Beter geen of een échte circulaire belasting

Position paper VA over afvalstoffenbelasting

Artikel - 17 maart 2014

De Vereniging Afvalbedrijven (VA) keert zich tegen de opgelegde afvalstoffenbelasting van jaarlijks 100 miljoen euro. De stortbelasting, die 1 april terugkeert, moet vanaf 2015 weer van tafel. Mocht de afvalstoffenbelasting blijven bestaan, belast dan het restafval van huishoudens en bedrijven, adviseert de VA in een position paper. Pieter Hofstra, voorzitter van de VA, geeft tekst en uitleg.

Door Addo van der Eijk ©Copyright

Compleet verrast was Pieter Hofstra, voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven (VA), toen hij afgelopen najaar hoorde dat de stortbelasting terugkeert. "Een donderslag bij heldere hemel. Het werd gebracht onder het mom van vergroening, maar eigenlijk had het kabinet gewoon geld nodig", vertelt hij. Zes miljard moest er bezuinigd worden, waarvan het Herfstakkoord 100 miljoen euro op het bord van de afvalsector legde. Een raar besluit, vindt Hofstra. "In het akkoord is het bedrag - waarschijnlijk onder tijdsdruk - lukraak en ad hoc op de afvalwereld geplakt. Zonder gedegen onderbouwing."

De belastingopgave is buiten alle proportie, zeker voor de stortplaatsen, die het bedrag moeten ophoesten. "De stortsector zet met moeite 40 miljoen euro per jaar om. De financiële toekomst van de sector is zorgelijk. Stortplaatsen leiden structureel verlies. En net hen wil de regering met 100 miljoen euro belasten? Ik vind dat buitensporig en onhaalbaar. Laten we niet vergeten waarom de stortbelasting eerder is afgeschaft: omdat ze niet voldoende opbracht."
Ook het argument vergroening veegt Hofstra van tafel. "Voor het milieubeleid is een stortbelasting niet meer nodig. Wat tegenwoordig wordt gestort kun je niet verbranden of recyclen. Het moet naar de stort." Voor de vergroening kan de stortbelasting zelfs contraproductief uitpakken, waarschuwt Hofstra. "Maak je storten duur, dan zoeken partijen creatieve uitwegen, zoals mijnen in Duitsland. Of nog erger: dan gooien ze het in natuurgebieden. Belangrijker nog: hogere stortkosten maakt recycling duurder. Bij het sorteren en recyclen komen residustromen vrij, die naar de stort moeten. Diverse marktspelers geven aan hun recyclingactiviteiten bij hogere kosten naar het buitenland te verplaatsen. Daarmee komt de wens om in Nederland een grondstoffenrotonde te realiseren in gevaar. Dat moet niemand willen."

Lees meer »

Gentlemen's agreement

Met dit pleidooi kreeg Hofstra bijval in Den Haag. Voormalig staatssecretaris Weekers van Financiën - en inmiddels ook zijn opvolger Wiebes - de Tweede Kamer en het ministerie van Infrastructuur en Milieu: allemaal zagen ze in dat aan de stortbelasting grote nadelen kleven. Met Weekers sloot Hofstra een gentlemen's agreement: "Vanaf 1 april wordt de stortbelasting eerder dan gepland en tegen een lager tarief ingevoerd, en tegelijkertijd zoeken we naar een creatievere belasting die 1 januari 2015 ingaat, waarbij de stortbelasting kan verdwijnen."
Wat overeind bleef, was de beraamde inkomstenpost van 100 miljoen euro per 2015. Helaas een politieke realiteit, stelt Hofstra. "Het liefst willen we ook het bedrag van 100 miljoen euro van tafel. Komt er een creatief alternatief, dan moet het tijdelijk zijn. Zodra de economie weer opleeft, kan er wat mij betreft een streep door."
Een torenhoge belasting opleggen is niet zonder risico’s en onbedoelde neveneffecten. De opgave kan de Nederlandse afvalinfrastructuur schade berokkenen, stelt Hofstra. "In Nederland is de afgelopen decennia een hoogwaardige afvalinfrastructuur opgebouwd, waarmee we internationaal aan de top staan. Het kabinet moet geen maatregelen nemen die dit fundament aantasten." Gebeurt dat wel, dan komt de circulaire economie in gevaar, vreest Hofstra. De afvalsector speelt in de transitie naar een circulaire economie een belangrijke rol. Die economie levert vele malen meer op, dan de nu opgelegde belasting. Studies spreken van 7,3 miljard euro aan besparingen en baten, met alle belastinginkomsten van dien. Met ondoordachte ingrepen, zoals met de stortbelasting, gooit het kabinet het kind met het badwater weg. "Daar moeten we voor waken", zegt Hofstra.

Circulaire economie

Ondanks deze bezwaren denkt de afvalsector constructief mee over een alternatief. Na intern rijp beraad bracht de VA recent een position paper uit. Met de circulaire economie op het netvlies komt Hofstra uit op een belasting vooraan de keten. "Afvalsturing moet je niet aan het einde van de keten doen, bij het storten, maar juist in het begin, waar het afval ontstaat. Dat is circulair den-ken." Een belasting op restafval is de enige fiscale maatregel waar de VA iets in ziet. Hofstra verwijst naar de titel van het recent verschenen programma van staatssecretaris Mansveld: Van Afval Naar Grondstof. "Je moet sturen bij de eerste wissel: de ene kant voert richting grondstoffen, de andere richting afval. Het belasten van restafval bevordert het scheiden aan de bron. Je laat degene betalen die zich van het afval ontdoet.  Het past naadloos binnen het principe van 'de vervuiler betaalt'." Restafval komt vrij bij burgers, maar ook bij kantoorgebouwen, winkels en instellingen. Hofstra wil dat iedereen een steentje bijdraagt, ook de bedrijven. "Het innen van de belasting van burgers kan via gemeenten. Voor belas-tingplichtige bedrijven is het innen complex. Voor bedrijven pleiten we voor een verplichting om - zoals dat in Vlaanderen gebeurt - meer en beter te scheiden. Het bedrijfsafval draagt dan niet bij aan de opbrengst van 100 miljoen euro, maar we laten wel zien dat restafvalproducerende bedrijven hun bijdrage aan de circulaire economie moeten leveren."

Een belasting op restafval is de enige fiscale maatregel waar de Vereniging Afvalbedrijven iets in ziet

Belastingplan 2015

Hofstra stelt met nadruk dat het om een belasting op Nederlands restafval gaat, niet om buitenlands geïmporteerd brand-baar afval. "Import van restafval moeten we niet extra belasten. Het helpt Engeland met de transitie naar een circulaire economie. In plaats van het afval te storten, maken wij er duurzame elektriciteit en warmte van. Onze installaties leveren maar liefst 15 procent van de huidige duurzame energieproductie in Nederland."
Een verbrandingsbelasting, die door sommigen wordt geopperd, wijst Hofstra van de hand. "Daarmee stuur je, net als met de stortbelasting, aan het einde van de keten. Bovendien brengt het de infrastructuur in gevaar. Neemt de import af, en moeten centrales uit bedrijf worden genomen, dan schatten wij de kosten voor de samenleving op meer dan één miljard euro. Meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten heeft direct financieel profijt bij de huidige verbrandingscapaciteit. Een verbrandingsbelasting zorgt bovendien - net als een stortbelasting - voor hogere recyclingkosten, omdat de AEC’s residustromen uit de sortering en recycling verwerken."
De position paper ligt inmiddels op tafel bij ministeries en de twee onderzoeksbureaus, die momenteel onderzoek doen naar de afvalstoffenbelasting. Eind maart verschijnt hun rapport. Enige haast is geboden. "Het alternatief moet in het Belastingplan 2015 komen. Die wordt altijd in potlood gemaakt in april en mei, zodat het in september bij Prinsjesdag gepubliceerd wordt." Hofstra is optimistisch gestemd. Hij verwacht dat constructief overleg zal leiden tot een positief eindresultaat. "Ik heb goede hoop dat we eruit komen, en dat straks in het Belastingplan 2015 een voor alle partijen bevredigend verhaal staat."

"Afvalsturing moet je aan het begin van de keten doen, daar waar het afval ontstaat. Dat is circulair denken."
Pieter Hofstra - Voorzitter Vereniging Afvalbedrijven
"Het liefst willen we het bedrag van 100 miljoen euro van tafel."
Pieter Hofstra - Voorzitter Vereniging Afvalbedrijven
"Het kabinet moet geen maatregelen nemen die de Nederlandse hoogwaardige afvalinfrastructuur aantasten."
Pieter Hofstra - Voorzitter Vereniging Afvalbedrijven
"Het belasten van restafval past naadloos bij het principe van 'de vervuiler betaalt'."
Pieter Hofstra - Voorzitter Vereniging Afvalbedrijven