BREF-herziening kritisch beoordeeld

Nieuwe BREF Waste Incineration in de maak

Artikel - 08 november 2016

Europa herziet de BREF Waste Incineration waarin de best beschikbare technieken voor afvalenergiecentrales staan beschreven. Betrokkenen nemen met groeiende bezorgdheid deel aan het proces. Over het opstellen van het emissieniveau bestaan de nodige onduidelijkheden.

Europese afvalenergiecentrales (AEC’s) realiseren al meer dan tien jaar de laagste emissiegrenswaarden van alle industriële installaties die onder de Richting Industriële Emissies (RIE) vallen - en blijven zelfs ruim onder de emissienormen. De herziening van de BREF Waste Incineration (BREF WI) werd met vertrouwen tegemoet gezien. Volgens Carsten Spohn, directeur van de Duitse vereniging van afvalenergiecentrales ITAD, zien veel experts in de EU-lidstaten en de industrie ‘slechts marginale ruimte voor echte verbeteringen.’

Lees meer »

Behoorlijk onderschat

Dat zegt met andere woorden ook Dick Spanjaard, namens de Vereniging Afvalbedrijven betrokken bij het herzieningsproces. Hij beschrijft de stemming tijdens de zogeheten startbijeenkomst in Sevilla, bijna twee jaar geleden. “We dachten dat de BREF WI zou worden opgepoetst en de terminologie aangescherpt conform de nieuwe RIE. Nu vrezen we problemen.” Hubert de Chefdebien van het Franse bedrijf CNIM (Constructions Industrielles de la Méditerranée) erkent dat hij en anderen zich aanvankelijk niet konden voorstellen hoe frustrerend het herzieningsproces zou zijn. CNIM bouwt in de hele wereld turn-key industriële installaties, waaronder AEC’s. “We redeneerden als volgt: scherpere emissienormen voor de installaties? Geen probleem. Wat de normen ook worden, we zullen ze halen. Het was de benadering van de verkoper – wat we óók zijn.” Toch dreigt het fout te gaan. 

Europese afvalenergiecentrales realiseren al jaren de laagste emissiegrenswaarden

Debat onmogelijk

De herziening van de BREF WI wordt geleid door een bureau van het Joint Research Centre (JRC), het gezamenlijke onderzoekscentrum van de Europese Unie in Sevilla. Het JRC heeft de beschikking over de emissiedata van bijna driehonderd Europese AEC’s. Die vormen het fundament voor de nieuwe BREF en de toegestane niveaus van emissies, de zogeheten BATAEL’s. Debat met het JRC is onmogelijk, zegt Chefdebien. “We sturen ze de gevraagde informatie en krijgen geen feedback of antwoorden op onze vragen.” Het JRC heeft de beschikking over miljoenen data, zegt niet hoe ze die gebruikt, en beslist zonder debat wat de nieuwe basis voor de emissieniveaus wordt. 

Wat is de BREF WI?
BREF staat voor Best available techniques reference document, WI voor waste incineration. Een BREF beschrijft voor een specifieke industriële sector die onder de Europese IPPC-milieurichtlijn (Integrated Pollution Prevention and Control) valt - in 2010 opgegaan in de Richtlijn Industriële Emissies - de toegepaste technieken, de huidige emissieniveaus, de consumptieniveaus en de werkwijze om de best beschikbare technieken te bepalen. Een BREF komt tot stand na uitvoerige consultatie en het uitwisselen van informatie. De BREF Waste Incineration moet periodiek worden herzien. Deze BREF heeft betrekking op installaties die specifiek bestemd zijn voor de verbranding van afvalstoffen, inclusief vergassing en pyrolyse. Co-verbranding van afvalstoffen, bijvoorbeeld in cementindustrie, valt niet onder deze BREF. De inhoud wordt maatgevend voor de vergunningverlening en handhaving.
De BATAEL (Best Available Techniques Associated Emission Levels) zijn conclusies die voortvloeien uit de BREF. Ze beschrijven de bandbreedte van emissieniveaus die met de best beschikbare technieken haalbaar zijn als gemiddelde van een bepaalde periode, en onder normale bedrijfsomstandigheden.

Lagere emissies 

Voor afvalenergiecentrales zijn lagere emissies nauwelijks mogelijk, zegt Markus Gleis van het Duitse milieuministerie (Umweltbundesamt) in Berlijn. “Als ze nóg lager worden, gaan ze naar nul. Maar hoe moeten die installaties dat realiseren?” Het JRC kijkt in de aangeleverde data per stof naar de hoogste en laagste emissiewaarden en wil de laagste waarden voorschrijven voor de AEC’s. Kolencentrales lukt dat immers ook, volgens het JRC. Gleis: “Het is een groot misverstand die twee te vergelijken. Een kolencentrale kan kiezen uit verschillende typen kolen, om de emissieniveaus te beïnvloeden. Een afvalverbrandingsinstallatie heeft die keuze niet: die moet het afval accepteren dat wordt aangeboden.”

Onnauwkeurige monitoring

Bovendien geldt: hoe lager de emissiewaarden worden, hoe onnauwkeuriger de monitoring. “De laagste waarde is een nietszeggend getal”, zegt Spanjaard. “Alle meetapparatuur heeft een bepaalde mate van onzekerheid, en is dus niet exact. Maar daar trekt het JRC zich niks van aan. Die ziet de gerapporteerde data als harde waarheden zonder onzekerheid. Zo creëer je een schijnwereld, en maak je de sector kwetsbaar voor de publieke opinie. Die begrijpt niet dat de normen en de gerapporteerde waarden schijngetallen zijn. We willen niet, net als decennia geleden, weer in mediaschandalen terechtkomen.” 

De Europese Commissie jaagt afvalenergiecentrales op kosten met niet-meetbare emissienormen

Grotere onzekerheid

De relatieve onzekerheid in de gemeten waarden wordt groter naarmate de concentraties van stoffen lager zijn. Chefdebien: “Als de emissiegrenswaarden worden vastgesteld op het niveau van de laagste voorgestelde emissies, zijn we niet langer in staat ze betrouwbaar te meten. Dan kunnen we niet aantonen dat we voldoen aan de normen en moet een installatie mogelijk worden stopgezet. Soms zijn zelfs de hogere voorgestelde emissies te laag om te worden gemeten in overeenstemming met de wetgeving en de standaarden.” Hij geeft een voorbeeld: de uitstootnormen voor kwik. Het JRC wil die vastleggen op het plafond van 1 microgram per kubieke meter. Tot afgrijzen van Chefdebien: “Volgens de leverancier van de best presterende meetapparatuur is dat niveau niet voldoende nauwkeurig te meten. Het argument van het JRC is dat de Amerikaanse normen op 1,5 microgram staan, dus dan moet het in Europa ook kunnen. We hebben het nagetrokken, maar ook in de VS kunnen ze die lage waarden niet meten. Het is te gek voor woorden.” Spohn vermoedt dat het proces eerder politiek dan technisch is gemotiveerd. “We vrezen dat er geen rekening wordt gehouden met de werkelijke emissies van de afvalenergiecentrales noch de relevante technische issues, vanwege die politieke agenda.” 

Frankrijk blijft stil

Volgens het JRC is het vaststellen van de emissiegrenswaarden niet de verantwoordelijkheid van ‘Sevilla’, maar van Brussel en de lidstaten. Daar doemen extra complicerende problemen op. Zo roeren slechts enkele lidstaten zich in het herzieningsproces. Een van de belangrijkste spelers, Frankrijk, duikt weg. Terwijl Duitsland en Frankrijk samen ongeveer tachtig procent van de Europese AEC’s voor hun rekening nemen. Een van de redenen is dat de ambtenaar van Franse zijde jaarlijks wisselt. En omdat het enige tijd kost de complexe materie te begrijpen, doen de Fransen hun mond nauwelijks open. Het lijkt of alleen een paar lidstaten, waaronder Nederland, bezwaar maken. Dat maakt die lidstaten kwetsbaar. Ze kunnen gemakkelijk worden genegeerd. 

BATAEL-waarden

Vermoedelijk in 2018 ligt er een BREF met conclusies, de zogeheten BATAEL met de bandbreedte van emissieniveaus voor de best beschikbare technieken. De 27 EU-lidstaten moeten ze onverkort opnemen in nationale wetgeving, en daar de emissiegrenswaarden van afleiden. De grootste zorg van Chefdebien is dat er straks BATAEL-waarden liggen die te laag zijn om gebruikt te kunnen worden, en vergunningverleners die daar niet voor zijn gewaarschuwd. “Stel dat de bandbreedte voor een bepaalde stof 1 tot 5 wordt, en de vergunningverlener schrijft in de vergunning 1 voor als emissiegrenswaarde. Op de tegenwerping dat dat niet te meten is, kan hij antwoorden: jammer, maar het staat in de BREF.”

Hoge kosten

Ook de Europese Commissie begrijpt volgens Gleis niet wat er staat te gebeuren. Ze wil het storten van afval verminderen, maar jaagt AEC’s op kosten met niet-meetbare emissienormen. Gleis: “Daarmee krijgen landen die nu nog zeventig tot tachtig procent van hun afval storten een nieuw argument in handen om daarmee door te gaan.”

"We vrezen dat er geen rekening wordt gehouden met de werkelijke emissies van de afvalenergiecentrales."
Carsten Spohn - ITAD
"Het JRC ziet de gerapporteerde data als harde waarheden zonder onzekerheid. Zo creëer je een schijnwereld."
Dick Spanjaard - adviseur Vereniging Afvalbedrijven
"Debat met het JRC is bijna onmogelijk."
Hubert de Chefdebien - CNIM
"Voor afvalenergiecentrales zijn lagere emissies nauwelijks mogelijk."
Markus Gleis - Duitse milieuministerie