemassen, die nu met IBC-maatregelen (isoleren, beheersen en controleren) voor honderd procent gebruikt kunnen worden in wegenaanleg. Als ze beter worden gereinigd, kan 85 procent zónder IBC-maatregelen worden toegepast: de winst van beter en meer recyclen. Die medaille heeft een keerzijde. Hofstra: "Het residu van 15 procent, naar schatting 300 duizend ton op jaarbasis, bevat zo veel contaminatie, dat het moet worden gestort."

"Al ons afval kan winst maken. Als we met die gedachte werk maken van dit convenant, weet ik zeker dat het ons veel enthousiasme, concrete resultaten en een bloeiende sector oplevert", aldus Mansveld tijdens haar speech voorafgaand aan de ondertekening van het convenant (foto: Nienke Elenbaas)

Hoogwaardige recycling

Stimuleren van hoogwaardige recycling, dat is waar de convenantpartners hun schouders onder zetten. De vraag is dan wel: wanneer is er sprake van hoogwaardige recycling? In de woorden van Groenhuis: "Blijven we weidepaaltjes maken van plastic afval, of worden het nieuwe plastic flesjes?" In een circulaire economie blijven de grondstoffen zo lang mogelijk op een kwalitatief zo hoog mogelijk niveau in het economische proces circuleren. Groenhuis: "Daar zitten we hier en daar ver van af." Definiëren van hoogwaardig recyclen is ook nodig om te voorkomen dat afval naar het buitenland lekt voor laagwaardige toepassingen. "Dat gebeurt onder het mom van nuttige toepassing", zegt Ton Holtkamp, "maar het is in werkelijkheid vaak een financiële escape. Die lekken moeten dicht."
Wat hoogwaardig is, zal met levenscyclusanalyses (LCA’s) aangetoond moeten worden. Dat is nog 'heel lastig', meent Hofstra, "want we kunnen in Nederland wel afspreken wat hoogwaardig is, maar met de Europese open grenzen willen we voorkomen dat onze eigen industrie buitenspel komt te staan." De regels van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) moeten dat voorkomen. Bovendien kunnen LCA’s en het streven naar circulaire materiaalstromen tot tegenstrijdige uitkomsten leiden. Groenhuis: "Kijk naar verpakkingsmaterialen. Het verbranden van laminaat verpakkingsmateriaal kan zomaar beter uit een LCA komen dan hergebruik van monomaterialen. Wie krijgt dan gelijk? Willen we circulaire materiaalstromen, dan moeten er knopen worden doorgehakt."

Hoeveel afval produceert Nederland?
Volgens cijfers van Rijkswaterstaat Leefomgeving produceren we samen (bedrijven en huishoudens) jaarlijks ongeveer 60 miljoen ton afval. 78,4 procent wordt gerecycled, 18,6 procent verbrand met energieterugwinning, 2,3 procent gestort en 0,7 procent geloosd.

Hinderpalen

In het convenant is afgesproken dat het ministerie van IenM zich gaat inspannen om onnodige belemmeringen in de wet- en regelgeving weg te nemen die hoogwaardige recycling verhinderen. Een van de grootste hinderpalen is dat sommige reststromen als afvalstoffen worden beschouwd, met bijhorende administratieve lasten, terwijl er milieuverantwoorde afzetmarkten voor bestaan. "In zulke gevallen is het etiket 'afval' niet meer nodig en vormt het een onnodige belemmering voor ondernemers", zegt een woordvoerder van staatssecretaris Mansveld. Neem de bouw, waar afval van kunststof vrijkomt, PVC bijvoorbeeld, dat mogelijk toevoegingen bevat die onder de huidige regelgeving verboden zijn. Dit beperkt de recyclingmogelijkheden van dit soort afval. "De uitdaging is dus om erkenning te krijgen voor milieuverantwoorde recyclingsmogelijkheden om het stoffenbeleid en recyclingdoelen met elkaar te verenigen." Ook op Europees niveau wil Nederland een aanpak die is gericht op de hele keten. Dus niet alleen aandacht voor duurzaam grondstoffenbeheer, maar ook voor productie, consumptie en marktprikkels. Daarbij moet slim gebruik worden gemaakt van de huidige afvalrichtlijnen en moeten er dwarsverbanden worden gelegd met andere richtlijnen die de circulaire economie op weg helpen.
Een andere belemmering vormt 'de markt'. Er is vaak onvoldoende vraag naar secundaire grondstoffen voor hoogwaardige toepassingen om investeringen rendabel te maken. Er moet nodig een volwassen recyclingmarkt ontstaan. Bedrijven willen graag geld steken in installaties om oude matrassen, koelkasten of bankstellen hoogwaardig te recyclen, mits ze die gerecyclede producten kunnen afzetten. Daar gaat de overheid nu een handje bij helpen. Hofstra: "Natuurlijk moeten gerecyclede producten aan kwaliteitseisen voldoen, maar de overheid kan via duurzaam inkopen en het verplicht voorschrijven van toepassing van gerecyclede materialen helpen afzetmarkten te creëren." Volgens Holtkamp is het de kunst producenten binnen boord te krijgen en geen recyclaten te maken waaraan zij geen behoefte hebben. "We praten nu vooral over de achterkant van het proces, de afvalfase. Maar in een circulaire economie wordt een afvalstof een grondstof voor een producent."
Die ontwikkeling wordt erkend door het convenant. De transitie naar een circulaire economie vergt interventies in de hele keten, om te beginnen in het ontwerp van producten. Holtkamp is "heel blij met de aandacht voor design for recycling: tijdens het ontwerpproces nadenken over het uit elkaar kunnen halen en recyclen van de gebruikte materialen."
Van der Giessen vat de betekenis van het convenant kernachtig samen. "Meer sorteren, meer afzetten, de hoogwaardige AEC’s zo lang mogelijk in de lucht houden. Tussen die drie dingen moeten we een balans vinden. Als we het slim aanpakken kunnen de doelstellingen van het convenant binnen vijf jaar worden gerealiseerd."

Vijf convenantpartners

  • Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)
  • Branchevereniging Recycling Breken en Sorteren (BRBS Recycling)
  • Federatie Herwinning Grondstoffen (FHG)
  • Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (NVRD)
  • Vereniging Afvalbedrijven (VA)
"Ik wil naar 100 procent recycling en hergebruik."
Wilma Mansveld - Ministerie van Infrastructuur en Milieu
"In een circulaire economie wordt een afvalstof een grondstof voor een producent."
Ton Holtkamp - Federatie Herwinning Grondstoffen
"Nederland heeft moderne installaties, goede expertise en een centrale ligging."
Pieter Hofstra - Vereniging Afvalbedrijven
"Als we het slim aanpakken kunnen de doelstellingen van het convenant binnen vijf jaar worden gerealiseerd."
Ton van der Giessen - Branchevereniging Recycling Breken en Sorteren
"Willen we circulaire materiaalstromen, dan moeten er knopen worden doorgehakt."
Hans Groenhuis - Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement